· 

Onze reis door Laos

Lan Xan Hom Khao. Excuseer, u zegt?! Het Koninkrijk van een Miljoen Olifanten Onder de Witte Parasol. Jawel, koning Fa Ngum toonde zich reeds in de veertiende eeuw een uitmuntend marketeer toen hij zijn nieuwe koninkrijk uitriep. Want geef toe. Met zo’n naam prikkel je zelfs bij minder avontuurlijke reizigers een reisdrift vol ongeremde fantasie. Maar de gruwelijke en sombere erfenis uit een recent oorlogsverleden schudt je meteen wakker. De titel van ‘meest gebombardeerde land ter wereld per capita’ ontsiert nog steeds de trofeeënkast van het hedendaagse Laos. Pas in de jaren negentig openden de grenzen opnieuw voor toerisme. Dus trokken we twee weken lang nieuwsgierig door voor velen ongekend terrein. Net op tijd. Want het onfortuinlijke land staat binnenkort een nieuwe dreiging te wachten...

 

De eindeloos lange Mekong rivier vormt een natuurlijke grens tussen Thailand en Laos. Aan de noordelijke grenspost schudden beide landen elkaar de figuurlijke hand via de Friendship Bridge. Maar na onze fantastische Thaise weken is het vooralsnog even zoeken naar een oprechte vriendschap met Laos. Daar heeft de grensovergang alvast een aandeel in. Niet dat de wachttijden hoog oplopen. We staan er ei zo na alleen. Dus zetten ze alles op alles om hun kas te spijzen. Een rit per tuktuk naar het Thaise douanegebouw, het visum, de verplichte twee minuten durende busrit over de brug, de tuktuk naar het dorp, ... We slikken even bij de prijzen die in de tien- en honderdduizenden oplopen. Maar gelukkig leren we snel dat de komma bij de Laotiaanse kip (munteenheid van Laos) vier sprongen naar rechts maakt ten opzichte van onze euro. En dat maakt dat we voor het eerst in ons leven als rasechte miljonairs door de straten flaneren. 


National Geographic: de Mekong

 

Het grensdorp Huay Xai biedt niet veel spanning. Dus stappen we de ochtend erop aan boord van een lange boot. Stoelen 86 en 88 zijn voor ons gereserveerd. Helaas stopt de nummering op de laatste stoel bij 70. Dus moffelen we het papiertje snel weg en verdedigen ons territorium met de trots van een kersverse miljonair. Onze vernieuwde status steekt fel af tegen de luxe van de boot. De stoelen komen uit een verzameling van gesneuvelde stoffen zetels, het roer is een derdehands autostuur en roest wordt de verf van de toekomst. Maar gelukkig meten we ons in aangenaam gezelschap. Mike, Nok, Tim en Francisco ontpoppen zich tot charmante gesprekspartners. Tot de motor iedereen brullend overstemt. We zijn vertrokken voor een uur of acht. 

 

In die tijd ontdekken we slechts een fractie van de 4900 kilometer lange Mekong rivier, maar dat blijkt voldoende om te beseffen dat dit geelbruine water van groot belang is voor de lokale bevolking. Overal zijn mensen druk in de weer. Vrouwen doen de was, vissers werpen hun bamboelijnen uit, smalle boten varen af en aan met gewassen en goudzoekers filteren de bodem op zoek naar blinkende voorspoed. De armoede is vanop het water voelbaar. Gelukkig zorgen de zwaaiende kinderen voor hoop terwijl ze ravotten tussen de koeien. Een speeltuin die trouwens zijn gelijke niet heeft. De hele dag door slalommen we tussen groene heuvels aan weerskanten, verlaten stranden, bananenplantages en grillige rotsformaties in het water. Dit voelt als een live uitzending van National Geographic. 



 

Nog een dag op de boot

 

We overnachten in Pakbeng. Het kleine dorp ligt verstopt in de natuur en staat bekend om zijn feestgedruis. Wij sturen onze kat en laten de stapel flyers voor gratis Lao Lao en andere whisky wijselijk onaangeroerd. Zo maken we de ochtend nadien deel uit van de minderheid die zonder kater terug aan boord stapt voor de tweede lange etappe over de Mekong. Omdat er vandaag slechts één van de twee slowboats afvaart, zit de kroeg stampvol. Backpackers geven flessen alcohol door of slapen hun roes uit. Wij verzeilen op het achterdek en verbroederen met een hele groep jongeren. De uitzichten zijn iets minder uitgesproken tot de bouw van twee gigantische bruggen de interesse wekt. Op de hoge kranen staan Chinese opschriften. Blijkbaar werkt China hier naarstig aan een spoorlijn richting Singapore. Wat betekent dat het minder bezochte Laos weldra overspoeld wordt door miljoenen Chinezen. De authenticiteit, het toerisme en de hele economie van het land staan voor een grote metamorfose waar de arme Laotiaan wellicht niet mee van profiteert. 

 

Tegen de avond meren we aan. Niet in Luang Prabang zoals het eigenlijk op ons ticket staat aangekondigd, maar wel een zestal kilometer voor de stad. Door de pier te verleggen creëren ze een extra bron aan inkomsten. Een slimmigheid die ze sinds enkele jaren haast overal in Laos tot vervelens toe inzetten. Lopen naar de stad is te ver en dus staan de dure tuktuks ons in rijen op te wachten. De frustratie is bij iedereen voelbaar, maar wij willen deze maffia niet sponsoren. Koppig lopen we een halve kilometer verder naar de grote weg waar we de auto’s tot stilstand proberen te krijgen. Lang hoeven we niet te wachten. De vijfde pick-up stopt een paar meter verderop. Met gebaren maken we duidelijk dat we zonder betalen naar de stad willen. We klauteren in de koffer en steken even later een colonne van propvolle tuktuks voorbij. Sorry guys!


De zwarte boekhouding

 

Downtown versieren we twee bedden in een hostel. De receptionist draagt een voetbalshirt en focust zich zonder opkijken op zijn computerspel. Enkel voor dringende vragen krijg je hem uit zijn concentratie. Als je hem überhaupt al wakker krijgt... Hij lijkt amper een jaar of zestien en stuntelt wat Engelse klanken bij elkaar terwijl hij zich een weg zoekt in zijn labyrint van administratie. Zijn onschuldige blik maakt hem haast schattig. Tot je wat meer tijd doorbrengt in zijn lobby, enkele discussies afluistert en zijn masker doorzichtig wordt. Want achter die hulpeloze houding verstopt hij een zwarte boekhouding. 

 

Vraag maar aan de Italiaan die zijn paspoort als waarborg inruilde voor de huur van een scooter en de zaken graag opnieuw wil uitwisselen. Dat kan. Mits betaling van een boete van 1.000.000 kip (ongeveer 100 euro en een half Laotiaans maandloon). De politie had hem gefotografeerd bij een overtreding en de receptionist had intussen de betaling van de boete aan de agent voorgeschoten. De Italiaan valt uit de lucht. Hij heeft nergens een agent gezien en informeert naar de bewuste foto. Die bestaat uiteraard niet. Maar de receptionist houdt met het paspoort, het belangrijkste document voor een reiziger, alle troeven in de hand. Een lange discussie met tolk en vele telefoongesprekken later neemt de receptionist vrede met de helft van het bedrag. Waarmee hij eigenlijk zijn schaamteloze scam bekent. Net als die keer toen  twee meisjes bij het uitchecken de sleutel nonchalant op de toog droppen en hij hen een onverwachte rekening presenteert. “Wij hadden toch al bij aankomst betaald”, foeteren ze. Maar facturen of betaalbewijzen zijn vooralsnog overbodig in Laos en dus zit er niets anders op dan hun verblijf een tweede keer te betalen. De hulp inroepen van de corrupte politie brengt je wellicht enkel nog meer schulden. De Laotianen mogen een vriendelijke reputatie hebben. Onze zintuigen staan voortaan alvast op scherp.    

 

 

Unexploded Ordnance (UXO)

 

Al overvalt je meteen een gevoel van medelijden na een bezoek aan het UXO museum. Daar maken we kennis met de droeve geschiedenis en moeilijke hedendaagse leefomstandigheden van deze bevolking. Laos is tot op heden het meest gebombardeerde land ter wereld per capita. En dat terwijl zij zich tijdens de Vietnamoorlog als neutrale eenheid profileerde. Amerikaanse gevechtsvliegtuigen verspreiden tussen 1964 en 1973 tot 80 miljoen bommen over dit land. Dat is meer dan in alle landen tijdens de Tweede Wereldoorlog samen. Miljoenen bommen komen tot ontploffing met desastreuze gevolgen, maar daarna blijft het hele land achter als een slapend mijnenveld. Heel wat instanties zetten zich de laatste decennia in om de bommen onschadelijk te maken. Maar het duurt wellicht nog minstens 100 jaar voordat de bodem in Laos minder explosief zal zijn. 

 

Dat zorgt nog al te vaak voor verschrikkelijke taferelen. Boeren kunnen hun land amper bewerken om het arsenaal aan ondergrondse munitie koest te houden. Kinderen spelen in velden, akkers en bossen en zijn blind voor de gevaren om zich heen. Ze voetballen en tennissen met opgegraven stenen en gevonden rotsen, niet wetend dat het bommen kunnen zijn. Ondanks educatieprogramma’s sterven nog steeds mensen of raken ze levenslang verwond. Ze verliezen ogen, ledematen en lijden ook psychologisch onder hun beperkingen of pestgedrag. De gewonde ziet zijn leven veranderen. Maar de consequenties zijn groter dan dat. Medische kosten kunnen een dorp op stelten zetten waardoor familieleden meerdere dagtaken moeten combineren. Oogsten en inkomsten verminderen zodat problemen zich opstapelen. Soms zo erg dat families actief op zoek gaan naar bommen. De prijs van het ijzer moet hen overeind houden. Dat betekent dat zij zonder enige voorkennis met gevaarlijke bommen in hun handen rondlopen. Hebben de machts- en geldbewuste leiders en meedogenloze soldaten ooit stilgestaan bij deze erfenis die hun daden hebben veroorzaakt? 


Het leven zoals het niet is: Instagram filters

 

We komen aangeslagen buiten. Geen van ons twee had weet van deze geschiedenis. En plots valt het op dat her en der in het straatbeeld mensen een hand, arm of been missen. We besluiten onze gedachten te verzetten op de top van Mount Phousi. De kleine heuvel garandeert volgens heel wat bronnen een romantische zonsondergang. Die bronnen worden klaarblijkelijk veelvuldig geraadpleegd, want op de kleine top krioelt het van de mensen. Sommigen zoeken heil op gevaarlijk overhangende rotsen of hangen zelfs in de bomen. De zon die achter onze rug in de heuvels en de Mekong rivier zakt, krijgt bijgevolg nauwelijks onze aandacht. We vergapen ons liever aan een mierennest van toeristen vol frustratie, haantjesgedrag en een ziekelijke drang naar volgers op Instagram waar ze hun foto’s met tientallen filters overgieten tot het aan hun sprookjeswensen voldoet en het resultaat niets meer dan een persiflage van de werkelijkheid blijkt. Zodra de grote rode bol verdwenen is, haast de massa zich naar beneden voor een klopjacht op nieuwe kiekjes, volgers en social media bekendheid. Ze hebben geen oog voor de verkleurende lucht die de zonsondergang zelf tot een pover voorprogramma degradeert. De zon is exact elf minuten onder en we blijven alleen achter op de tribune. We begrijpen er niets van. Reizen is toch onthaastend, niet?  


 

De Kuang Si Falls en haar betoverende water

 

De Kuang Si Falls lokt vrijwel iedere toerist buiten het centrum van Luang Prabang. Daar leven 34 beren in een reservaat. Vanop nauwelijks een paar meter vallen hun grote klauwen en scherpe nagels op. De beren zijn actief en speels en verleiden ons om de rest van de dag in hun gezelschap door te brengen. Maar iets meer verscholen in de bossen blinkt nog een grotere parel. Tientallen turquoise vijvers vullen zich met het helderste water dat van hoog uit de groene bergen naar beneden dondert. Het paradijs heeft hier een thuis gevonden. Het doet ons sterk denken aan de Plitvice meren in Kroatië, maar dan zonder massatoerisme en met de optie om in het koude water te plonzen. Luang Prabang geldt volgens velen als verplichte stop tijdens een reis door Laos en daarin spelen deze watervallen wellicht een voorname rol. Wat ons betreft zelfs de hoofdrol. Want ondanks gezellige straten vol oude Franse architectuur en Aziatische markten steelt de stad zelf ons hart niet.  



Op weg naar Phonsavan

 

We reizen door naar Phonsavan. Onze bus is klein en typisch Laotiaans overboekt. Daardoor krijgt onze bagage een plek op het dak en puzzelen wij op klapstoeltjes in elkaar. Beenruimte is er niet en ons zitvlak trekt al na een handvol minuten in kramp op de harde stoelen. Gelukkig is het amper 260 kilometer rijden. Het wegdek is in verrassend goede staat. Iets wat we buiten de steden niet meteen hadden verwacht. Het sterkt ons geloof dat onze achterwerken een snelle verlossing kunnen vinden. Helaas baart de bus ons meer zorgen. Een verbrande geur valt niet langer te negeren wanneer ze in het midden van een helling pruttelt. Lap. Ik had daarstraks al een wenkbrauw gefronst toen de chauffeur in een overall vol vetplekken instapte en zag nu plots het volledige plaatje. De man stapt uit, graait sakkerend wat moersleutels en een hamer uit zijn koffer en verdwijnt voor een paar minuten onder de bus. We schudden heen en weer en schrikken bij het gedreun van een hamer. Alsof er geen vuiltje aan de lucht is, stapt hij in en brengt ons verder... naar de volgende helling. Uiteindelijk heeft zijn wrak vier spoedoperaties nodig. De laatste twee uur schakelen we niet hoger dan de tweede versnelling. Zelfs in het dorp Ban Pangpang komt er geen schot in de zaak. Na negen lange uren bollen we de parking op. Uiteraard ligt dat parkeerterrein weer kilometers van de stad en graaien tuktuk chauffeurs onze bagage al voor onze ogen weg. Ach, we zijn al blij met een zachte stoel.  


Met Souk op zoek

 

Phonsavan stelt als stad niet veel voor. Enkele drukke banen ontmoeten elkaar in een desolaat gebied vol heuvels. De stad ligt bovendien in het centrum van een van de meest gebombardeerde gebieden van het land. De toerismesector lijkt er een vogel voor de kat. Maar dat is zonder een mysterieuze aantrekkingskracht gerekend, de Plain of Jars. Duizenden stenen kruiken liggen hier al eeuwenlang verspreid in de velden. Niemand weet vanwaar ze komen en niemand weet welk nut zij dienden. Legendes, speculaties, wetenschappelijke onderzoeken en complottheorieën houden discussies gaande. Dus gaan wij met onze lokale gids Souk een dag lang op zoek naar de waarheid. 

 

Souk pikt wat verder in de stad Wendy en Sylvia op. Wendy is een buitenbeentje. Met haar eeuwige glimlach komt ze zelfzeker en vastberaden over, maar toont ze tegelijk haar gestoorde kantje. Zo hangt ze tijdens de middag dertig minuten lang boomknuffelend in de kruin van een boom om te mediteren over ons vraagstuk. Wendy is uit rustiger hout gesneden. Ze is de stille kracht, gaat maniakaal met haar camera tekeer en verzamelt een schat aan bewijsmaterialen. Daar durft ze ver in te gaan. Halverwege de tocht staat ze plots met vijf overvolle zakken plastic afval in haar handen. Ze heeft het hele domein opgeruimd. Het Brits-Duitse duo ontpopt zich op die manier als ideale rechercheurs. Meer zelfs. Zij reizen in zeven weken tijd de hele wereld rond met slechts één doel voor ogen: oude en mysterieuze vindplaatsen ontrafelen. Met hun voorkennis, oog voor details, kritische blik en een onstilbare honger naar de waarheid vuren ze de ene vraag na de andere af. Zowel ons brein als onze fantasie klopt overuren. 


Feiten vs. interpretaties 

 

Overal liggen stenen kruiken die archeologen op een ouderdom van 2000 jaar schatten. Sommigen lijken intact, anderen zijn gebroken of vernield door aardbevingen, vandalisme of oorlogsbombardementen. Ze bestaan in alle maten en gewichten waarbij de grootste zes ton weegt en drie meter hoog reikt. De kruiken lijken van beton maar zijn eigenlijk geboetseerd uit zandsteen. Tijdens het regenseizoen is dat gesteente zacht genoeg om het met behulp van dierlijke botten tot kruiken uit te hollen. De inhoud is spoorloos. Buiten bladeren, grond en een leger aan spinnen is er geen duidelijk bewijs achtergebleven. 

 

De meest courante verklaring wijst op graftombes. Bij opgravingen in de jaren dertig zijn menselijke botten in de buurt gevonden. De kruiken liggen overal buiten de dorpsgrenzen waar het gebruikelijk was om overledenen te begraven. Op één van de kruiken is bovendien een afbeelding van een menselijk lichaam ontdekt. Erosie heeft de figuur bijna uitgewist, maar je herkent nog steeds een mens met beide armen in de lucht. Wat meteen een tweede theorie opwerpt. De kruiken zouden rijst- en wijnvaten zijn. Na oorlogen werd de bar geopend om overwinningen groots te vieren. Een derde stelling lijkt onwaarschijnlijk, maar wordt vooral geloofd door de Laotianen. Volgens hen behoren deze kruiken tot Giants. Een leger van reuzen zou uit hieruit bier hebben gedronken. 

 

Er hangt onmiskenbaar een mysterieuze sfeer. Alsof je zonder teletijdsmachine naar een decor van Asterix en Obelix wordt geflitst. Het prikkelt een enorme nieuwsgierigheid. Je speurt het domein af, duikt zelf in de vaten en trekt elke vaststelling in twijfel. Wij zijn geneigd om de theorie van de begraafplaats te volgen, maar houden ons brein flexibel om ook de piste van de opslag open te houden. We blijven achter met vele vragen waarop zelfs onze betrouwbare gids Souk geen antwoorden weet. Al zijn we hem erg dankbaar voor deze mooie dag. Normaal gezien trekken we liever zelfstandig op pad. Maar in deze explosieve gebieden gaat veiligheid voor alles.



Among the Hmong

 

Naast mijnen schuilt hier immers nog een gevaar. In een recent verleden hebben rebellen toeristen omgebracht. De vingers wijzen daarbij in de richting van de Hmong stammen, maar ook deze kwestie blijft gehuld in een mysterie. Al licht Souk de sluier een beetje. Hij behoort zelf tot de Hmong en wil ons hier enkel over spreken op plaatsen waar niemand meeluistert. Wie interesse heeft, mag ons contacteren. Wij delen de geheimen graag, maar enkel waar niemand ons horen kan. Souk is gelukkig zachtaardig en gunt ons meer inkijk in het leven van zijn bergvolk.

 

De Hmong zijn animisten. Dat wil zeggen dat zij geloven in de krachten van de natuur. Bij ziekte zal een sjamaan met spirituele krachten het geneesproces op gang brengen. Ook polygamie is ingeburgerd. Wie gemeenschap heeft gehad, dient te trouwen. Zolang de man zijn vrouwen kan onderhouden, staat er geen limiet op zijn harem. De vrouw heeft daarin weinig inspraak. In die mate dat een meisje ontvoerd kan worden om het amoureuze lot een handje te helpen of versnellen. Hmong families hebben doorgaans een grote kroost. Die kinderen moeten op jonge leeftijd aan de slag. Als anderen zien dat je kan werken, verhoogt dat het aanzien en heb je een streepje voor bij je toekomstige schoonouders. 

Drank, drugs and jail

 

We ruilen Phonsavan in voor Vang Vieng, het walhalla van de feestvierende backpacker. De reputatie van drank en drugs lijkt voor eeuwig aan deze stad verbonden. Daar kunnen zelfs de wettelijke restricties sinds 2012 niets meer aan veranderen. Het populaire ‘tuben’ waarbij je op een rubberen band van de ene bar naar de andere drijft, kostte jaarlijks tot twintig dronken jongeren het leven. De bars moesten heroriënteren en hun inkomsten elders gaan rapen. Dus rekenen ze tegenwoordig op een corrupte samenwerking met de politie. 

 

Mao, een Braziliaan met wie we de kamer delen, spreekt uit ervaring. Hij trok naar een bar voor een gezellige avond met andere reizigers. Een meisje aan zijn tafel stak nietsvermoedend een joint op. Het signaal voor de politie om meteen het hele gezelschap op te pakken. Best zuur als je zelf niet rookt. Maar samen uit, samen thuis. Het dilemma is kort en krachtig: een nacht gevangenis of een boete van 5.000.000 kip (500 euro). Onze oren flapperen zoals het bij geen enkele olifant kan. Bars en hostels werken samen met de politie. Via camerabeelden wachten ze geduldig af tot klanten hun drugs boven halen. In sommige restaurants kan je bovendien ‘happy food’ bestellen. Hou er dan wel rekening mee dat de verkoper mogelijk de politie optrommelt en jou als gebruiker aanduidt. In onze kamer hangt een papier aan de deur met de vermelding: ‘If you are related marijuan, police will punish about 1000 dollar. You need to protect yourself’. Ons vertrouwen in deze stad is intussen voorgoed geschonden.


The walking ATM

 

We huren mountainbikes maar weigeren, de Italiaan in Luang Prabang indachtig, ons paspoort als waarborg achter te laten. Net buiten de stad stoppen we bij een bouwvallige houten brug. Een bord geeft aan dat de oversteek 10.000 kip kost. We weigeren. Dus nemen we een aanloop en knallen zonder omzien over de rivier. Onze fietsen verstoppen we nadien tussen de bomen. Want ook voor een fietsenparking betaal je in Laos geld. In dit land is geld ontfutselen, al dan niet legaal, de nationale sport. Bij voorkeur zonder daarbij zelf een inspanning te leveren. Laotianen verbergen hun luie imago niet. Of zoals vaker wordt gesuggereerd: ‘The Vietnamese plant the rice. The Cambodians watch it grow. The Lao listen to it grow.’ Vooral in toeristen met een Westers uiterlijk zien ze een bron van inkomsten. Alsof we wandelende geldautomaten zijn.  

 

Aan de voet van de Nam Xay berg kunnen we niet om de betaalkiosk heen. Maar de tocht naar de top blijkt gelukkig meer dan de moeite. In de omgeving vind je honderden steil oprijzende karstheuvels, maar enkel op deze Nam Xay wacht op de top een speciale verrassing. Die top haal je niet zonder slag of stoot. Het is zweten, hijgen, puffen, je optrekken aan lianen en houvast zoeken bij scherpe rotsen. Maar zodra je de honderden insecten rond je hoofd aanvaard hebt, wacht er een fantastisch uitzicht vanop een gepensioneerde motor. Die hebben ze op de rand van de afgrond verankerd. Achterom kijken doe je liever niet, maar naar de iconische foto’s blijf je uren staren. 

Tussen de karstheuvels in liggen her en der azuurblauwe lagunes. Je kan er uit hoge bomen in het heldere water duiken of er als een volleerde Tarzan met een liaan in slingeren. Of droogweg tussen de andere mensen gaan staan die luid lachen wanneer iemand aarzelend en gillend de sprong waagt. Het water is verfrissend en spoelt het zout van onze huid. Pas tegen zonsondergang keren we naar de stad terug. 



Met de vlam in de pijp

 

We staan voor een nieuwe missie: hitchhiken naar Vientiane. Tussen Vang Vieng en de hoofdstad gaapt een kloof van 163 kilometer. We wandelen tot aan de buitenrand van de stad en gokken vooral op pick-ups. Een duim opsteken heeft in Laos niet veel zin. Liften is hier niet ingeburgerd en ze verwarren dat teken met de Facebook duim. Maar ook onze grote armbeweging wordt niet correct ingeschat. Ze stoppen niet, maar zwaaien gewoon terug. We zoeken heil bij een tankstation en hopen daar makkelijker een eerste contact te leggen. Maar de communicatie verloopt moeizaam en de Lao zijn terughoudend. Liften is illegaal en ze willen liever geen averij met de politie. 

 

Met het afval op straat maken we uiteindelijk een bord terwijl we ‘bomingoen’ blijven herhalen. Dat betekent dat we geen geld op zak hebben. En dat is naast de bestemming onze belangrijkste boodschap. Onze tactiek werkt. Een pick-up stopt en dropt ons twee kilometer verderop. Niet ver genoeg, maar het brengt ons wel buiten de stad en uit het zicht van de patrouillerende politie. Auto’s rijden hier te snel, dus proberen we het bij vrachtwagens. Met succes. Een Thaise chauffeur helpt ons binnen in zijn hoge cabine, zwiert onze bagage tussen zijn rommelige inboedel en brengt ons op ramkoers. Hij passeert Vientiane op zijn terugweg naar Thailand en kan ons in een keer naar ons doel brengen. Vier uur later zijn we ter plaatse. Gratis. 


Phouvong trakteert

 

Vientiane staat geboekstaafd als de saaiste hoofdstad ter wereld. Heel wat reisgidsen geven aan dat een bezoek van twee dagen anderhalve dag teveel is. We beamen dat deze stad niet op kan tegen pakweg Peking of Kathmandu, maar stemmen niet in met het op internet afgeschilderde plattelandskarakter. De straten zijn breed en druk. Splinternieuwe SUV’s vormen blinkende files. Franse bakkerijen en koloniale gebouwen bepalen het straatbeeld. Behalve dan op de plek waar wij overnachten. Onze gemengde slaapzaal doet denken aan een onguur ziekenhuis met een tiental bedden naast elkaar. Geen enkele vorm van privacy zit inbegrepen in de prijs en de charme van de plek verdwijnt helemaal bij de ontdekking van twee volumineuze, halfnaakte en snurkende Chinezen in onze naburige bedden. 

 

Op de avondmarkt leren we Phouvong kennen. De twintiger nodigt ons in zijn wielerplunje uit aan zijn tafel. Hij is op vakantie in Vientiane en is dankbaar dat hij zijn Engels met ons mag oefenen. Met een ontwapenende lach vertelt hij over zijn jeugd. Toen hij nog voetbalde met bommen en stiekem van Lao Lao nipte. Of toen hij voor het eerst een grote Amerikaan zag en gillend wegvluchtte. Phouvong was nog erg jong toen de Laotiaanse grenzen openden voor toerisme. Sindsdien is het land fel veranderd en een nieuwe kentering kondigt zich aan met de Chinese spoorweg. Nog een jaar wachten en dan is het zover. We zijn oprecht blij om eindelijk contact met een local te hebben. Dat was ons door de taalbarrière en de eerder ingetogen bevolking nog niet gelukt. We roepen de ober, maar Phouvong staat erop dat hij de rekening betaalt. Toevallig is het een van onze duurdere diners en omwille van zijn persoonlijkheid vinden we het lastig om dat te aanvaarden. Maar hij staat erop. Wat een topkerel.

Viens à Vientiane

 

In het Buddha Park maken we kennis met 200 inspirerende beelden. Alle beelden verwijzen naar de hemel en de hel. Het valt ons moeilijk om in deze prachtige verzameling een favoriet aan te duiden, maar doe ons toch maar de god Rahu die de maan opeet waarna de zon geboren wordt. Wie de beelden beu gezien raakt, kan er ontspannen tussen de ontelbare mooie bloemen en platen. In het centrum bezoeken we het COPE center. Deze onderneming zet zich in voor de slachtoffers van mijnen. Op basis van donaties en fondsen betalen ze operaties en helpen ze protheses te maken. De aangrijpende verhalen en getuigenissen laten niemand onberoerd. Deze plek kan je bij een bezoek aan de hoofdstad onmogelijk overslaan. Dieper in de stad vinden we de Pha That Luang, een grote tempel én het nationale symbool. De gouden stoepa prijkt op de Laotiaanse bankbiljetten maar is in onze ogen net als de munteenheid niet veel waard. Dan is het Patuxay, het symbool van de vrede, iets indrukwekkender. Geïnspireerd op de Parijse Arc de Triomphe neemt het een centrale plaats in in de stad. Alleen al omwille van deze plekken verdient Vientiane meer erkennig dan ze momenteel via recensies krijgt.



4000 eilanden

 

We boeken een nachtbus naar het zuiden van Laos. Een kleine belbus brengt ons naar een buitenwijk van de stad waar we overstappen op een slaapbus. De dubbeldekker voorziet twee persoonsbedden en de ruimte verrast ons in positieve zin. We kunnen ons zelfs helemaal uitrekken. Als koppel reizen heeft hier een riant voordeel. Want als enkeling deel je een nacht lang het bed met een wildvreemde. En dan is het maar duimen op iemand van hetzelfde geslacht. Space is money in Laos. Tijd is dat iets minder. Na een half uur vallen we in panne en wachten we een tijdlang op een nieuwe bus. Die is beduidend kleiner en stelt onze lenigheid op proef. Gelukkig kunnen we het dus meer dan goed met elkaar vinden. 

 

Tegen de ochtend zijn we in Pakse waar we overstappen op een normale bus richting Ban Nakasong. Alsof de rit nog niet lang genoeg is, stappen we daarna aan boord van een kleine boot naar Don Khong. We zijn moe maar tappen vernieuwde energie uit deze adembenemende omgeving. De 4000 eilanden in helder water vormen een paradijs. In die mate dat we ons verblijf op de eilanden met een paar nachten zullen verlengen. 


Been there, Don Det

 

Veel is er niet om handen, maar het prachtige klimaat, de onverstoorde rust en de betoverende omgeving houdt ons langer dan verwacht geboeid. We vertrekken vroeg in de ochtend naar het aangrenzende feesteiland Don Det. Daar ploffen we neer in een grote kajak. We volgen de stroom maar moeten toch stevig peddelen om de andere boten bij te houden. Ondanks de inspanningen komen we dobberend tot rust. We komen weer aan wal op een van de vele eilanden. Na een half uur wandelen onder een loden hitte vinden we eindelijk afkoeling in een grote waterval. Het water klettert via alle kloven met een rotvaart naar beneden. Het is opletten geblazen want de stroming is sterk en de rotsen veren onder water niet mee. Na wat dolle pret schuiven we aan bij een barbeque.

 

Met opgeladen batterijen stappen we terug de kajaks in. In een uiteenzetting van 23 gechronometreerde seconden legt de gids ons uit hoe we de wilde stroomversnellingen wat verderop kunnen overleven. We zitten te knoeien met onze zwemvesten en hebben de show gemist. Nochtans is het opportune informatie want regelmatig gebeuren hier ongevallen met dramatische afloop. We willen hulp vragen aan de anderen maar zijn al blij dat we hen na een roeispurt terug kunnen bijhalen. De stroomversnellingen liggen net voor ons. Het lijkt storm op zee en ons hart klopt in onze keel. De kajak beukt tegen de golven en we gaan wild heen en weer. De kajak voor ons kapseist en we varen vol tegen de drenkeling aan. Gelukkig raakt hij niet ernstig gekwetst en komen we enkele minuten later intact in rustiger water aan. Dat viel mee. Voor ons dan toch. De gids bekent wat later dat gisteren een kind in dit water is verdronken en dat wat verderop een Koreaanse twintiger eenzelfde lot beschoren was. Gelukkig wordt onze aandacht snel afgeleid. 


Streng maar rechtvaardig

 

In het midden van het gekalmeerde water duiken plots rugvinnen op. Die behoren toe aan de zeldzame Irrawaddy dolfijnen. Ze komen enkel nog in dit Mekong water voor en zijn met uitsterven bedreigd. Af en toe komen ze boven water om wat verse lucht te happen. Na een half uur peddelen we terug naar de kant. We stapelen de kajaks op vrachtwagens en rijden naar de grootste waterval van Zuid-Oost Azië. Dat is evenwel qua debiet en niet qua hoogte. Maar die nuance maakt het niet minder indrukwekkend. Vanop de oever stappen we een laatste keer in onze kajak om terug naar Don Det te roeien. De weerspiegeling van de ondergaande zon kroont deze vaart tot de mooiste.


Na een halve week op dit ontspannende eiland is ons verhaal in Laos stilaan geschreven. Het land heeft ons niet omvergeblazen en qua bevolking misschien zelfs wat teleurgesteld. Hun desinteresse, corruptie en op geld beluste karakter heeft ons niet gecharmeerd. Meer dan in China hebben we ervaren dat ook Laos deel uitmaakt van de vijf overgebleven communistische landen in de wereld. In vergelijking met onze eerdere bestemmingen was het natuurschoon minder uitgesproken en ontbrak het aan een eigen unieke cultuur. Daartegenover staat dat de geschiedenis van het land ons erg heeft aangegrepen en dat bepaalde mysteries ons dagenlang in de ban hielden. Voor vele reizigers staat Laos op nummer één. Het land trekt minder toeristen dan zijn buurlanden en is daardoor nog niet op massatoerisme gericht. Met de aanleg van de Chinese spoorweg komt daar in de nabije toekomst verandering in. En daarom zijn wij blij dat we het land net op tijd en op een vrij authentieke manier hebben mogen ontdekken. Op naar Cambodja.  


Reactie schrijven

Commentaren: 2
  • #1

    André=Dimi (woensdag, 29 april 2020)

    Leuk om nog eens een nieuw verhaal te kunnen volgen.

  • #2

    Viviane (donderdag, 30 april 2020 16:11)

    Weer een boeiend verhaal waarvoor dank �