· 

Safari in Chitwan & tempels in Lumbini

Na twee weken klimmen in de Himalaya zijn we terug in Pokhara. Tijdens ons blitzbezoek voor de trekking waren we niet overdonderd door de stad, maar nu onze lichamen om rust smeken weten we de plek toch te waarderen. We ontspannen langs het grote meer, ontbijten in leuke bars en brengen enkele gezellige avonden door met PJ, Della en Jess. Het is best grappig om de hele dag door ‘bekenden uit de bergen’ tegen het lijf te lopen. De stad is momenteel in de ban van Diwali, een groot en belangrijk Hindoe festival in het teken van de godin van licht en geluk. De Nepalezen poederen overal kleurrijke schilderijen op de stoep, zetten honderden kaarsen voor de deuren, hangen kerstlichtjes aan de gevels en dansen de hele avond lang door de straten op vrolijke muziek. 


Disney… waar de magie zou moeten beginnen

Langs de oever van het meer flikkeren de lichten het hele jaar door. We brengen er een bezoek aan Disneyland Pokhara. Jawel, ook hier heeft Mickey Mouse een onderkomen gevonden. We betwijfelen of ze in Amerika weten dat hun miljardenbusiness en hun beroemde muis hier te lachen worden gezet. Want het park is minder glamoureus dan zijn naam doet vermoeden. De attracties zijn oud en versleten en veiligheidsvoorschriften zijn er helaas niet. Waar de twee botsauto’s (meer zijn er niet) vrij onschuldig blijven, loopt je leven meer gevaar in de piratenboot of het vliegend tapijt. Zodra de boel in beweging komt, slaat de hele stelling aan het daveren. Het gepiep en gekraak van de constructie overstemt met gemak het luide geschreeuw van de inzittenden. Maar hét pronkstuk van het park is ongetwijfeld het reuzenrad. Aangedreven door een versleten rubberen riem draait het rad aan een ongeziene snelheid. De bakjes trekken helemaal scheef en doen amper vijf seconden over een ronde. Er zitten gaten in de bodem en deuren ontbreken zodat de middelpunt vliedende kracht jouw enige houvast en hoop wordt. Voor de zekerheid wacht er de hele dag een ambulance bij de inkom, maar gezien de staat van de wagen kan je hem gerust bij de andere gevaarlijke attracties zetten. Je zou denken dat dit bouwvallige park amper bezoekers trekt, maar de hele dag en avond lang gillen mensen zich de longen uit het lijf in de prehistorische rollercoasters. 

 

Wij kiezen voor een functionelere attractie en nemen de bus terug naar Kathmandu. Een reis in dit verkeer en over deze hobbelige banen bezorgt ons voldoende adrenaline. We zitten naast de chauffeur in de cockpit van de bus en volgen de acht uur durende rit vanop de eerste rij. Normaal zouden we niet terugkeren naar Kathmandu, maar om een Indisch visum over land te verkrijgen is een passage bij de ambassade vereist. Meer zelfs. De procedure neemt meer dan een week in beslag en we moeten in totaal drie keer langsgaan bij het extreem bureaucratische kantoor. De dubieuze papierwinkel is alvast een goede voorbode voor India.  


Chitwan National Park

Om de week te overbruggen reizen we door naar Chitwan National Park. Na zeven uur in de bus komen we toe in Sauraha waar je haast zou vergeten dat je in Nepal bent. In het plattelandsdorp staat de tijd stil. Van hoge bergen of overdrukke straten is hier geen sprake. Deze plek staat bekend om zijn laagvlakte, wildlife en safari’s. Dat ondervinden we al na een korte wandeling waarbij we oog in oog komen te staan met twee neushoorns. Ze grazen in het bos langs de weg en komen steeds dichterbij. Wat leuk om deze dieren te zien spelen en lopen in hun natuurlijke biotoop. Lopen doen we zelf ook wanneer er plots eentje het dorp in wandelt. De mensen deinzen achteruit en enkele mannen jagen de enorme beesten met stokken terug de natuur in. Het is spannend en fantastisch tegelijk. 

 

We kunnen niet wachten om zelf de natuur in te trekken en sluiten ons aan bij een nature walk. De gidsen brengen ons langs olifanten. Hun voorpoten zijn met kettingen aan elkaar vastgebonden. Hun kop knikt de hele tijd onrustig op en neer. Het leger gebruikt deze olifanten om op een veilige manier door het nationale park te trekken op zoek naar gewonde dieren of stropers. We begrijpen hun opzet, maar gaan absoluut niet akkoord met de manier waarop zij deze mooie dieren behandelen. Ze wringen zich in allerlei bochten om hun dierenmishandeling goed te praten, maar het is overduidelijk dat ze onder hun bewind lijden. We wandelen door een prachtig groene omgeving naar een kleine rivier. In de verte zakt een grote, rode bol langzaam het bos in. Je kan hier zonder problemen in de zon kijken en ziet de hele omgeving in donkere silhouetten veranderen. Er vliegt een toekan over ons hoofd en in het water komt een krokodil boven drijven. Deze plek is te mooi voor woorden. 


Fietsen in het wild

We huren fietsen bij Rajesh, onze hoteleigenaar. Het zadel staat wat hoog dus komt zijn moeder met het gereedschap aandraven. Terwijl zij sleutelt, kijkt Rajesh nieuwsgierig toe. Ze doet haar best, maar zodra we opstappen kantelt het zadel helemaal achterover. Er zit niets anders op dan een tussenstop te maken bij de fietsenmaker. Die verschuilt zich achter een toren van een vijftal verroeste fietsen tegen zijn gevel. Zijn showroom bestaat uit vier aan elkaar gevezen golfplaten. Hij is net een band aan het vervangen en heeft daarvoor ongeveer de hele fiets uit elkaar gehaald. Het ziet er stuntelig uit maar uiteindelijk weet hij er toch lucht in te houden. Zijn gereedschap ligt overal en van enige logica is er in zijn infrastructuur geen spoor. Met een grote sleutel wringt hij in drie tellen ons zadel in een betere positie. Voila. De fiets is gemaakt. Betalen hoeft niet. Gelukkig maar want vijftig meter verder staat de boel al terug paraplu. Wat een topservice!

 

Het is warm en dus fietsen we stapvoets. Maar ook het leven gaat hier erg traag. De technologie en modernisering hebben hun weg hierheen nog niet gevonden. Families leven van de landbouw en iedereen is druk in de weer op de grote akkers. Het oogstseizoen is aangebroken en vrouwen knielen de hele dag neer om met sikkels de rijststengels te snoeien en ze vervolgens te laten drogen in de zon. Mannen maken stapels en duwen ze tegen een trillende machine zodat de rijstkorrels op een groot deken neervallen. Daar begint een lang proces waarbij ze de onzuiverheden manueel uit de rijstbergen sorteren. Het is altijd leuk om anderen te zien werken en dus stoppen we regelmatig in het midden van de uitgestrekte geelgroene velden.

 

Wegaanduidingen zijn er niet. Het vinden van de 20.000 Lakes duurt dan ook iets langer dan verwacht. We rijden een stuk over de Highway en voelen de vrachtwagens rakelings passeren. Onze fietsen bollen stroef en we verleggen onze zwaartepunten zo strategisch mogelijk om de kleine bruggen zonder afstappen boven te geraken. De laatste vijf kilometer rijden we over een hobbelige weg door het bos. Dit is de bufferzone rond het Chitwan National Park. Hoewel je voor dit stuk geen speciaal permit nodig hebt, kan je hier wilde dieren tegenkomen. We vermoeden dat het gerammel van onze fietsen het wild zal verjagen, maar uiteindelijk zien we toch enkele herten, apen en twee lippenberen. De omgeving rond 20.000 Lakes is heel groen. Overal drijven lelies op het water en vogels vliegen heen en weer. Het is een ideale plek om volledig tot rust te komen. Tussen de bomen zien we overal termietenheuvels. Het is ongelooflijk hoe miljoenen van deze kleine beestjes torens kunnen bouwen die hoog boven onze hoofden uitkomen. Binnenin verschuilt zich een wonderlijke wereld waarin ingenieuze ventilatiesystemen een uniek microklimaat in stand houden. Steeds meer architecten baseren hun energiebesparende bouwtechnieken op het werk van deze termieten. Bestaat er iets indrukwekkender dan de natuur zelf? 


De Nepalese Big 5

We staan vroeg op. Er hangt nog een dikke mist als we aan de Rapti River aankomen, maar de zon werkt zich stilaan omhoog om voor mooie uitzichten te zorgen. Met een tiental andere mensen delen we een smalle, lange kano. We spreiden onze benen tegen de buitenkanten maar zelf dan is het een wiebelige bedoening. Van links naar rechts schommelend zien we het water op gelijke hoogte met de rand van de kano komen. Niet dat we bang zijn van een spat water, maar waterslangen of krokodillen hebben we liever niet op onze schoot. De gids duwt ons de stroming van de rivier in. Hij hoeft zijn roeispaan nauwelijks te gebruiken om vaart te maken. Van achter mijn rug hoor ik de namen van alle mooie vogels passeren. De man benoemt ze in het Nepalees, Engels en Latijn. Maar zelf bij opperste concentratie begrijp ik er geen flard van. Het is leuk om de natuur van zo laag op het water te zien voorbijglijden. Het trage tempo en de vele geluiden maken je in geen tijd ontspannen. Op de oever zien we verschillende holen van krokodillen. Die liggen een beetje verderop te chillen in het water. Deze soort is extreem gevaarlijk. Ze zijn agressief en vallen alles aan wat kleiner is dan hen. Met een lengte van zes meter is hun menukaart dus best uitgebreid. Gelukkig is onze kano nog langer en wekken we hun interesse niet. Op de ondiepe stukken schuren we met de onderkant van de boot over de stenen bodem. De boten lijken vrij fragiel en ik vraag me af hoeveel passages dit exemplaar nog aankan zonder dat je voeten in het water staan. Na drie kwartier meren we aan en wordt de groep onder gidsen verdeeld. 

 

Wij maken even kennis met onze twee informanten. Hun Engels is erbarmelijk. Toch proberen ze ons enkele richtlijnen mee te geven voor het geval we in de jungle onverwacht bezoek krijgen. Hier leven immers gevaarlijke diersoorten waarbij het niet zeker is of je een rechtstreekse confrontatie overleeft. En aangezien het verboden is om dieren in dit park te doden, hebben we enkel een bamboestok ter verdediging mee. Zo kunnen we oog in oog komen te staan met een Aziatische olifant. Hij is kleiner dan zijn Afrikaanse variant maar stelt zich nogal agressief op naar mensen. In een boom klimmen is dan jouw beste gok. Daarnaast heb je de lippenberen. Zij zoeken naar honing of termieten maar vormen misschien wel de grootste bedreiging voor de mens. Dicht bij elkaar blijven en je zo groot mogelijk maken is de beste verdediging. Ook de krokodil vormt een reëel gevaar, maar hen zullen we in de jungle niet ontmoeten. De kans op het spotten van neushoorns is dan weer groter want in Chitwan National Park leeft de grootste populatie éénhoornige neushoorns ter wereld. Hoewel hun reukzin enorm ontwikkeld is, is hun zicht wazig. Zigzag weglopen of je verstoppen achter een boom kan je leven redden. Om de Nepalese Big 5 compleet te maken, maak je ook nog kans op een tête-à-tête met een Bengaalse tijger. Het spreekt voor zich dat je de op één na grootste katachtige niet over zijn kop wil aaien, maar toch is het belangrijk om het oogcontact niet te verliezen. De tijger valt altijd van achteren aan en zal je niets maken zolang je oog in oog blijft staan. Er leven best veel tijgers in dit park maar de kans dat zij jou spotten is veel groter dan andersom. Hoe leuk het allemaal ook klinkt, toch gebeuren hier regelmatig ongelukken met tragische afloop. Het verwondert ons niet als je ziet op welke amateuristische en onbeschermde manier de gidsen je hier de wildernis in sturen. Maar natuurlijk willen we de vijf kanjers zien en dus trekken we dapper de jungle in.  


Respect- en waardeloze gidsen

De gidsen zetten er flink de pas in. We lopen dwars door alle planten heen, springen over boomstammen en krijgen meer dan eens een tak in ons gezicht gezwiept. Af en toe stoppen we bij een grote boom. In de schors zitten diepe krassen waarmee de tijger zijn territorium afbakent. Het is spannend want dat betekent dat we mogelijk in zijn buurt wandelen. Maar de dichte vegetatie maakt het moeilijk om dieren te spotten. Dus zetten de gidsen ook volop in op planten. Een magnetische plant die aan je kleren blijft hangen, een drakenboom met stekels op zijn takken waartegen neushoorns zich krabben, de don’t-touch-me-plant die ineenkrimpt zodra je hem aanraakt of de fris geurende blaadjes die gebruikt worden voor citroenthee, … En het zou nog veel interessanter zijn mochten we de uitleg van de gidsen begrijpen. 

 

Na een half uur zien we ons eerste wild: een peacock. Natuurlijk is een pauw met zijn veelkleurige pluimen een prachtig dier, maar qua safari zitten we op onze honger. Verder ontmoeten we enkele herten en wat apen, maar stiekem hopen we toch nog steeds op iets exclusievers. Bij een waterplas vinden we verse tijgersporen. Wellicht is hij hier vanmorgen zijn dorst komen lessen. Op de vraag hoe ze de versheid ervan analyseren, antwoordt de gids dat een olifant meer tenen heeft dan een neushoorn. Hmmm. De moeizame communicatie wordt stilaan een pretbederver. Net als de luide conversaties die ze voeren met andere gidsen in het park. Lawaai jaagt de dieren weg en dus ergeren we ons aan hun gedrag. Maar soms wil je de dieren ook liever niet zien. Zo komen we bij een plek waar een neushoorn in het hoge gras ligt te slapen. Hij is niet zichtbaar maar zijn luide gesnurk verraadt zijn aanwezigheid. De gidsen klimmen als bavianen in de bomen en bootsen tal van dierengeluiden na om zijn exacte locatie te achterhalen. Wanneer er dan nog geen schot in de zaak komt, werpen ze grote takken in de richting van het gesnurk. Voor even zien we wat gras bewegen, maar we maken meteen duidelijk dat we het niet diervriendelijk vinden.


Waarde- en respectloze gidsen 

Dus trekken we verder. De route wordt steeds moeilijker. Het gras en de planten zijn zo hoog en dicht begroeid dat er haast geen doorkomen aan is. We willen meer open plaatsen langs het water dus brengt de gids ons naar een open veld. De weg ernaartoe leidt door zes tot zeven meter hoog gras. Er is geen pad. Hij herinnert er ons even aan dat het hier niet veilig is aangezien dit het terrein is waar de tijger zich het liefst verstopt. Nog voor we iets kunnen reageren, is hij al lang de pijp uit. Het is absurd. Je hebt minstens twee gidsen nodig om binnen de parkgrenzen toegelaten te worden, maar de ene gids loopt dertig meter voor je en de andere kan geen verstaanbaar woord uitkramen. Maar dit is de echte jungle en hier geldt de wet van de sterkste. Iedereen is op zichzelf aangewezen en dat maken ze nog maar eens duidelijk als we een rivier moeten oversteken. Een helpende hand zit duidelijk niet mee in het basispakket dat we boekten. Heelhuids maar met natte voeten bereiken we de overkant. De gids laat ons even alleen achter en gaat op zoek naar god weet wat. Hij komt even later zonder wilde verhalen terug. Spijtig, want de twee gigantische krokodillen die haast voor onze voeten liggen hebben we dus zelf moeten ontdekken. 

 

Het laatste stuk gaat opnieuw door de jungle. We eindigen bij een uitkijktoren in het midden van het park. Hier krijgen we twee uur de tijd om te lunchen in de wildernis. Dat hebben onze gidsen onderweg al gedaan. Ze aten regelmatig een pak koekjes waarvan ze de plastic verpakking schaamteloos op de grond achterlieten. De hele jungle ligt intussen vol afval. Het is onbegrijpelijk hoe Nepalezen met hun land en hun prachtige natuur omgaan. We zijn helemaal klaar met onze gidsen en ons respect duikt al helemaal onder nul als we ons lunchpakket met hen delen en niet eens een dank je wel in de plaats krijgen. 


Met de jeep door het oerwoud

In de namiddag ondernemen we een nieuwe poging. In een open kofferbak van een jeep verzamelen we met een tiental andere toeristen om te gaan jagen op wild. Ik blijf net als de gids rechtopstaand zodat mijn blik verder reikt. Al is ver hier sowieso relatief. De grassen staan zo hoog dat ze alle uitzichten belemmeren. De jeep rijdt snel en het is moeilijk om iets uniek te spotten. Op herten, vogels en apen na zien we vooral mooie planten in alle vormen en groottes. Ze slingeren hun takken letterlijk rond de stam van de bomen. In je fantasie zie je Tarzan de hele tijd naast de jeep vliegen. We bukken ons regelmatig om te ontkomen aan de reusachtige spinnen die hun metersgrote webben tussen de bomen spannen. De spinnen zijn vaak een hand groot en wil je liever niet in je haren meenemen. Net als vanochtend is onze gids waardeloos. Ik vraag me af wie de natuurlijke vijand van de tijger is, maar zelfs op deze standaardvraag moet hij het antwoord schuldig blijven. Zijn enige interesse beperkt zich tot de 40 grassoorten die in het park groeien. Zoet gras, zout gras, gras tot tien meter hoog, … Hij vertelt niets wat we niet zelf kunnen zien. Gelukkig worden we aan het einde van de dag toch nog beloond wanneer we een neushoorn en een lippenbeer zien. Al oogt de balans na een lange dag in de jungle mager: herten, een pauw, hanen, kippen, een neushoorn en wat apen. Op die twee laatste dieren na hebben we ongeveer evenveel gezien als thuis in het park van Duffel. We troosten ons met het idee dat we het geprobeerd hebben en dat de jungle als plantenrijk wel indrukwekkend was. En tenslotte blijven het dieren in het wild en is het spotten ervan nu eenmaal een kansberekening.

 

Terug in het hotel staat Rajesh ons op te wachten om te informeren naar onze jungle ervaringen. Hij bevestigt dat vandaag “toevallig” een moeilijke dag was om dieren te spotten. Maar gisteren, vorige week en vorige maand botste hij aan de lopende band op wilde dieren. Daar zijn we vet mee natuurlijk. Omwille van zijn arrogantie proberen we hem zoveel mogelijk te ontlopen. Zijn ondertoon is steeds agressiever en zijn informatie is dubbelzinnig, onvolledig en niet altijd correct. Hij promoot zijn eigen diensten vooral door zijn concullega’s af te kraken en schept er meer plezier in om zijn eigen foto’s te tonen dan dat hij zijn gasten een unieke ervaring bezorgt. Hij treurt dat hij tegenwoordig teveel tijd in zijn hotel moet stoppen. Daardoor kan hij zelf minder vaak de jungle in. Maar wie zat vanochtend mee in de boot? Rajesh. Wie spot je de hele dag door op een terras in het dorp? Rajesh. Wie kom je achter elke hoek op zijn motor tegen? Rajesh. Grrr…


Hij probeert ons te verleiden om de dag erna een nieuwe poging te wagen in de jungle. Maar we willen onze laatste dag in Chitwan liever buiten de parkgrenzen doorbrengen. Daar is minstens evenveel te zien. De olifanten lopen door het dorp, de krokodillen liggen op de zandbanken van de rivier en neushoorns komen dicht bij het dorp grazen. Je hoeft de hoge inkomgelden dus eigenlijk niet te betalen om het wild hier te ontmoeten. In de namiddag brengen we een bezoek aan het Elephant Breeding Center. Het is ongeveer een uur wandelen maar de weg ernaartoe is best aangenaam. In het dorp passeren we vele resorts. Nu durven de Nepalese guesthouses de naam resort vaak boven een dierenstal hangen, maar hier lijken ze effectief chiquer. Er zijn zelfs zwembaden in de tuin aangelegd. We lopen tussen kuddes koeien en stieren over de straten. Kinderen keren zingend van school naar huis terug. We passeren een Tharu Village dat je als cultureel dorp kan bezoeken. De authenticiteit is er maar deels aanwezig. Er rijden tractors, bulldozers en sommigen huizen hebben zelfs een zonnepaneel op hun dak geplakt. 

 

Bij het Elephant Breeding Center negeren we de ticket counter. We weten intussen dat de Nepalezen vaak te lui zijn om hun winkel in de gaten te houden en dus zijn we gratis binnen. We hadden verwacht om de olifanten hier in absolute vrijheid te zien rondlopen, maar niets is minder waar. Ook hier staan ze met hun voorpoten geketend onder een afdak. Enkel de kleintjes mogen gaan waar ze willen. De dieren zien er niet gelukkig uit en het is een groot contrast met het Panda Breeding Center in China waar we de dieren in betere omstandigheden zagen leven. Dit is simpelweg een olifantenfokkerij en dus zijn we maar wat blij dat we hier geen inkom voor betaald hebben. Het geheel maakt dat we onze uitstap naar Chitwan niet als hoogtepunt van de reis zullen beschouwen. Door de hoge grassen waren we hier misschien niet op het beste moment van het jaar om wild te zien, maar vooral de minder goede ervaring met de gidsen en hun respectloze manier van omgaan met de dieren, zullen ons in minder goede zin bijblijven. 


Derde keer laatste keer

We reizen voor een derde keer terug naar Kathmandu. Onze chauffeur is van het haastige type en dus hopen we stiekem dat we de 150 km eindelijk eens in een respectabele tijd kunnen afleggen. Maar op veertig kilometer van de stad horen we plots een luide knal. De achterkant van de bus verdwijnt in een zwarte wolk. Lap. We hebben een klapband. Gelukkig kunnen ze in twintig minuten tijd de binnenste van de vier achterbanden inruilen voor een reserveband zonder profiel. Helaas stoppen we even verderop in een kleine garage waar ze de bus opnieuw opkrikken om de band te herstellen. Het hele wiel wordt gedemonteerd en de reparatie duurt meer dan een uur. Zo komen we uiteindelijk toch pas laat aan in de hoofdstad waar we de dag erop onze paspoorten gaan afgeven bij de ambassade. Pas morgen mogen we ze opnieuw komen ophalen.

 

We reizen door naar Bhaktapur ten zuiden van Kathmandu. Deze stad staat net als Patan bekend om zijn prachtige Durbar Square. Net als bij de anderen hangt ook hier een prijskaart van 1500 rupees aan een bezoek. Ze kijken er strenger toe en houden ons tegen nog voor we de stad goed en wel zijn ingegaan. We keren terug en slaan op goed geluk een van de vele smalle straten in. We verdwalen in het labyrint van kleine wegen maar komen uiteindelijk toch op de Durbar Square. Zonder te betalen. Het vergt wat vindingrijkheid, moeite en geduld maar uiteindelijk kan je op de meeste plekken in Nepal de betaalkiosken ontlopen. In totaal hebben we op de drie pleinen alleen al 9000 rupees (70 euro) bespaard. Het plein van Bhaktapur lijkt kleiner dan zijn tegenhangers en sommige gebouwen staan in de steigers zodat het geheel geen afgewerkt plaatje oplevert. Maar de details in het hout blijven ook hier verbluffend. 

 

Vanaf het plein loop je in een paar minuten naar Pottery Square waar het pottenbakken de hoofdactiviteit is. Overal lopen mannen met hun handen vol klei terwijl vrouwen de versgebakken creaties overal te drogen leggen in de zon. De afwerking kan beter maar het is zonder meer leuk om de honderden potten naast elkaar te zien liggen. Het binnenplein wordt ingepalmd door vrouwen die bergen rijst zeven. Het langdurige proces is enorm eentonig, maar het kijken verveelt ons alvast niet. Net als bij de andere ambachten die onze belangstelling wekken. Naast de winkels met sieraden vind je hier vele galerijen waar schilders met een vaste hand grote mandala’s, levenswielen en mantra’s op katoenen doeken tekenen. Het duurt ongeveer twee weken om een doek feilloos af te werken, maar het resultaat mag er zijn. Je moet jezelf inhouden om niet de helft van hun winkel aan te kopen. Dus verleggen we onze focus vlug terug op de grote tempelcomplexen die overal in de stad opdoemen. De ene is nog groter dan de andere en majestueuze beelden poseren voor de ingang. Het kleinere en rustigere Bhaktapur is zeker een bezoek waard.



De allround kapper

We durven het haast niet meer hardop zeggen, maar uiteindelijk is hij er dan toch: onze laatste dag in Kathmandu. Na het ontbijt kopen we bustickets en wisselen we Nepalees geld in voor Indische rupees. Intussen horen we kabaal op de straat. De krantenman is aan zijn ronde bezig. Hij fietst de stad door om op iedere hoek de krantenkoppen te scanderen. Met een gezicht vol mimiek en grote handgebaren lokt hij de hele straat bij elkaar. Je zou hem haast verslijten als de dorpsidioot, maar zijn beroep is eigenlijk pure folklore. 

 

We stoppen bij de kapper. Een oude, kalende man lokt ons binnen in zijn rommelig salon. We discussiëren over de prijs en gelukkig kapt hij de rupees eraf tot een aanvaardbare 400. Van het haar van de man in de stoel naast me schiet enkel nog een middenstreep dwars over zijn kop over. Ik slik even als hij met zijn tondeuse begint te zwaaien. De knipbeurt gaat vooruit. Hij gaat fel tekeer en voor ik het goed en wel besef vliegt mijn kapsel in het rond. Na drie minuten ruilt hij zijn tondeuse in voor een simpele keukenschaar. Daarmee knipt hij willekeurig wat plukken van mijn hoofd. Zijn werkwijze is bijzonder, maar wonderwel ben ik tevreden met het resultaat. Ik krijg er nog een hoofdmassage bovenop. Hij perst mijn hoofd plat, trommelt op mijn kruin en schudt de boel door elkaar. Tenslotte grijpt hij mijn kin vast en rukt mijn hoofd van links naar rechts tot mijn nekwervels luid kraken. Ik wist niet dat chiropractie onderdeel uitmaakt van een opleiding tot kapper, maar in Nepal zijn ze blijkbaar van alle markten thuis. 


Smoke?

Daarna is het tijd om de souvenirs van de to do lijst af te vinken. We schuimen de winkels af maar slaan uiteindelijk onze slag op een plaatselijke markt. Ons oog valt op een kleine, gouden boeddha maar de vraagprijs van 1000 rupees is ons te hoog. We tonen onze teleurstelling en wandelen verder, maar de vrouw blijft ons hopeloos achtervolgen. Haar prijs zakt van 1000 naar 600 en vervolgens verder naar 500 om uiteindelijk te stoppen op 250. Dan kan je haast niet meer weigeren. In de namiddag gaan we een derde en laatste keer terug naar de ambassade. Daar liggen onze paspoorten klaar en hebben we onze toegang tot India verzekerd. Het heeft veel voeten in de aarde gehad maar we zijn wel blij dat we zekerheid hebben over onze volgende bestemming. 

 

’s Avonds gaan we op zoek naar een leuke bar. Onderweg krijgen we ongeveer om de tien meter eenzelfde verzoek. Smoke? De ene fluistert het zacht in je oren, de andere loopt je haast omver en de ergste kan je nog amper recht in de ogen kijken alsof hij de helft van zijn voorraad zelf heeft geconsumeerd. Hasj, weed, marihuana, lsd, heroïne? Hun gamma is breed en dat mag ook gezegd worden van de verkopers zelf. Van jonge gasten tot quasi bejaarden en zwervers. We eindigen uiteindelijk in de Purple Haze. Daarmee bedoelen we niet hun smerige goedjes aan ‘a good price’, maar wel de club vol neonverlichting waar security de inkom streng bewaakt. De bar zit stampvol en een Nepalese rockband speelt live de grootse rocksongs uit de muziekgeschiedenis. Hun optreden is goed en de dansvloer loopt snel vol. Enkel de jongens zwieren er hun lange haren in het rond. De meisjes blijven, afgeschrikt door hun hevige gedrag, op een veilige afstand. Drinken of roken is verboden op de dansvloer en de veiligheidsagenten kijken er streng op toe. Om half elf sluiten ze af met een laatste lied en tegen elf uur sluit de tent zijn deuren. Het was een leuke afsluiter van ons bezoek aan de hoofdstad die ons dagenlang wist te vermaken. 

Buddha was born in Nepal

Vroeg in de ochtend staan we alweer in Sorhakutte. Dit keer stappen we op de bus richting Lumbini en het lijkt erop dat we een luxueuzer exemplaar gestrikt hebben. Er staan nauwelijks schrammen op de carrosserie wat me doet vermoeden dat de bus hooguit drie dagen in Nepalees gebruik is. Onderweg spelen ze de ene Bollywood film na de andere af. De boel negeren is zinloos. Het geluid knalt door de bus alsof we in een dolby surround cinemazaal zitten. De lederen zetels zitten comfortabel, maar de airco blaast een vervelende Siberische wind de bus in. Nu de schokken voor één keer beter meevallen, zien we weer af van de kou. Ik wikkel me dan maar in het gordijn en probeer me uit de tocht te houden. Na ‘slechts’ acht uur en drie films komen we toe in Lumbini.

 

In deze stad is Siddharta Gatauma (of Buddha) geboren. De Nepalezen zijn er maar wat fier op en schilderen het overal. ‘Buddha was born in Nepal’. De stad geldt als één van de vier belangrijke pelgrimsoorden uit het boeddhisme. Rondom de effectieve geboortegrond, de Maya Devi tempel, is er gaandeweg een groot park vol tempels ontstaan. We spenderen een volledige dag om ze te bezoeken. We beginnen bij de grote World Peace Pagode. Van deze witte stoepa’s zijn er wereldwijd 80 gebouwd en twee daarvan zijn er in Nepal te bewonderen. De eerste staat in Pokhara en de tweede staat hier voor onze neus. Het gebouw is groot en witter dan de kleren van Dash. We lopen er in wijzerzin omheen en genieten van de rust die er heerst. 


Reis rond de wereld

In het park heeft ongeveer elk land een eigen tempel gebouwd. De beleving van het boeddhisme varieert van land tot land en er zit ook een groot verschil in de bouwkundige stijlen. Waar de tempel van Singapore vooral kleurrijk is, is de Nepalese net sereen en de Chinese, hoe kan het ook anders, groot. Maar vooral de Duitse versie is indrukwekkend. Rondom het complex ligt een mooie tuin vol beelden. Op iedere hoek staan grote gebedsmolens. Binnen valt onze mond open van verbazing. Wat een prachtige muur- en plafondschilderingen! Uiteraard mogen bombastische buddha’s niet ontbreken, maar ook zijn kleine klonen zorgen voor enthousiasme. We zitten er een tijd lang gewoon op de grond om het gebouw goed in ons op te nemen. Op onze minireis rond de wereld bezoeken we ook nog Korea, Canada en India. Tegen de avond ruilen we de tempels voor een prachtige zonsondergang bij het meer. Het park is te groot om het in één dag te ontdekken. 

 

Dus gaan we de dag erop verder en lopen langs de gouden stoepa van Myanmar, de kunstzinnige torens van Cambodja en de witte tempel van Thailand. Je bent haast de hele dag bezig met het uit- en aantrekken van je schoenen. Want die zijn in elke tempel verboden. In één van de gebouwen zitten heel wat monniken bij elkaar. Ze hebben net een soort ceremonie achter de rug en vullen hun goodiebag die uitpuilt van de offers. Dat offeren blijft voor ons een vreemd gegeven. Ik had begrepen dat het buddhisme vooral draait om het afstand nemen van het materiële. Dat strookt dan niet met deze monniken die de geldoffers en andere geschenken gretig aanvaarden. Het gaat zelfs ver. Vlakbij het altaar heeft vanochtend iemand een 42 inch led tv geschonken. Het leven van een monnik lijkt zo slecht nog niet te zijn… 

 

We volgen in het Anapana centrum een korte introductie tot mediteren. We melden ons aan bij de monnik en gaan meteen aan de slag. Mannen en vrouwen zitten gescheiden op platte kussens. De instructeur start een bandje waarna een robotachtige stem ons instructies geeft. Ontspannen lukt niet want we moeten ons te hard concentreren om de boodschappen te ontcijferen. En om niet in lachen uit te barsten want de intonatie is ronduit hilarisch. “Iiiincoming breath… ouuuutgoing breath… oooonly breath”. Na tien minuten horen we een laatste ‘beeee happyyyy’ die ons verlost van deze klucht.



De niksende monniken

Uiteraard kunnen we een bezoek aan de Maya Devi tempel niet overslaan. Op onze sokken lopen we het heiligdom binnen. Hier staat de Ashoki zuil die bekendstaat als de oudste opgraving van Nepal. Een inscriptie vertelt dat in Lumbini geen belastingen bestaan omdat Buddha hier geboren is. Maar het belangrijkste relikwie bevindt zich in het witte gebouw ernaast. Op deze plek zou de Buddha op de wereld gezet zijn. Er zijn heel wat opgravingen maar zelfs met de beste verbeelding kan je er weinig vormen in zien. De gelovigen schuiven in rijen aan en laten rijkelijke offers achter in de ruïne. Bankbiljetten van alle nationaliteiten vormen een fortuin op de grond. Maar ook appels en dozen koekjes worden flink gestapeld. Naast het gebouw ligt een kleine vijver. Hier zou de moeder van Buddha een laatste bad genomen hebben alvorens ze beviel.

 

Onder het bladerdek van de Bhodi boom verzamelen grote groepen monniken. Ze zitten met hun oranje of bruine gewaden in een kring bij elkaar. Veel lijken ze niet te doen. Er is er zelfs eentje bij die erin slaagt om in slaap te vallen. Hij zal straks ongetwijfeld verrast wakker worden als hij ziet dat gelovigen hem wat geld als offer hebben geschonken. Ook op andere plekken in het park zitten groepen monniken bij elkaar. Ze herhalen de onophoudelijke mantra’s met een nasale stem. Hoewel ze de bladeren in hun boek verslinden, horen we nauwelijks afwisseling in hun gebed. De middelste monnik geeft het tempo aan door met een stok ritmisch op een houten bol te tikken. De man ernaast schudt iedereen op regelmatige tijdstippen terug wakker met een luide slag op de gebedsschaal. Ze lezen het dikke boek in één sessie volledig uit. Nadien lopen ze in een rij terug naar hun tempel. Dit ritueel herhalen ze dag in dag uit. Maar het lijkt ons vaak ook gewoon een show. Ze wijden hun leven zogezegd aan het geloof en doen afstand van al hun materiële bezittingen. Maar hun boek is nog niet dichtgeklapt of ze grabbelen al gretig naar hun iPhone. Hier en daar zien we ook eenzame monniken in het gras. Ze merken ons niet op en lijken in diepe gedachten verzonken. Wellicht zijn zij de monniken die het geloof het meest au sérieux nemen. Hoe dan ook was het alleszins een leuke plek om tijdens onze reis te ontdekken. Lumbini is trouwens een van de enige plekken in Nepal die gespaard is gebleven van de aardbeving in 2015. Het moet dan toch zijn dat Buddha zijn geboortegrond extra beschermt…


Morgen reizen we verder naar het derde land van onze trip: India. Maar Nepal heeft alleszins een plaats in ons hart verworven. Het kleurrijke land met zijn feestelijke bevolking heeft ondanks de armoede veel te bieden. De hoogste bergen ter wereld, oude en culturele steden, laagvlaktes met jungles en wilde dieren en een ongeloof interessante godsdienstbeleving. We kunnen het iedereen alleen maar aanraden!

Reactie schrijven

Commentaren: 1
  • #1

    Paula Van den Broeck (zondag, 08 december 2019 05:11)

    Wat een belevenissen mooi en minder mooi!
    En ze worden zo prachtig neer geschreven dat ge ze precies mee beleefd bedankt daarvoor.
    Dan is alles hier simpel vier dagen ziekenhuis en een pin in mijn tweede teen en gelukkig twee krukken en een serieuze blok onder mijne voet maar ook nog in het bezit van een rollator en rolstoel jawadde en moet absoluut met mijn been in de lucht het is zo eens iets anders zeker en het weer is al even slecht.
    Het heeft enkele dagen goed gevrozen ook tijdens de dag en voor de verandering regen en nog eens regen.
    Maandag mag ik op uitstap mijn eerste controle naar de gipskamer.
    Ik hep een klein tasje aan mijn linker kruk hangen zo kan ik mijn eten rustig in mijn zetel opetenspijtig dat ik daar geen tas koffie kan in vervoeren
    Maar elke dag een beetje beter zeker
    Mis wel verschillende optredens o.a. Yevgeni en die hoor ik zo graag een heel warme lieve mens.
    Genoeg gezaagd warme wensen voor de feestdagen die er stilaan aankomen van nu letterlijk een thuisblijver!
    Warme knuffel uit Duffel toedeloe