· 

Van Rajasthan tot Pakistan

Vanuit Agra zetten we koers naar Jaipur in het Indische district Rajasthan. De trein zit stampvol. Naast ons zit Adythia met wie we onze liefde voor de muziek van Michael Jackson delen. Trots toont hij ons YouTube filmpjes van een concert in Mumbai uit 1996. Zijn ogen schitteren als hij anekdotes bovenhaalt en zijn hoofd beweegt ritmisch terwijl hij met zijn handen de bekende moonwalk imiteert. Maar bij ‘You are not alone’ lopen zijn ogen plots vol en verdwijnt hij in zijn zakdoek. Minutenlang krijgt hij geen woord over de lippen. Tot hij ons verzekert dat Michael leeft, gereïncarneerd als tijger zoals op de schermafbeelding van zijn telefoon. Hoewel we ook vurige liefhebbers van het genre zijn, liggen de grenzen van onze adoratie gelukkig iets dichterbij. Maar als fans onder elkaar ontfermt hij zich in Jaipur over ons opdat we een aanvaardbare prijs betalen voor een tuktuk naar de hostel.  


Jaipur staat bekend als de Pink City en heeft een koninklijk verleden. Hoewel de overheersende kleur ons eerder oranje lijkt, valt vooral de onvoorstelbare drukte op. Gezellig door de straten struinen is hier geen optie. Dus rijden we per tuktuk naar de Jawahar Circle Garden. De Ola app (de Aziatische Uber) vormt daarbij een betrouwbare bondgenoot. Telkens de tuktuk chauffeur ons een jackpot prijs vraagt, dreigen we één van zijn goedkopere Ola collega’s te boeken. Het is dan slechts een kwestie van seconden voordat ze hun toeristenmarge omzetten naar een meer faire lokale prijs. We stappen aan boord bij een rustige jongeman die tegen Indische gewoontes in zijn claxon weigert te gebruiken. Volgens hem kan je, godzijdank, ook zonder veel kabaal je bestemming bereiken. ‘Driving a tuktuk in India is like playing a videogame’, zegt hij terwijl hij ons heen en weer slingert in het gekke verkeer. Bij de vele putten in het wegdek biedt hij ons gratis zijn extra service aan: ‘This is my tuktuk massage’. Na een half uur bereiken we de Jahawar Circle Garden. De tuin is gigantisch en je kan haast niet geloven dat je er eigenlijk in het midden van een rotonde staat. De plek is instafamous en die status dankt het vooral aan de Patrika Gate, de grote roze triomfboog met in het midden een bijzonder kleurrijke galerij. Achter iedere pilaar verschuilen zich toeristen die ongeduldig wachten op het moment waarop zij de galerij even voor zich alleen hebben. Uiteraard poseren wij mee om de mooie schilderijen nog meer glans te geven. 


The Great Wall of India

 

Tien kilometer buiten de stad ligt het Amber Fort. Het gele gebouw is tussen enkele andere forten in op een bergflank gebouwd. Tweehonderd trappen leiden je naar de inkom. Een inspanning teveel voor de vele tamme toeristen die liever op de rug van een olifant naar boven waggelen. Alsof de beesten niet genoeg te verduren krijgen, worden hun slurfen met verschillende poeders geverfd tot een schreeuwerig kleurboek. Zelfs hun teennagels worden gelakt. Het is zonde. Gelukkig heeft het fort nog andere troeven. Zoals het spiegelpaleis waarbij de kamers van de vloer tot het plafond volledig zijn versierd met glinsterend zilverwerk en spiegels. Het verwondert ons niet dat deze plek regelmatig als buitenverblijf door de koninklijke familie wordt geboekt. We dwalen door de geschiedenis en kruipen via smalle gangenstelsels naar kleine uitkijktorens waar de schaduw van de zon mooie patronen op de grond tekent. Van daaruit merken we aan de horizon een andere grote trap op. 


Die leidt naar een lange muur die als een kroon op de omringende heuvels staat. Hij is onderdeel van de Indische Muur die Jaipur destijds tegen invallen moest beschermen. Met een lengte van 36 kilometer is hij minder indrukwekkend dan zijn Chinese variant, maar de weg naar de top is ook hier alleszins geen klein bier. Niet alleen omwille van de brandende zon, maar vooral omdat de trappen super hoog zijn. We heffen onze knieën tot in onze nek en hijsen onszelf naar de top waar we beloond worden met een prachtig zicht op het Amber Fort en de omliggende bergen. Voordat we naar de stad terugkeren, houden we nog even halt bij de Jal Mahal. Dit Waterpaleis ligt in het midden van een meer en is absoluut een stop waard. Zelfs al is het gebouw niet open voor bezoekers, toch kan je er een tijdlang in alle stilte genieten van de vele verschillende vogels in de buurt. Op voorwaarde dat je weet stand te houden tussen de honderden ratten die van deze oever hun thuis hebben gemaakt. 


Pikante baksteen

 

Dineren doen we op aanraden van TripAdvisor bij Yellow House waarbij we ons tijdens het zoeken naar een restaurant vooral hebben laten verleiden door hun serveuse, Ruby. Zij is de robot die er de gerechten rond brengt en de borden nadien weer afruimt. We bestellen een pizza en wachten twintig minuten lang tot ze aarzelend en met omwegen onze tafel zoekt. Haar computerstem wenst ons smakelijk eten. De Indiërs lachen zich een breuk. Dat doen wij uiteindelijk ook, maar dan wel om de pizza zelf. Wij kennen de Margherita als een deeggerecht met tomaat en gesmolten kaas, maar hier serveren ze ons een pikante baksteen. Een betere vergelijking kunnen we helaas niet maken. De bodem is bikkelhard en de topping is niets meer dan een pikant poeder. De bijgeleverde fles water volstaat niet om de brand in onze mond te blussen en dus kunnen we niet anders dan Ruby met halfvolle borden terug naar de keuken te sturen. 


Tegen zes uur stappen we de Raj Mandir binnen. Dat is een wereldberoemde cinema die volgens CNN op de derde plaats van mooiste bioscopen ter wereld staat. Een terechte beoordeling wat ons betreft want het roze en ouderwetse interieur straalt een bepaalde charme uit. Er is slechts één zaal waar ze vier keer per dag een van de nieuwste Bollywood films op het scherm projecteren. Bollywood is de grootste filmproducent ter wereld en dus neemt de bioscoop een belangrijke plaats in het Indische leven in. Wij kijken mee naar de komedie Pagalpanti. De acteurs spreken Hindi en dus begrijpen we geen woord. Het is drie uur lang zoeken naar een verhaal dat we uiteindelijk niet zullen snappen. Desondanks is het een onvergetelijke ervaring die dwars op onze vertrouwde cinemabeleving staat. Waar in de Belgische cinema’s soms een flauwe lach en vooral chips en popcorn gekraak weerklinkt, schreeuwen en fluiten de Indiërs hier oorverdovend hun longen leeg telkens een nieuwe acteur in beeld komt. Ook wanneer een volgend liedje begint, gaat de zaal compleet uit zijn dak. Het voelt alsof we een popconcert/comedyshow volgen. Want naast vrolijke dansmuziek vormt ook overacting een onmisbaar ingrediënt voor een Bollywood succes. De scènes zijn zo ongeloofwaardig dat ze net daardoor grappig worden. De film wordt wellicht nooit een hit in Europa, maar voor ons zet het Jaipur alleszins wel voorgoed op de kaart. 


Apegapen

 

Tijdens onze laatste dag dwalen we rustig door de stad. We passeren het City Palace (residentie van de Indische koning), de Mantar Gantar (de eeuwenoude sterrenwacht) en de Hawa Mahal (Windpaleis) dat bekendstaat om zijn gevel met meer dan vijfhonderd ramen. De prinsessen konden van daaruit de parades op straat volgen zonder dat ze zelf gezien werden door het gewone volk. Het is absoluut een niet te missen woning in een verder troosteloze drukke buurt. Dus wandelen we verder langs honderden kleine winkels naar de Monkey Temple waar naast apen ook koeien, paarden, geiten en zwijnen de plak zwaaien. De straat loopt vol en we voelen ons niet helemaal op ons gemak in deze openbare boerderij. De apen zijn onvoorspelbaar en we komen ogen tekort om ze allemaal in de gaten te houden. Dus schrikken we als er plots één de sprong naar Elines rug waagt. Gelukkig loopt hij nadien snel door, maar het doet ons toch even twijfelen voor de smalle ingang van de tempel. Zeker wanneer een man op een moto stopt en wat tomaten en bananen willekeurig in het rond smijt. In amper vijf seconden tijd komen er honderden apen uit alle hoeken aangeslingerd. Ze tonen zich agressief en vechten met elkaar om een verse hap. Pas wanneer we ons voldoende moed hebben ingepraat, wagen we ons een pad door de kolonie. 

 

Gaandeweg raken we gewoon aan hen en voederen we hen nootjes. Het is schattig hoe ze met hun lange vingers het eten uit onze handen stelen. Tot ik slechts een fractie van een seconde oogcontact maak met een kleine aap. Want dat is blijkbaar voldoende om hun verdedigingsmechanisme te activeren. Hij klopt meteen bruut op mijn arm waardoor de nootjes op de grond vallen en ik geschrokken terugdeins. Ei zo na zat ik sneller dan een aap in de kruin van een boom. We focussen dan maar op de tempel zelf. Want die is met zijn verlaten ruïnes, kleine vijvers en bijzondere beelden terecht een toeristenmagneet.


Pushkar aka ranzig blotevoetenpad

 

Met de trein en de bus verhuizen we voor een paar dagen naar Pushkar. We verblijven er in de guesthouse van Iris, een Duitse vrouw die recent naar India is verhuisd en nog moet wennen aan haar nieuwe levensstijl. Dat begrijpen we best want India verrast iedere dag opnieuw. Zo ook vanavond als er plots een koe in de lobby staat en Iris dat pas ontdekt nadat een paar van haar decoraties en papieren naar binnen zijn geslokt. Dat heb je dan als koeien een heilige status krijgen. Meer nog dan in de vorige steden bepalen zij hier het straatbeeld. En dat zorgt voor niet altijd even aangename wandelingen. 

 

Zo vormt het heilige Pushkar meer een oase van rust. Tenminste als je de vele blogs en artikelen op het internet mag geloven. In werkelijkheid merken we er niets van. Te beginnen met de priesters die je in de buurt van het meer maar wat graag een bloem schenken. Die hoor je aan het heilige water te offeren terwijl de priester gebeden predikt voor al jouw familieleden. Nadien hoef je ‘slechts’ 500 rupees per familielid te offeren om de goden gunstig gezind te houden. De scam zien we van mijlenver aankomen, maar toch ontmoeten we de ene na de andere toerist die zich hier aan heeft laten vangen. Vaak malen ze er zelfs niet om en vinden ze het een mooi en waardevol gebaar. We begrijpen er geen snars van. Of misschien toch… Pushkar staat bekend voor zijn hippiecultuur en bhang lassi (melkdrankje met marihuana) en dan zie je de wereld vaak door een andere bril.

 

Want zodra je in de buurt van het meer komt is de vrede ver zoek. Schoenen horen in een open kast en de trappen langs het water mag je enkel op blote voeten betreden. Wie niet gehoorzaamt, krijgt meteen een ziedende priester achter zich aan. Zelfs onze schoenen in de hand houden staat gelijk aan de ergste misdaad. We begrijpen er niets van. De trappen worden onder gescheten door honderden duiven, zieke zwerfhonden liggen op iedere trede en de ontelbare koeienvlaaien maken dat je geen twee meter rechtdoor kan wandelen. Bovendien ligt het water vol afval en trekt het geheel een massa vliegen en muggen aan. Uiteraard springen apen heen en weer over de gebouwen. We willen ons graag inleven in lokale culturen en willen graag geloven dat de god Brahma hier een lotusbloem liet vallen waaruit een heilig meer is ontstaan, maar dit blotevoetenpad voor durfallen gaat ons toch te ver. 

 

Ook in de omringende straten trekken we grote ogen. Winkeliers verkopen rommel aan de lopende meter en groenteverkopers bieden producten met ongekende smaken aan. Of wat dacht je van de druiven waarop we een aap ongestoord vanop een dakrand zien plassen zonder dat de verkoper ingrijpt. We leven in ons binnenste mee met de onwetende koper die nadien zal smullen van zijn extra sappige vruchten. Maar we zien ook zwervers met de vreemdste handicaps bedelen op iedere hoek van de straat. Mensen wiens onderarm een haarspeldbocht maakt, wiens voet gezwollen is tot de grootte van een hoofd en bij wie verschillende ledematen ontbreken. Maar het vreemdste van al is misschien wel een koe die bovenop haar rug twee extra poten telt. Nee, deze plek is voor ons niet het rustige walhalla. We begrijpen niet dat toeristen hier soms wekenlang blijven hangen om te herbronnen in een zorgeloze sfeer. 


De zilverpapieren goden

 

We geven Pushkar nog een laatste kans en bezoeken de Brahma tempel. Het is de belangrijkste tempel in zijn soort en geldt als absoluut heiligdom voor de Hindu gelovigen. We laten onze schoenen achter en trippelen door alle ranzigheid naar binnen. Daar kan je niet om de vele donatieboxen heen. Ze staan er in tientallen en stuk voor stuk zitten ze propvol geld. We hebben geen idee waar deze fortuinen naartoe gaan en we begrijpen nog minder dat de vele arme mensen hun enige centen hier deponeren terwijl ze buiten de tempel niet eens eten of drinken kunnen kopen. Maar er zijn nog andere rituelen waarbij wij onszelf even in de haren krabben. 

 

Centraal in het tempelcomplex drummen mensen zich voor een altaar waarop een afschuwelijk beeld wordt aanbeden. De fantasie van de Hindu kent geen grenzen. Want de beelden die zij verafgoden zijn vaak niets meer dan een grote rotsblok waarrond ze zilverpapier hebben gedrapeerd. In horden verdringen ze elkaar met een aangekocht schaaltje vol bloemen, koekjes en bindi (de rode stippen die ze op hun voorhoofd plakken). Een priester smijt er wat gepofte rijst overheen opdat ze hun aankopen gezegend mee naar huis kunnen nemen. Bij de andere gebedsruimtes luiden ze onafgebroken een bel. Sommigen leggen zich languit op de grond om iedere ranzige tegel wat properder te kussen. Anderen plakken een bindi willekeurig op de muur. Rijstkorrels worden in elke hoek van de kamer verstopt. We staren een tijdlang met open mond naar alle vreemdste rituelen die zij dagelijks herhalen. Wie heeft dit in hemelsnaam ooit allemaal bedacht?! 

 

Helaas stijgt Pushkar ook na dit tempelbezoek geen rang op onze ladder. Het is er te vuil, er valt niets te beleven, locals proberen je de hele tijd te bedotten en de vele druggebruikende hippietoeristen zijn evenmin onze meug. Dus reizen we opgelucht verder naar Udaipur waar we het City Palace en het tuincomplex Sahelykon Ki Bari verkennen. Beiden zijn niet echt goed onderhouden en blazen ons niet omver. Even vrezen we dat ook Udaipur een maat voor niets dreigt te worden. Tot we vanuit onze hotelkamer luide muziek in de straten horen.



Indisch huwelijk deel 2

 

We snellen nieuwsgierig naar buiten. Mannen in prachtige kostuums leiden er een langgerekte stoet. Hun vlaggen kondigen een huwelijk aan. Achter hen rijdt een versierde kermiswagen waarop pianisten en drummers opzwepende live muziek maken. Ze worden gevolgd door een uitgelaten bende die vrolijk en energetisch op straat danst. Helemaal achteraan lopen twee sierlijke, witte paarden. Op hun rug zitten twee broers. Zij zullen vanavond samen trouwen en zijn onderweg naar de feestzaal waar hun bruiden ongeduldig wachten. We proberen de stoet te volgen. Misschien lukt het ons zo wel om wat meer van de ceremonie te kunnen zien. 

 

Voor we het goed en wel beseffen dansen we mee in de massa. We springen alsof ons leven ervan afhangt, zwaaien met sambaballen en poseren met iedereen voor de huwelijksfotograaf. Ook de ingehuurde filmploeg krijgt ons in de gaten en bezorgt ons een rol in de trouwfilm. De groep wordt haast gek nu we met hen mee feesten. Ik vrees dat mijn kleren het niet zullen overleven en word letterlijk van hier naar daar wordt getrokken. Het zweet parelt van mijn hoofd. Maar wat is dit fantastisch. Onze dance moves en enthousiasme zijn niet onopgemerkt gebleven. Want de familie van de bruidegoms nodigt ons prompt uit op het avondfeest.

 

Dat vindt plaats in de grote tuin van een prachtig verlicht gebouw. Maar voor de bruidegom binnen mag, moet hij een reeks rituelen ondergaan. Ze binden een doek rond zijn hoofd, plakken een bindi tussen zijn ogen en spuiten scheerschuim in het rond. Met een groot zwaard prikt hij vanop zijn paard een klein beeld in de lucht aan. Daarmee bevestigt hij dat hij zijn bruid kan beschermen en goed voor haar zal zorgen. Wij verkennen intussen de omgeving. Er is enorm veel volk en iedereen apprecieert onze aanwezigheid. We lopen door de massa, zwaaien handjes en poseren onafgebroken met de andere gasten. Het is haast een pauselijke ontvangst. Iedereen dwingt ons telkens naar het uitgebreide buffet. We hadden eigenlijk al gegeten maar proeven uit beleefdheid (en eigenlijk ook onder dwang van de familie) van de verschillende gerechten en desserten. Al spijt het me geen seconde want ik ontdek er een verslavend zoet gebak. 


Marcel De Neudt

 

Uiteraard volgen we de ceremonie wanneer muzikanten op drums de komst van de bruid aankondigen. Ze loopt achter dansende kinderen richting het versierde podium. Haar jurk is kleurrijk en met gouden details afgewerkt. Ze is fel geschminkt en door haar neus zit een reusachtige gouden ring. Uithuwelijken is in India nog steeds de standaard en dus is dit de eerste keer dat het koppel elkaar ontmoet. Dat is duidelijk te merken. In de spotlights staan ze er wat onwennig bij. Gelukkig hebben ze tal van rituelen om het ijs te breken. Zo hangen ze bloemenkransen om elkaars nek en spelen ze verschillende spelletjes. Bijvoorbeeld met een pot gekleurd water waarin ze naast stenen ook een ring verstoppen. Het is dan de bedoeling om zo snel mogelijk de ring naar boven te vissen. 

 

Intussen hebben wij zelf ook een bloemenkrans rond de nek gekregen en gaan we helemaal in het feest op. Maar naarmate de avond vordert, worden de gasten opdringeriger. En er lopen best wat verschillende figuren rond. Vooral de Indische dubbelganger van Marcel De Neudt uit de Familie Backeljau weet van wanten. Hij knuffelt me de hele tijd, laat mijn hand niet meer los en brabbelt pure wartaal. Hij wil dat we dansen, dat we eten en dat we de hele tijd selfies nemen met het bruidspaar. Wanneer ook de plaatselijke jeugd zich steeds meer opdringt, beslissen we dat we beter terug naar het hotel keren. Maar een jongeman is duidelijk nog niet klaar voor ons afscheid. Hij volgt ons op zijn motor en smeekt ons om morgen opnieuw af te spreken. Het is een opdracht om hem af te schudden. Iets wat ons pas na veel moeite lukt. Hij roept ons nog luid ‘I love you’ toe voordat hij in de duisternis verdwijnt. Wat een avond!



Potje op, petje af

 

Een dag later staat alweer een volgende show op de planning. Dharohar is een verzameling van verschillende traditionele en culturele dansen. Een kleine liveband zingt de avond aan elkaar. Vrouwen dansen met belletjes aan hun handen en voeten. Met een touw slaan ze de bellen aan en zorgen zo voor een apart geluid. Anderen dansen volledig gesluierd in kostuums en lijken wel een dansende regenboog. Er is ook plaats voor humor wanneer een geschilderde man als tijger over het podium kruipt. Of wanneer een dikke, norse man de poppen aan zijn touwen laat dansen alsof het echte danseressen zijn. Maar ieders mond valt pas echt open van verbazing als een oude, mollige vrouw haar opwachting maakt. Op haar hoofd bouwt ze een hoed van potten. Die groeit in geen tijd tot een reusachtige toren. Intussen danst ze vrolijk in het rond. Haar voeten staan op een gouden schaal waarvan de scherpe randen ongetwijfeld in haar voeten snijden. Maar haar mond verrekt geen spier. Uiteindelijk balanceert ze tien potten op haar hoofd. De toren is minstens even groot als zij zelf. En haar prestatie wordt nog grootser wanneer ze met blote voeten in een bak vol glasscherven gaat staan en zonder verpinken blijft verder dansen. Het publiek lust er pap van en de handen gaan luid en lang op elkaar. Terecht, want deze prestatie heeft ook onze verwachtingen overtroffen.


De eerlijke vinder van oneerlijk geld

 

Met een nachtbus rijden we naar Jaisalmer. De hoge bus telt binnenin twee verdiepingen. Wij slapen boven en staan versteld van de kleine ruimte achter glas. Hoewel het veel weg heeft van een aquarium, voelen we ons er allesbehalve als een vis in het water. Onze lamp is gestolen. Gelukkig maar want we willen deze vuile ruimte liever niet in detail zien vooraleer we er de nacht hebben overleefd. Bovendien lijkt het stof op een ware natuurramp zodat we onze longen maar voor dertig procent proberen te vullen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de rit zelf. De bus schokt vreselijk hard en we hobbelen heen en weer over de matras. De ramen schuiven daardoor vanzelf open en laten een koude wind binnen. We beleven een nachtmerrie met open ogen. Dus zijn we blij dat we na dertien uur uit deze horrorbus kunnen ontsnappen. 

 

Maar Jaisalmer brengt snel troost. De Golden City stelt niet teleur en in tegenstelling tot het zogezegde roze van Jaipur begrijpen we de koosnaam van de stad meteen. Alle gebouwen schitteren als gouden edelstenen in het zonlicht. De huizen zijn prachtig en met gedetailleerde uitgesneden zandstenen versierd. We verkennen het grote fort dat ons aangenaam verrast. Zeker wanneer we in het afval een briefje van 200 rupees vinden. Het ligt doorweekt in een afvoer waarlangs alle smurrie en vuiligheid van de stad passeert. Maar als backpacker op budget aarzel je niet om je hand in het gore water te steken. Een man biedt ons zijn hulp en droogt het biljet op een lamp in zijn winkel. Wanneer we later op de avond ons diner willen betalen, verstoppen we het halfdroge en vuile papier tussen enkele andere biljetten. Maar de ober komt even later terug en wrijft het geld onder onze neus. Het blijkt vals geld. Speelgoedgeld zelfs. Het staat er bovendien duidelijk op: CHILDREN BANK. Woops! Gelukkig hadden we nog voldoende cash op zak om aan een avond afwassen te ontkomen.


1000 sterren hotel

 

We overnachten in een kleine, maar gezellige kamer. Het gebouw is haast een kunstwerk en ligt verscholen in een rustige buurt. Het is bijna niet te geloven dat we voor onze overnachting slechts 160 rupees of 2 euro betalen. In de namiddag vertrekken we per jeep naar de Thar woestijn. Onderweg stoppen we bij een oase, drinken we thee in een woestijndorp en bezoeken we een afgelegen fort. Tegen de late namiddag houden we halt in the middle of nowhere. Die plek ligt blijkbaar veertig kilometer van Jaisalmer. Van hieruit trekken we verder per kameel. De gids raadt ons aan flink achterover te leunen maar ik heb zijn Engels nog niet helemaal ontcijferd of het beest zwiept me al naar voor in zijn nek. Het is hilarisch om rechtop te geraken. Anderhalf uur lang dobberen we op het schip van de woestijn. Echt comfortabel kan je de rit niet noemen, maar leuk is het zonder twijfel. We lopen door struikgewassen, over rotsen en in het zand naar een afgelegen plek vol hoge zandduinen.

 

Daar zijn we getuige van een fenomenale zonsondergang. De lucht gaat over van blauw naar oranje, roos, rood en paars. We zitten ver van de bewoonde wereld en worden één met de natuur. De gidsen steken het kampvuur aan en bezorgen ons takken waarmee we het brandend kunnen houden. Intussen bereiden zij wat verderop een Thali set van rijst, linzen, groenten en chapati. Zelfs met wat verdwaalde zandkorrels erin smaakt het overheerlijk. De gidsen entertainen ons met gezang en we hebben een leerrijke babbel met Sumar. Hij is een oude man die ons met liefde en respect de geheimen van een woestijnleven leert kennen. 



Tegen elf uur verhuizen we naar een duin wat verderop. Het temperatuurverschil tussen dag en nacht is hier immens, maar gelukkig voorziet hij voldoende dekens. Sumar wil dat we niets tekort komen en zou zelfs zijn eigen dekens aan ons afstaan opdat we het maar warm genoeg hebben. Zodra we goed liggen, laat hij ons alleen. Daar liggen we dan, in het zand van deze uitgestrekte woestijn. Het is een overnachting in een kamer met 1000 sterren. Letterlijk. We willen liever niet slapen want de heldere lichtjes boven ons zijn zo mooi. Op korte tijd zien we zeven shooting stars. Nooit eerder was ik getuige van zo’n natuurverschijnsel, maar hier vliegen ze haast rond je oren. Het gebeurt in een flits. Na twee seconden zijn ze alweer in het niets verdwenen. We wensen erop los maar wat kunnen we eigenlijk meer verlangen dan de plek waar wij deze nacht mogen doorbrengen? 

 

Telkens wanneer we even wakker schieten zijn we ondersteboven van ons prachtige plafond. Dat krijgt in de ochtend opnieuw de mooiste kleurschakeringen als de zon ons een nieuwe dag schenkt. Rondom ons zien we overal sporen van dieren in het zand. Honden, konijnen, vossen, … Het lijkt erop dat we uiteindelijk toch niet helemaal alleen hebben geslapen. Sumar serveert ons havermout, toasts, bananen en yoghurt als ontbijt zodat we met een goed gevulde maag terug op de rug van de kamelen kunnen kruipen. Volledig ontspannen lopen we naar de rand van de woestijn waar we afscheid nemen van onze gidsen. Dit was een prachtige ervaring die we zonder twijfel bij de hoogtepunten van onze reis tot dusver ranken. Het was afwisselend, leerrijk en een ontmoeting met een totaal andere wereld. 


Lotus Temple

 

De nachttrein voert ons naar New Delhi. De rit duurt twintig uur en de nacht is best koud zodat we vrij belabberd in de Indische hoofdstad aankomen. Het is een van de vuilste en drukste steden ter wereld en dus beperken we ons bezoek tot één dag waarin we uiteindelijk niets merken van alle negatieve vooroordelen die we over deze stad hoorden. Het metronetwerk is kraaknet, goedkoop en zo gebruiksvriendelijk dat we het zelfs tot de beste metro’s die we ooit zagen durven rekenen. En ook New Delhi verwondert ons met zijn brede lanen en groene parken. Wegens tijdsgebrek moeten we een keuze maken qua bezienswaardigheden maar het spreekt voor zich dat de Lotus Temple voor iedereen een verplichte stop in deze stad is. 

 

Het gebouw is groot, origineel en vooral druk bezocht. De toegang is gratis maar in de plaats daarvan gelden er enkele strenge regels. Schoenen zijn net als fototoestellen verboden en stilte is een gebod. Het interieur is niet overweldigend maar de vorm van het gebouw laat je een tijdlang geboeid kijken. Dieper in de stad bezoeken we ook het Wonders of Waste park. Hier worden verschillende wereldberoemde bouwwerken gereconstrueerd op basis van afval. Zo maken ze van oude motoren, kettingen en gedumpt ijzer een perfecte kopie van het Colosseum, de Eiffeltoren, Taj Mahal of de toren van Pisa. We juichen het concept alleen maar toe want het afvalprobleem in India is enorm.

 

We hebben spijt dat we uiteindelijk niet langer in Delhi kunnen blijven. Maar we hadden onze volgende treinrit van zeven uur al eerder vastgelegd. Die brengt ons naar Amritsar in het district Punjab. We verblijven er met enkele Indiërs, Italianen en Chinezen in een hostel, gerund door een kleine man. Al kan je vrijwel iedereen als klein omschrijven naast Horsie, de hond die er woont en gerust als paard mag omschreven worden. Het beest is groot, log en jaagt zelfs de eigenaar de stuipen op het lijf. Hij heeft een lange ketting om zijn nek maar heeft zichzelf onlangs bevrijd. Dus doet de eigenaar de hele tijd zijn best om Horsie af te leiden zodat hij de ketting kan grijpen en zijn paard veilig voor zijn gasten kan opsluiten in de keuken. Maar stressloos door het gebouw lopen zit er daardoor helaas nooit in. Zo kostte het Eline een half uur om Horsie af te leiden toen ze ’s nachts dringend naar het toilet moest. Uiteindelijk toonde hij zich vreedzaam en bood hij zelfs zijn poot aan, maar een hechte vriendschap zit er wellicht nooit in.


Sjieke Sikh tempel

 

Amritsar ligt erg afgelegen en toeristen komen hier slechts met één reden naartoe: de Golden Temple. Maar die reden is alle moeite meer dan waard. Het tempelcomplex is uniek en geldt als belangrijkste gebedsplaats voor de Sikh. Iedereen is er gratis welkom, ongeacht het geloof, afkomst, ras of geslacht. De aanhangers van de Sikh vallen in de massa meteen op. Ze dragen zwaarden, zilveren armbanden en een opvallend grote tulband. Daaronder knopen ze hun meterslange haren bij elkaar want in hun geloof is het niet toegestaan om de haren te knippen.

 

Ondanks de drukte heerst er een vredige sfeer. En in tegenstelling tot de meeste Hindu tempels vind je nergens afval op de grond. Het water rond de tempel is helder en overal zie je grote Koi vissen zwemmen. De Sikh religie vindt zijn oorsprong in de zestiende eeuw toen tien mannen elkaar als goeroe opvolgden. Nadien is er nooit meer een volgende aangesteld, maar hun gelovige teksten zijn als elfde goeroe gebundeld in de Guru Granth Sahib, het heilige boek voor Sikhs. Overal zie je priesters in kleine gebedsruimtes lezen in deze reusachtige boeken. En de grootste van al bevindt zich in het hart van dit complex, de gouden tempel.

 

Die blinkt in het midden van het meer in de zon. Het duurt twintig minuten om in de lange wachtrij naar de inkom te schuifelen. Binnen is het klein en de op elkaar gedrukte massa maakt een bezoek niet gemakkelijk. We vinden wat meer rust op de eerste verdieping. Daar ontdekken we pas echt het unieke interieur van dit gebouw. Alles is er van goud. De muren, het plafond, de balustrades tot zelfs het drumstel en de piano van de live band toe. Die zingt de hele dag door de gebeden aan elkaar. Via luidsprekers en televisies wordt hun optreden over de hele tempel verspreid zodat iedereen het vanuit elke hoek kan volgen. 

 

Alle bezoekers offeren bergen geld. Met grote messen scheppen de Sikh het fortuin op een hoop om het vervolgens in grote kisten te verzamelen. Die zijn veel te klein om alle briefjes vast te houden. Toch blijven ze er de geldstroom in afwachting van een nieuwe kist bij proppen. Ik zie zelfs verschillende biljetten in twee scheuren. Ik weet niet waar eerst te kijken. Volg ik de chaos binnen, dan mis ik de schoonheid van deze bijzondere tempel. Focus ik op de gouden infrastructuur, dan ontgaat me het bizarre gedrag van de mierennest van gelovigen onder me. Voor de zoveelste keer vragen we ons af aan wiens handen al dit geofferde geld zal blijven plakken. Maar eindelijk krijgen we een perfect antwoord waar we vrede in vinden. 



Free food

 

Want aan de rand van de tempel bevindt zich de Langar Hall. Dat is een groot gebouw waar iedereen de hele dag door gratis kan komen eten. Dagelijks stillen er 100.000 mensen hun honger. Om dat te realiseren heb je dus veel geld nodig. En een grote keuken met veel vrijwilligers uiteraard. Dus stropen we zelf de mouwen op en bieden onze hulp aan. Met zware manden lopen we door de hal om de mensen van chapati (soort brood/pannenkoek) te voorzien. Het is leuk en bovendien maken we ons nuttig en geliefd bij de plaatselijke bevolking. Maar ook achter de coulissen steken we een tandje bij waar we sleuren met 25 kg zware potten rijstpap of roeren in de pruttelende curry. Met een roeispaan welteverstaan. Want deze potten zijn onvoorstelbaar groot. Ook bij de afwassers zetten de vrijwilligers zich stevig in. De borden en bekers vliegen aan een onnavolgbaar tempo door de wasbakken. Wat verderop versnippert een groep mensen grote zakken aardappelen en uien. Wauw! Dit is zonder twijfel de grootste en interessantste keuken die ik ooit zag. 

 

Uiteraard knielen we ook zelf neer om ons energiepeil na het harde labeur terug op te krikken. Onze ex-collega’s vullen onze borden en bekers de hele tijd bij. We eten curry, dal, chapati en rijstpap tot we zelf geen pap meer kunnen zeggen. Maar wat is dit lekker! We bezoeken aan de overkant van de straat de bijhorende ashram. Bij de eerste aanblik denk je spontaan aan een groot gevangenisgebouw. Maar niets is minder waar. Want de binnenkoer en alle cellen in de drie verdiepingen hoge buitenmuur worden gratis ter beschikking gesteld voor mensen die hier willen overnachten. Iedere ruimte is dan ook verhuurd en zelfs de gangen liggen er vol. De Golden Temple op zich is al verbluffend. Tel daar de vele mooie initiatieven bij en je komt tot het besluit dat dit een unieke plek is waarvan de hele wereld, inclusief ons Belgenlandje, nog veel kan leren. Hier zijn samenwerken, samenhorigheid, liefdadigheid en solidariteit geen loze begrippen. 


Feesten op een oorlogsgrens 

 

Amritsar staat voor ons als symbool van vrede. En dat is absoluut geen sinecure voor deze stad die als laatste Indische stad voor de Pakistaanse grens ligt. India en Pakistan voeren al decennialang oorlog en in het district Kashmir vinden er nog dagelijks aanslagen plaats. Dan is het des te opmerkelijk dat we per tuktuk naar de feitelijke grens kunnen rijden om daar een bijzonder spektakel bij te wonen. De Wagah Border ligt exact op dertig kilometer tussen Amritsar en Lahore. Wie kanonnen en sluipschutters verwacht, wrijft zich verward in de ogen als hij er een groot stadion binnenwandelt. Mannen verkopen er t-shirts, petten, vlaggen, … aan de tienduizend opgekomen Indiërs. Aan de andere kant van de grenspoort voltrekt zich een gelijkaardig fenomeen. Twee landen die elkaar niet kunnen luchten, maken zich op voor een ongezien spektakel dat elke avond wordt opgevoerd. 

 

Tomorrowland muziek schalt door de boxen. Alle Indiërs schreeuwen, applaudisseren en dansen om ter hardst. De sfeer doet je denken aan een nokvol Sportpaleis. Wat een feest! Tegelijk komt de boel ook aan Pakistaanse zijde op gang. Hun tribune is kleiner maar toch ook helemaal uitverkocht. Een man met één been staat er in het midden op de weg. Hij draagt een grote vlag en spint honderden keren rond zijn as. De massa gaat uit zijn dak voor zijn onmiskenbare talent. Tegen half vijf voel je de spanning groeien. Boven in de tribunes blazen soldaten aan weerszijden op hun trompet. En dan gaat de grenspoort plots voor even open. 

 

In het midden van de weg staan twee colonnes recht tegenover elkaar. Eén voor één snellen de soldaten naar hun vijand bij de poort. Met grote stappen maken ze veel vaart. Ze zwieren hun benen zo hoog dat de voeten tot tegen hun neus komen en zwaaien hun armen er haast af. Op de grens houden ze halt. Ze staan oog in oog met hun Indische of Pakistaanse tegenstander en kijken elkaar dreigend aan. Er volgen waarschuwingen met opzichtige gebaren. Het is een hilarisch tafereel. Een andere soldaat moedigt in zijn micro het publiek aan om nog harder te schreeuwen. Ze moeten ons gejuich tot in het verre binnenland van Pakistan kunnen horen. Het hele stadion staat in rep en roer. Wanneer beide colonnes elkaar het wit uit de ogen hebben gekeken, is het tijd om de vlaggen te laten zakken. Ze worden met diagonale touwen naar elkaar toe geschoven waarna ze vliegensvlug worden opgevouwen en weggedragen. De soldaten marcheren in troep weg van de grens en de poort gaat opnieuw onherroepelijk dicht. 

 

Dit spektakel tart alle verbeelding. Want hoe is het mogelijk dat twee landen in oorlog, waar dagelijks dodelijke slachtoffers worden gemaakt, zo’n groot en gezamenlijk feest kunnen organiseren. Het spektakel staat bol van humor, patsergedrag en vaderlandsliefde en is zo ongeveer het vreemdste wat we ooit zagen. Het is een perfecte afsluiter voor onze reis door Noord-India. Morgen stappen we aan boord van een trein die ons in 60 lange uren naar het zuiden zal brengen. Jawel, India is groot(s)… 


Reactie schrijven

Commentaren: 2
  • #1

    Tamara (zondag, 29 december 2019 10:08)

    Bizar, mooi, vreemd, wonderlijk,..... Prettige jaarwissel!

  • #2

    Viviane (zondag, 12 januari 2020 14:52)

    Lieve buren, kunnen jullie alles nog wel vatten? Er komt met momenten zoveel op jullie af, zo bizar en overweldigend. Blijf ervan genieten zoals wij genieten van jullie verhalen. Wees vooral voorzichtig! �