· 

Welcome to India

Na vijf weken Nepal is het tijd voor onze volgende bestemming én een nieuw avontuur. Want zo mag je India probleemloos samenvatten. Waar we het immense land met zijn waanzinnig aantal inwoners, gebrek aan hygiëne en extreme armoede om dito redenen niet hadden opgenomen in onze oorspronkelijke reisroute, zwichten we uiteindelijk toch voor de aantrekkingskracht van het onbekende avontuur en … de Taj Mahal. 

 

De lokale bus brengt ons in de vroege ochtend van Lumbini naar Bairahawa waar we overstappen op een minibus richting Sunauli. Dit is een van de weinige grensposten waar je over land tussen Nepal en India kan pendelen. De plek staat bekend om zijn lange administratieve wachttijden en zijn ongure karakter. Het internet bundelt de naarste ervaringen van toeristen die hier werden lastig gevallen, bestolen, afgeperst of erger. Maar op opdringerige tuktuk chauffeurs en een luie douanier na fietsen we vlot door de procedures heen. 

Aka aka tuk tuk, hier zijn wij

We springen op een lokaal wrak en steken door naar Gorakhpur, de eerste echte stad aan de Indische kant. We betalen een habbekrats voor het minuscule, verfrommelde papiertje dat een ticket blijkt te zijn. Van de busbegeleiders begrijpen we geen lettergreep. Hun mond zit vol tabak en hun vier overgebleven tanden kleuren door het jarenlange en veelvuldige gebruik bruinrood. Om de vijf minuten spuwen ze hun smeerlapperij in een straal de bus uit. Het komt binnen op onze nuchtere maag, maar gelukkig hebben we de kilometerslange verlaten akkers om onze focus naar te verleggen. Na twee uur bereiken we Gorakhpur. De bus mag het centrum niet in dus doorkruisen we de stad per tuktuk. De kleine brommer met een carrosserie eromheen krijgt het zwaar te verduren. Onze bagage bengelt met een touw aan de koffer. Wij verzamelen samen met negen(!) anderen in de piepkleine ruimte rond de chauffeur. Ik balanceer op één bil op het smalle bankje en besef meteen dat voor mijn personal space de komende maand geen ruimte zal bestaan. 

 

Na de tuktuk volgt een laatste bus. Deze brengt ons naar Varanasi dat ook bekendstaat als Kashi. Al zeggen de meeste Indiërs simpelweg Benares. Reizen door India vergt wat verbale flexibiliteit als je geen Hindi spreekt. Fysieke flexibiliteit is evenzeer een pluspunt. Want samen met onze bagage proppen we ons urenlang op een kleine vierkanten meter. De geschatte reistijd is zes uur maar het wordt al snel duidelijk dat de minuten in de Indische tijdsaanduiding net als in Nepal meer dan zestig seconden tellen. De chauffeur doet nochtans zijn uiterste best. Hij claxonneert vrijwel onafgebroken om de massa mensen, koeien en andere weggebruikers naar de kant te dwingen. Zijn toeter klinkt schel en onze kansen op tinnitus stijgen met de kilometer. Hij spaart zijn vehikel niet. Remmen voor diepe putten is overbodig en de takken van de bomen zullen hopelijk wel meeveren als hij ze met de spiegels ramt. Het Indische verkeer staat borg voor een ongekende vrijheid op de baan. Zonder lichten rijden in het donker, spookrijden, fietsen in het midden van de snelweg, … Regels of structuur lijken voorlopig toekomstmuziek.

 

Het stof waait de hele dag de bus binnen. Veldrijders kennen het gevoel als geen ander. Het is alsof je op een hete nazomerdag in een stoffige weide crosst en uiteindelijk meer stof dan lucht hapt. Alleen ben je er op de fiets na een uur vanaf en bouwen we hier al acht lange uren gestaag aan onze stoflongen. Dus halen we opgelucht adem als de bus om acht uur ’s avonds eindelijk het chaotische Varanasi binnenrijdt. Over de laatste vijf kilometer doen we nog eens een half uur per tuktuk. De drukte in deze stad is waanzin. Er is haast geen doorkomen aan. We klokken af bij onze hostel om half tien en hebben de 350 kilometer tussen Lumbini en Varanasi in een flitsende 14 uur afgelegd. 

Holy shit + holy water = Ganges

Het is een nieuw land en dus starten we opnieuw vanaf nul met het creëren van gewoontes, het uitzoeken van plaatselijke gebruiken en het evalueren van de prijzen in een nieuwe munteenheid. Maar Varanasi boeit ons vanaf de eerste minuut. Waar de binnenstad garant staat voor het gekste verkeer, vind je op de oever van de Ganges meer rust. Bootjes dobberen op de rivier, kinderen duiken van platformen, mensen wassen hun kleren in het water, koeien zonnen op het strand en gelovigen nippen van het water. Die risico’s schuwen we. Overal drijft het afval immers in een smurrie van olie. Maar voor de Hindoes is dit het heiligste water op aarde. 

 

De Hindoes geloven in reïncarnatie en leven volgens rituelen en afspraken. Hun daden bij heden hebben gevolgen voor hun volgende leven. Doe je slechte dingen, dan zorgt je karma ervoor dat je in een minder goede bevolkingsgroep of kaste zal terugkeren. Wie goed leeft, komt nadien in betere milieus terecht. Maar hun uiteindelijke doel is om niet meer opnieuw geboren te worden en verlost te geraken van het lijden dat het leven met zich meebrengt. Deze verlossing heet Moksha en staat synoniem voor de verlichting of het Nirvana. De weg ernaartoe is echter heel moeilijk omdat je moet leren loslaten waaraan je gehecht bent. Voor wie daar niet in slaagt, biedt de heilige Ganges zijn hulp. Want zich wassen in dit water of gecremeerd worden in deze rivier zou gelijk staan aan een rechtstreeks ticket naar het Nirvana. Varanasi is daarom niet alleen een van de oudste steden ter wereld, maar met zekerheid dé heiligste voor de Hindoes. 

 

We zetten ons neer bij Dashashwamedh Ghat, de grootste van in totaal 80 Ghats (of trappen naar het water) waar we het lokale leven perfect kunnen volgen. We ontmoeten er Nagendra. Hij is een Brahman en leert ons meer over het leven in zijn kaste. Want hoewel het hiërarchische bevolkingssysteem door de overheid verbannen wordt, is het in het echte leven nog steeds aan de orde. Mensen worden in een bepaalde kaste geboren en zijn vervolgens gebonden aan een bepaalde levensstijl. Dat betekent dat hun leven van hij hun geboorte is voorbestemd qua job of menselijke relaties. Van kaste veranderen kan enkel via reïncarnatie. Als je sterft, bepaalt je karmabalans of je in een hogere of lagere kaste terugkomt. Als Brahman behoort Nagendra tot de hoogste kaste. Hij draagt nette kleren en is zonder twijfel welgesteld. De onderste laag van de bevolking is kasteloos en wordt min of meer uitgestoten. Zo mag een Brahman een kasteloze niet eens aanspreken of aanraken. Het is te gek voor woorden, maar Nagendra vertelt nog tal van andere protocols waaraan zijn leven gebonden is. Zo zullen zijn ouders hem uithuwelijken en mag hij de bruid niet zien voordat ze elkaar het jawoord geven. Het is Blind Getrouwd maar dan zonder glamour en camera’s in de buurt. Ook om vandaag naar de Ghat te komen heeft hij een week op voorhand toestemming aan zijn ouders moeten vragen. Vreemd want Nagendra is al 26 jaar…


Ganga Aarti

We volgen samen met hem de Ganga Aarti. Tijdens dit ritueel eren ze Moeder Ganges en haar goden. Vijf mannen nemen plaats op een podium. Gedurende tien minuten zingen ze luidkeels een onverstaanbare mantra. Hun performance zou nooit doorstoten naar de liveshows van Indian Idol, maar het schept zelfs zonder toonvastheid een speciale sfeer. De mannen werpen bloemblaadjes omhoog, zwieren vuur in het rond, tekenen wierookcirkels in de lucht en dansen met de pluimen van een pauw. In de opgekomen massa vallen een aantal vreemde figuren op. 

 

Zo kan je niet om de wit gekalkte sadhoe heen. Met zijn dreadlocks, lange baard en drietand groet hij het publiek en kwakt hij een witte smurrie op ieders voorhoofd. Ook ik krijg een veeg en voel me min of meer gezegend. Tot ik nadien meer te weten kom over hun vreemde bestaan. Want blijkbaar zijn deze priesters ervan overtuigd dat er in de wereld geen verschillende smaken en geuren bestaan. Om dat aan te tonen, drinken ze regelmatig urine of voeden ze zich met assen van crematies. Wanneer ik te horen krijg dat de veeg op mijn voorhoofd ook een mengsel van assen is, versnelt mijn hartslag ongewild. Heb ik een of andere verbrande Indiër op mijn voorhoofd plakken?! Gelukkig stelt Nagendra me gerust en legt hij uit dat het hier om een mengsel van sandelhout gaat. Dat poeder is zuiver en heel duur. Het heeft zelfs een helende werking voor de huid. Oef. Welcome to India…



Ceremoniële crematies

Varanasi is een levendige stad, maar nergens ter wereld is de dood meer aanwezig in het straatbeeld dan hier. Gelovigen reizen tijdens hun laatste dagen naar deze plek om er te sterven en gecremeerd te worden aan hun heilige Ganges rivier. De ceremonies gaan dag en nacht door en dagelijks worden er 170 tot 200 lichamen naar hier gebracht. Een man neemt ons bij de arm en brengt ons naar het centrum van het gebeuren. De families zijn eraan gewend dat wildvreemden hun afscheid van dichtij volgen, maar wij voelen ons minder op ons gemak. Hij legt de rituelen haarfijn uit en plots staan we in de hitte tussen de opwaaiende assen die op ons hoofd en schouders neerdwarrelen. 

 

De crematies worden verdeeld over verschillende verdiepingen, afhankelijk van de kaste waartoe je behoort. De brahman wordt verbrand in het gebouw op de top terwijl de laagste bevolkingsgroep rechtstreeks aan de waterkant wordt gecremeerd. Rondom de brandstapels heb je verschillende hospices waar mensen hun laatste uren doorbrengen. Het voelt erg vreemd om tussen stervende mensen en grote stapels brandhout te lopen. Met vrachtwagens slepen ze het hout hierheen. Families hebben de keuze tussen het goedkopere mangohout of het exclusievere sandalhout. Voor een kilogram betaal je al snel 485 rupees. Dat is een dure zaak als je weet dat families tot 75 kilogram moeten aankopen om hun overledene te verbranden. Gelukkig krijgen de armere families hulp van anderen of via donaties. 

 

De Marnikarka Ghat is de grootste van de twee Burning ghats in Varanasi. Hier cremeren ze enkel mensen die een natuurlijke dood zijn gestorven. Wie om het leven komt bij een ongeval, moord of zelfmoord wordt elders begraven. Ook voor dieren, kinderen tot tien jaar, zwangere vrouwen, sadhoe’s of slachtoffers van een slangenbeet verloopt het ritueel verschillend. Zij worden aan een zware steen vastgebonden en in het midden van de rivier achtergelaten. Het gebeurt wel vaker dat het gewicht uiteindelijk loslaat en je hier dus lijken ziet voorbijdrijven. De vele schildpadden in het water ruimen de restanten nadien op. Maar brrr… Kan jij je nog steeds inbeelden dat mensen twintig meter verderop zich wassen in dit water of er zelfs van drinken?! Maar hier is het de normaalste zaak van de wereld. Het water van de Ganges geeft en neemt leven. Ook van de mensen die in het verre zuiden sterven en niet binnen de 24 uur in Varanasi geraken. Zij worden elders verbrand maar zullen nadien alsnog in deze rivier uitgestrooid worden om hun Nirvana te bereiken. 

 

Elk ritueel begint met een laatste zuivering in de rivier. Na een droogtijd van vijftig minuten steekt een priester het vuur aan en loopt de familie een aantal keer rond het lichaam. Dat brandt drie uur lang, maar na twee uur scheiden ze het hoofd van de rest van het lichaam met een bamboestok. Op die manier bevrijden ze de geest van het lichamelijke. Gezien de constante aanvoer van lichamen, wachten ze niet tot het hele lichaam is verbrand. Voor een mannenborst of de heup van een vrouw duurt dat veel te lang en die restanten worden dan ook nog herkenbaar het water in gekeild. Voordat de assen eenzelfde lot beschoren zijn, filteren ze er eerst de kostbaarheden (gouden tanden, juwelen, …) uit. De familie verkoopt die in de stad en schenkt het geld aan andere getroffen families opdat zij het nodige hout kunnen financieren. Daarmee verhogen ze hun eigen positieve karma. Zelf schenken we ook een bescheiden bedrag aan een rouwende familie. 


Na ons emotioneel bezoek aan de crematies van Pashupatinath hadden we gezworen om nooit meer een dergelijk ritueel te volgen. Maar hoewel we er hier zo mogelijk nog veel dichter bij stonden, voelde het toch veel serener aan. Misschien omdat de lichamen beter bedekt blijven onder bloemen en kleurrijke gewaden. Maar met zekerheid omdat de extreme emoties en het verdriet hier minder zichtbaar zijn. Want in tegenstelling tot in Nepal mogen vrouwen de ceremonies niet volgen. Hun tranen zouden een negatieve vibe meesturen met de geest. Tegelijk voorkomen ze op die manier dat de vrouwen hun overleden geliefde willen volgen door zelf in het vuur te springen. Dat is in het verleden te vaak gebeurd. Onder meer omdat de vrouw van de god Shiva volgens de legende hetzelfde deed. De hele ceremonie is symbolisch en de achtergrond bij de vele rituelen is ongemeen interessant. Maar toch voelen wij ons geen moment op ons gemak en zijn we maar wat blij als we opnieuw wat meer afstand kunnen nemen. 

 

We zoeken zo snel mogelijk een uitweg in de smalle straten, maar ontkomen ook daar niet aan de dood. ‘Ram nam satyah hai Ram nam satyah hai’. De zin betekent iets à la ‘De naam van God Ram is het enige wat waar is’. Onze vertaling luidt eerder: ‘Sluit je ogen of maak je uit de voeten’. Want zodra je dit gezang hoort, weet je dat er in sneltempo een nieuw lichaam naar de Burning ghat wordt gebracht. En die lijkstoet kan je in de erg smalle straten maar ternauwernood ontwijken. We duwen onze rug tegen de muur en maken net genoeg ruimte vrij om de mannen te laten passeren. Op hun schouders rust een dood lichaam. De familie loopt er in een stoet achter en scandeert onophoudelijk de zin. We versnellen onze pas, maar stoten overal op de lijkstoeten. In een half uur tijd passeren we zeven dode lichamen. Dus duiken we onder in de piepkleine Blue Lassi, een adres dat in heel India bekendstaat om zijn sublieme melkdrankje. Het reclamebord aan de gevel bevestigt hun goede recensies en hun unieke locatie vlakbij de Burning ghat. Qua marketing is het niet meteen de meest overtuigende boodschap, maar hun lassi met banaan en kokosnoot is inderdaad overheerlijk. In de twintig minuten dat we in hun kleine interieur smullen, blijven de lijken de hele tijd voor de inkom passeren. Smakelijk hé!

 

We lopen nadien zo snel mogelijk terug naar de Ganges. Telkens wanneer we de slogan horen roepen, slaan we snel een andere straat in. We banen ons een weg tussen monsterlijk grote koeien en stieren die door de straten slenteren en de boel onder schijten. Ook mannen plassen schaamteloos tegen de gevels van huizen. Nauwelijks een meter verder verkoopt iemand zijn groenten op straat. Je kan de taferelen niet verzinnen maar evenmin begrijpen. India is heftig en intens in alle opzichten. 


We keren terug naar de Assi Ghat in de buurt van onze hostel. Daar verzamelen mensen zich rond een podium. We ploffen ons in de vrije stoelen op de eerste rij en zitten pal voor het podium. Blijkbaar zijn we getuige van een culturele dansshow. De presentatrice merkt ons op en verwelkomt ons vriendelijk in het Engels. Een jong meisje komt op en danst een uur lang op traditionele Indische muziek. Ze geniet er schijnbaar van en haar lach maakt ons meteen vrolijk. Ze beweegt sierlijk over het podium en danst met een perfecte timing. Ze draait ontelbare keren rond haar as en stampt aan een ongezien tempo met de voeten op de grond. Ze draagt geen schoenen, maar door de belletjes om haar enkels geeft ze haar tapdans nog meer cachet. Ze beeldt tegelijk een verhaal uit en leeft zich volledig in, maar we begrijpen de Hindi teksten in het gezang helaas niet. Aan het eind van het optreden worden we plots uitgenodigd op het podium. De presentatrice en het publiek zijn maar wat benieuwd wat wij van het spektakel vonden. We brabbelen wat in de micro en feliciteren haar met haar optreden. Nadien wil iedereen apart met ons op de foto alsof wij de sterren van de avond zijn. We hebben onze start in India niet gemist!


Barbi & Damian

We hebben intussen nieuwe vrienden gemaakt. Barbi en Damian komen uit Buenos Aires en reizen net als ons de wereld rond. We hebben een leuke klik en spreken na een korte nacht af aan het Raja Ghat. Daar stappen we samen aan boord van een kleine boot. We varen een half uur lang tegen de stroom in en drijven dan rustig met de Ganges mee langs de skyline van Varanasi. De gids geeft meer uitleg over het ontstaan en de functie van de 80 verschillende Ghats en toont ons een onwezenlijke zonsopgang. We staren, genieten en rammen het knopje van ons fototoestel haast aan diggelen. Wat een prachtige plek! Enkel in de buurt van de Marnikarka Ghat zijn we op onze hoede. In het water drijven twee dode koeien. Gelukkig zien we verder niets schrikwekkend en vergapen we ons aan de ontelbare rituelen waaraan de plaatselijke bevolking op de oever geloof hecht. Na twee uur meren we opnieuw aan. Het is nog maar acht uur ’s ochtends maar we hadden de dag niet mooier kunnen starten. ``


De rest van ons verblijf in Varanasi houden we het rustig. We spenderen heel wat tijd met onze Argentijnse vrienden en babbelen uren over koetjes en kalfjes. Hun enthousiasme en verhalen wakkeren onze reishonger nog meer aan. Damian is dokter en bokst in zijn vrije tijd. Barbi is tekenares en schildert portretten. Onze reisroutes verlopen over eenzelfde pad. Waar zij vanuit India doorreizen naar Nepal, doen wij hetzelfde in de tegenovergestelde richting. We helpen elkaar op weg met tips en materialen. Zo nemen wij hun Indische simkaart over en kopen zij onze warme jassen van de trekking. Uiteraard wisselen we nummers uit en proberen we verder contact te houden met dit warme koppel. 

 

We reizen door naar Agra. In de hostel nemen we afscheid van de hilarische eigenaar. Zijn hostel is recent geopend en behaalde terecht een quasi maximumscore op Booking. Het complex is verzorgd, rustig, ideaal gelegen en zijn ontvangst is feilloos. De man is hilarisch en leert ons veel bij over het Indische leven. Hij serveert gratis snacks en thee en probeert zijn gasten een thuisgevoel te geven. Uiteraard vragen we hem of hij ons gastenboek wil ondertekenen. In het Hindi geeft hij op die manier een belangrijke Indische levensles mee: ‘Be lazy. Work smart, don’t work hard’. 


Indian railway

Met een treinrit van 600 kilometer sporen we van Varanasi naar Agra. India is een groot land en dus zijn de afstanden tussen de voornaamste steden erg groot. Gelukkig zijn de treinen belachelijk goedkoop. Al hebben ze ook geen andere keuze als je hun infrastructuur en tijdschema bekijkt. Mensen verschuilen zich achter tralies in donkere wagons. Het zijn pure wrakken en je bent geneigd te wachten totdat de beestenbakken plaats maken voor personenvervoer. Maar die komen er niet. Dit wordt wel degelijk onze slaapplek voor de komende nacht. Binnen is het warm en er hangt een onaangename geur. Er zijn drie bedden boven elkaar en meer dan een harde plank mag je niet verwachten. Lakens of kussens ontbreken. Indiërs daarentegen zijn er in overvloed. Als je je trouwens afvraagt vanwaar de vreemde geur in de trein komt, dan wordt er bij het toilet veel duidelijker. Ik ga binnen en stap meteen in een plas waarvan de kleur je weinig hoop op iets anders laat. Een walm van ammoniak komt je tegemoet. Ik klaar de klus zo snel mogelijk en verschuil me opnieuw op het bovenste bed waar mijn gezicht alvast beschermd blijft van de vuile Indische voeten op de andere banken. 

 

De trein schokt hard en de ramen kunnen niet dicht. Ons schoonheidsslaapje is meteen tot een minimum herleid. De wekker staat om vijf uur. Volgens het treinschema komen we dan in Agra toe. Tevergeefs. De trein loopt tijdens de nacht vijf uur vertraging op en dus komen we pas tegen tien uur aan. Daar pikt Shabu ons vrolijk met zijn tuktuk op. ‘Welcome in my small helicopter’. De wegen in de stad zijn heel wat breder en rustiger dan in Varanasi en dus rijden we vrij ontspannen naar ons hostel. Daar ontmoeten we Deep, de jonge eigenaar. Hij toont ons vanop zijn dak het gebouw waarvoor wellicht elke toerist naar deze stad afzakt: de Taj Mahal. Samen met de Franse, Argentijnse, Engelse en Indische gasten brengen we de avond op het dakterras door en kijken we enorm uit naar de ochtend waarop we het wereldwonder kunnen bezoeken. 


Da’s den Taj!

Tegen zes uur staan we aan de ingang. De wachtrij is zo vroeg op de dag nog niet heel lang en dus kunnen we snel doorschuiven naar de security. Een ticket voor de Taj Mahal kost 1300 rupees (16 euro). Daarbij zijn de schoencovers en een fles water inbegrepen. Je zou ergens toch verwachten dat een dergelijk wereldwonder duurder zou zijn, maar je hoort ons natuurlijk niet klagen. De security voelt snel even aan je buik en maakt er verder geen groot spel van. En dan lopen we de grote poort binnen. Daar staat hij dan: de Taj Mahal, wereldwijd geroemd als het mooiste gebouw op aarde. Hij is groot en onvoorstelbaar mooi. We moeten onszelf even in de arm knijpen om te beseffen dat we vlak voor dit meesterwerk staan. Het lijkt wel een fata morgana of een beeld waarop iemand zijn photoshop talent heeft botgevierd. We snellen naar de fonteinen vanwaar je de standaard maar verplichte fotostop kan maken. En ook al is deze plek cliché, het stelt allerminst teleur.

 

Het is nog even wachten op de eerste zonnestralen, maar zelfs bij een bewolkte hemel kom je superlatieven tekort. We kunnen blijven staren naar de marmeren moskee die in perfecte symmetrie is gebouwd. Zelfs in die tijd waren ze al vooruitziend. De vier grote minaretten op de hoeken hellen licht naar buiten. Zo voorkomen ze in het geval van een aardbeving dat het centrale mausoleum beschadigd zou geraken. Locals nemen ons overal mee naar de beste plekken om het gebouw te bewonderen. We lopen er helemaal rond en nemen uiteraard ook een kijkje binnenin. Gidsen schijnen met een lampje op het marmer waardoor de kleurrijke halfedelstenen zichtbaar worden. Ze roepen vervolgens onze namen die een tijd lang als echo door de koepel weergalmen. Het mausoleum op zich is mooi, maar de buitenkant van het gebouw spreekt toch meer tot de verbeelding.

 

Vanuit iedere hoek verrast de Taj Mahal je opnieuw. Ook in de tuin errond blijven de uitzichten verbazen. De plek is trouwens gigantisch groot zodat je ondanks het grote massatoerisme toch een unieke en persoonlijke beleving kunt ervaren. Je ticket is geldig voor drie uur maar uiteindelijk is er niemand die de boel controleert. Alleen hebben we nog niet gegeten en begint onze maag tegen de middag zo hard te rammelen dat we terugkeren vooraleer de theorie van de minaretten en hun aardbeving een praktische test moeten ondergaan. We zoeken nog even naar een leuk dakterras vanwaar we kunnen lunchen met een onverbeterlijk uitzicht, maar de vele agressieve apen in de buurt doen ons toch elders onderduiken. 



Het wereldwonder vs Indische realiteit

Deep vertelde ons over een plek aan de rivier vanwaar je een mooie zonsondergang kan volgen. We trekken zelf op pad en lopen een smalle zijstraat aan de Taj Mahal in. Daar verandert de pracht en praal ogenblikkelijk. Een rivier is drooggelegd door een stort. Plastic, meubilair, papier, … Honden snuffelen in een afvalberg. Het is absurd. We zijn nauwelijks honderdvijftig meter verwijderd van een prachtig wereldwonder en komen op een verloederde plek waar nog vele wonderen moeten gebeuren vooraleer ze ooit als mooi of aanvaardbaar kan omschreven worden. Het is triestig dat ze hier zo laks omgaan met het sluikstorten. We associeren het min of meer met de extreme armoede, want de mensen hebben hier quasi niets. Ze slapen in tenten of liggen op een houten bed aan de straatkant. Sommigen hebben het iets breder en wonen tussen bakstenen muren, maar het dak ontbreekt alsnog. We kruipen door een prikkeldraad en komen in een open vlakte tussen de duinen. Kinderen spelen er cricket, de nationale sport in India. Er zijn geen voorzieningen laat staan gras, maar ik betwijfel of er ergens ter wereld een stadion met een dergelijk uitzicht bestaat. 

 

In een klein nabijgelegen dorp verzamelen kinderen zich rondom ons. Ze volgen ons overal en trekken ons mee naar de waterkant. Ze willen ons de Taj Mahal tonen. Aangenaam is het pad niet. We lopen tussen graven en zien hier en daar ook kleine kleurrijke doeken liggen. De vorm doet vermoeden dat daaronder een lichaam verborgen ligt. Hoewel we in Varanasi heel wat taferelen van dichtbij hebben gezien, voelt deze plek minstens even luguber aan. Gelukkig brengen de kinderen ons snel terug in een open vlakte. In de verte tonen ze ons de Taj Mahal. Die blijft zonder meer verbazen maar het afval in de rivier geeft het van hieruit een bittere aanschijn. We willen terugkeren, maar de kinderen dringen zich steeds meer op. Ze raken ons constant aan en verstoppen hun interesse in onze spullen niet. Het doet ons wantrouwen groeien. Het zijn nog steeds jonge kinderen, maar ze lijken stilaan meer bandieten. We kunnen ze dan ook niet makkelijk afschudden. Het duurt niet lang meer voor ze openlijk om geld vragen. Zonder stoppen of omkijken maken we ons uit de voeten. We beseffen dat we hier een risico hebben genomen en proberen op eigen houtje nog zelf wat te zoeken naar een mooie plek. Maar telkens weer komen we tussen graven terecht en willen we onszelf beschermen voor beelden die we niet willen zien. Dus keren we terug en maken er in de hostel nog een gezellige boel van met de andere gasten. 


De Taj is gratis

Deep brengt verrassend nieuws in de ochtend. Het is de eerste dag van de Week of World Heritage in India en dat betekent dat alle monumenten gratis te bezoeken zijn. Say what?! Konden ze dat gisteren niet aankondigen?! We kunnen ons uiteindelijk niet bedwingen en gaan opnieuw een kijkje nemen bij het monument dat tot onze verbeelding blijft spreken. We lopen uiteindelijk verder naar het Rode Fort. Onderweg komen we bijna niemand tegen. Auto’s zijn immers verboden in een straal van 500 meter rond de Taj om het witte gebouw en zijn maagdelijke kleur te beschermen. Uiteindelijk wandelen we quasi de hele stad door tot bij de Baby Taj. Gelukkig staat ook dit monument op de lijst met gratis bezoeken vandaag. 

 

We trekken onze schoenen uit en verkennen het veel kleinere mausoleum. Toch is ook dit zeker een bezoek waard. De buitenkanten zijn prachtig versierd en de muren zijn met Pietra Dura ingelegd. Dat wil zeggen dat het marmer met halfedelstenen is verrijkt. Dit gebouw zou het eerste ter wereld zijn waarop de techniek is toegepast. Wat nog leuker is, is dat de grote massa dit bezoek aan zich laat voorbijgaan en we hier dus overal op ons gemak kunnen ronddwalen of leuke foto’s nemen. De binnenkant is dan weer minder fraai. In elke kamer vind je verschillende graftombes maar de muurschilderingen zijn minder onderhouden en de verf komt hier en daar los. 


Brijesh en zijn kameel

We lopen door naar Mehtab Bagh, een park dat bekendstaat voor zijn zonsondergang. De wandeling ernaartoe kan je moeilijk aangenaam noemen. Het eerste deel is erg druk en stuurt je door het toeterende verkeer. Het tweede deel is rustiger maar brengt je langs extreme armoede. Bij Mehtab Bagh zetten we ons neer in het park. We zijn slechts een rivier verwijderd van de Taj Mahal en ook vanuit deze ooghoek blijft hij fabelachtig mooi. We zoeken naar wat leuke fotospots en wachten op de ondergaande zon. Trekvogels vliegen in grote pelotons voorbij en zorgen voor een mooi effect in de roze lucht.

 

Na zonsondergang ontmoeten we Brijesh aan de poort van het park. Hij biedt kamelentochten aan en probeert ons van een ritje te overtuigen. We bedanken vriendelijk en houden een gezellige babbel in de plaats. Zo komen we te weten dat er vanavond een huwelijk plaatsvindt in zijn tuin. “Of course”, antwoordt hij als we vragen of we mogen meegaan. En voor we het goed en wel beseffen wandelen we met een kameel aan de hand naar zijn huis. Brijesh woont in Kachhpura, een klein dorpje op vijf minuten wandelen van het park. We slalommen door smalle straten en komen uiteindelijk toe in zijn tuin. Hij legt zijn kameel te slapen tussen koeien, stieren en ezels en stelt ons vrolijk voor aan zijn familie. We schudden vele handen en herhalen honderden keren onze namen, maar het is onmogelijk om iedereen te begroeten. In totaal zijn er 800 genodigden voor het feest dat twee dagen lang zal duren.


Party like a local

Het uitwisselen van de ringen staat pas morgen op de planning, maar vanavond zal de bruidegom per paard naar het huis van zijn bruid rijden. In afwachting van zijn komst is het feest alvast losgebarsten. Naast de tent liggen vier grote planken. Spots schijnen felle bollen op het hout. Dit is de dansvloer. De boxen spelen luid en de beats werken aanstekelijk. Vooral de kinderen showen hun dansmoves met groot jolijt. Brijesh stelt ons intussen voor aan de bruid. Ze spreekt geen Engels maar lijkt laaiend enthousiast dat buitenlandse gasten naar haar huwelijk zijn gekomen. Voor Indiërs is dat een grote eer. Achter haar ligt een hoop rommel bij elkaar. Blijkbaar is dat het huwelijksgeschenk. Naast een primitief bed en een vuile matras, bestaat het cadeau verder uit een kast die bij de minste zucht dreigt uit elkaar te vallen. De hele stad heeft hiervoor nochtans bijgelegd. 

 

Brijesh toont ons zijn huis. Er staan twee kleine bedden, een spiegel en een ijzeren kist die dienst doet als kleerkast/kleerkist. Plots diept zijn vrouw er een sari uit. Dat is het zes meter lange gewaad dat quasi iedere Indische vrouw draagt. De vrouwen van het dorp nemen Eline onder handen. Ze wikkelen haar in het kleurrijke doek, doen lange glinsterende oorbellen in, schminken haar lippen fel rood en plakken een bindi op haar voorhoofd. Vervolgens moet ze een uur lang poseren totdat iedereen met haar een foto heeft. De vrouwen hebben er plezier in en knuffelen Eline te pletter. De aandacht neemt nog een extra vlucht zodra we buiten komen en Eline naar de dansvloer wordt geleid. In een kring van vijftig mensen volgt ze de danspassen van een jong meisje. Het publiek gaat uit zijn dak en Brijesh moet tussenbeide komen om ons uit het extreme tumult te helpen. 



Eat like a king and queen

Hij brengt ons terug binnen in zijn huis waar enkel zijn familie binnen mag. Maar zelfs dan loopt de kamer de hele tijd stampvol. De kinderen blijven ons maar met vragen bestoken. Vanwaar we komen, hoe het met ons gaat, of we hun vriend willen zijn, … We beseffen nauwelijks waar die korte ontmoeting ons naartoe heeft gebracht, maar we genieten ten volle en laten alles op ons afkomen. Dus volgen we Brijesh naar de grote tent in zijn tuin. We krijgen een plaats aan de lange tafel waar alle genodigden te eten krijgen en worden als koningen bediend. De borden zijn niets meer dan bladeren van bomen die met kleine splinters tot een rond geheel zijn geknutseld. Drinken doen we uit erg dunne bekers die nauwelijks hun vorm kunnen behouden. Brijesh vraagt ons om alles op zijn minst te proeven maar verplicht ons niet om alles op te eten. Gelukkig maar, want het is Indisch pikant en onze mond staat na één hap al in lichterlaaien. Ik ben geen culinaire durfal en verleg ongeveer al mijn grenzen. Want ik had de grote potten buiten zien klaarstaan en voelde mijn maag toen al krimpen bij het geelbruine goedje dat perfect op kots lijkt. Het wordt hier bovendien uit grote ijzeren emmers opgeschept en je mag enkel maar hopen dat ze daarbij niet de verkeerde emmer hebben meegegraaid. Maar uiteindelijk smaakt het lekker. Rijst, curry, chapati, dal, … Ze blijven aanvullen tot je wel heel expliciet duidelijk maakt dat je niet meer kan. Maar ons hoor je niet klagen. Bediend worden met de grootste zorg, de all you can eat formule, gratis bovendien, … 

 

We praten nog een hele tijd met Brijesh en zijn familie, maar de bruidegom laat lang op zich wachten. Brijesh vermoedt zelfs dat hij pas na middernacht zal arriveren. Hoewel de kinderen de dansvloer onophoudelijk blijven bestormen, zien we de vrouwen her en der in slaap vallen. We besluiten dat we maar beter terugkeren naar het hotel aangezien we de tien kilometer naar Deeps hostel niet in het midden van de nacht willen overbruggen. Brijesh bevestigt het gevaar om in het donker door afgelegen gebieden te trekken en helpt ons met een tuktuk terug. Uiteindelijk komen we pas laat toe in de hostel waar Deep al min of meer ongerust was waar we bleven. Maar hij lacht luid en bewonderend als we ons verhaal met hem delen. Het was dan ook een onvergetelijke ervaring om als ster van het dorp ontvangen te worden en gratis te mogen meevieren. Het is spijtig dat we niet konden blijven tot de ceremonie zelf, maar misschien krijgen we binnenkort wel een nieuwe kans. Het blijft tenslotte India en hier is veel zoniet alles mogelijk…


Reactie schrijven

Commentaren: 2
  • #1

    rit bellekens (maandag, 16 december 2019 11:04)

    Mooi reisverhaal!!!!
    Geniet van jullie ervaringen, ik kijk uit naar de andere verhalen van jullie trip.

  • #2

    Viviane (zaterdag, 21 december 2019 16:17)

    Goh, wat was het weer de moeite om dit verhaal te lezen.
    Genieten maar hoor ! Tot de volgende blog �