· 

Het échte Land van de Glimlach

Dag Laos. Hallo Cambodja!

Drie weken volstaan om de hoogtepunten van Laos met elkaar te verbinden. Van het groene noorden, langs het mysterieuze en zwaar gebombardeerde binnenland tot de paradijselijke eilanden in het zuiden. Terwijl een zomerse zon iedere dag als ideale bondgenoot met ons meereist. En toch. Vreemd genoeg slaagt Laos er niet in om onze harten sneller te doen kloppen. Dus trekken we, uitgerekend op Valentijnsdag, de zuidelijke grens over op zoek naar een nieuwe liefde: Cambodja. 

 

Een gammele boot brengt ons in de vroege ochtend van Don Khone naar het vasteland. De zon klimt langzaam hogerop en dropt miljoenen sterren op het wateroppervlak. Het is dromen met open ogen. Ontspannen stappen we over in een minivan richting Laotiaanse grens. Ik sla het portier dicht en prijs me gelukkig dat de roestige scharnieren standhouden. De chauffeur vloekt wanneer zijn hopeloze wrak niet meteen reageert. Desondanks spaart hij zijn bolide niet. Hij trapt een deuk in het gaspedaal en bezorgt de koeien, honden en geiten op de baan een ongeziene adrenalinestoot tijdens de vlucht voor hun leven. Al die roekeloze haast is uiteindelijk nergens voor nodig. Want de ongemotiveerde officiers aan de grenspost gaan traditiegetrouw zuinig met hun krachten om. Alleen bij het graaien naar enkele corrupt verdiende dollars vallen ze voor even uit hun rol.

Two dollar stamps

Voor een simpele stempel in je paspoort tel je hier zomaar even twee dollar neer. Een lach of vriendelijke blik zitten helaas niet in die prijs inbegrepen. Het stempelen zelf vergt nauwelijks inspanning, maar biedt gelukkig toch werkzekerheid aan twee douaniers. Verzet tegen deze beslissing is voor iedere niet-Aziaat verspilde energie. Bovenop deze scam betaal je 35 euro voor een Cambodjaans visum, inclusief een doortocht door het verwaarloosbaar kleine niemandsoord tussen beide landen. Deze grensovergang kent wereldwijd een kwalijke reputatie, maar wie de situatie argwanend evalueert en de malafide ‘hulpverleners’ koppig omzeilt, raakt zonder kleerscheuren aan de overkant. 

Geduld is in Cambodja een schone deugd. Bussen die lak hebben aan een tijdschema of gewoon niet opdagen, bevestigen ook hier het DNA van Azië. Eens onderweg voelen de wegen verademend. Het Cambodjaanse asfalt is feilloos. We cruisen urenlang door dorre gebieden en zijn getuige van een fenomenale zonsondergang. In complete duisternis bereiken we Siem Reap, één van de grootste steden van het land. De chauffeur telefoneert de hele tijd met zijn correspondenten in de stad. Dat zijn de tuktuk chauffeurs die maar wat graag een verse lading toeristen helpen lossen. Iedereen in de bus heeft intussen door dat we naar een afgelegen gebied worden gebracht vanwaar we haast gedwongen een tuktuk naar de binnenstad moeten betalen. Dat plan boycotten we met z’n allen. Zodra de bus even stopt voor een file, wagen we onze kans en vluchten we naar buiten. De chauffeur probeert ons paniekerig te overtuigen en waarschuwt ons voor de verre afstand naar de binnenstad. Maar na een hele dag zitten, doen die twee kilometer onze benen heropleven. 

Old Market

In tegenstelling tot Laos vinden we in Cambodja opnieuw supermarkten. Die zijn ideaal om budgetvriendelijk te ontbijten en/of lunchen. De nationale munt, de Cambodjaanse Riel, is amper een stuiver waard en dus verkiest men de Amerikaanse dollar als voornaamste betaalmiddel. Of een mix van de twee. Wanneer we 3,4 dollar afrekenen met een tientje, krijgen we 6 dollar en 2400 Riel als wisselgeld terug. Ons innerlijke rekenmachine klopt de komende weken overuren. Maar de stad palmt ons meteen in. Centraal verkennen we de Old Market die teruggaat tot in de jaren twintig van de vorige eeuw en sindsdien nauwelijks aan haar ontwikkeling heeft gewerkt. Het vlees ligt torenhoog gestapeld en trotseert het gekriebel van honderden vliegen. Vrouwen zitten bovenop de tafels en fileren de stuiptrekkende vissen blootsvoets, scherpe messen vierendelen het gevogelte in een onnavolgbaar tempo en een imposante collectie ingewanden drijft wansmakelijk in grote vaten om jouw kokhalsreflex minutieus te testen. Hygiëne is geen onderwerp van discussie. De indringende geur van deze hal wordt dat na een paar minuten eerder wel. Maar hoewel deze plek dicht in de buurt van de gruwelijke Chinese markten komt, maken de Cambodjanen met hun gastvrijheid en eeuwige glimlach toch een hemelsbreed verschil. 

Rieleke

We reserveren een tandem om de stad verder te verkennen. De verhuurder kruipt tot in de verste hoek van zijn garage om de dubbele fiets van onder het stof te blazen. De tandem lijkt niet erg in trek en dat biedt zijn voordelen. We krijgen een fikse korting.  Niet onbegrijpelijk als je de afstanden in kaart brengt en de extreme temperaturen daarbij optelt.

 

De meeste toeristen verkiezen daarom een tuktuk met een privéchauffeur die je van hot naar her sleept. Maar wij genieten liever van de vrijheid zonder constant gekibbel over de prijs, tijdsbesteding en route. Onze tandem, Rieleke gedoopt, vormt daarbij een gedroomde compagnon. Hij is roze, opvallend licht, heeft 21 versnellingen en bolt haast als vanzelf. In die mate dat we menig tuktuk uit de wielen kletsen en de ene Cambodjaanse glimlach na de andere verzamelen. 

Angkor Wat? Wat een wonder!

Wie Siem Reap zegt, denkt Angkor Wat. Het grootste religieuze monument ter wereld ligt iets buiten de stad en zet met zijn 2,5 miljoen bezoekers per jaar het land op de toeristische wereldkaart. De ticketbalie telt niet minder dan 45 loketten. We kopen een ticket voor drie dagen en laten ons portret op de inkomkaart vereeuwigen. Vanaf de laatste controlepost rijden we enkele kaarsrechte kilometers in de richting van een hoop vervuild en met mos begroeid beton. Is dit het wereldwonder dat zo tot de verbeelding spreekt? Absoluut. Maar dat ontdek je pas zodra je de 190 meter brede slotgracht bent overgestoken. 

 

Op een groot, dor en geel verbrand grasveld loop je over een soort van catwalk tussen wuivende palmbomen. Links en rechts zie je kleinere, half geruïneerde tempelgebouwen. Die vallen pas veel later op want je krijgt de blik nauwelijks los van het gigantische complex voor je. Het beeld van de vijf torens in de vorm van lotusknoppen is iconisch. Koning Suryavarman II was in de twaalfde eeuw de opdrachtgever voor de bouw, maar in de zestiende eeuw bleef het paleis verlaten achter. Het valt  niet te bevatten dat deze tempel eeuwenlang onder de radar bleef. Pas in de negentiende eeuw stootte de Fransman Henri Mouhot in het midden van de jungle op deze parel die later door de Portugese monnik Antonio De Madalena als volgt zal worden beschreven: ‘The building is like nothing else in the world and words cannot do it justice’. Met recht en reden. 

 

De brede slotgracht hield indringers en de overwoekerende jungle op afstand, maar oorlogen hebben de gevels ferm toegetakeld. Beelden zijn beschadigd, rotsblokken gebroken en delen worden gestut. Maar wie dichterbij komt, ontdekt de ware schoonheid. De ontelbare bas reliëfs in de muren vertellen het verhaal van verschillende oorlogen, reconstrueren de bouw van de tempel en schetsen een beeld van het lang vervlogen dagelijkse leven. De details zijn indrukwekkend en hoe langer je blijft staren, hoe meer je deze plek gaat bewonderen. Voor we het goed en wel beseffen, zijn we zes uur verder en dwingt de sluitingstijd ons naar de uitgang terug. We stellen ons oprecht de vraag waarom Angkor Wat geen deel uitmaakt van de lijst van wereldwonderen. 

Feest in de tent

Siem Reap is meer dan tempels alleen. ’s Avonds brengen we een bezoek aan het Phare Circus dat naast zijn bloedstollende acts vooral ook een mooi verhaal wil schrijven. Dat doen ze door arme of gehandicapte kinderen de kans te geven om het vak van artiest te leren. Op die manier streven ze naar een beter bestaan en proberen ze hun familie financieel te ondersteunen. De opleidingsschool leverde intussen meer dan duizend studenten af waarvan heel wat jongeren het tot professioneel artiest hebben geschopt en momenteel de wereld rondreizen met hun gezelschap. Een initiatief dat wij enkel kunnen en willen toejuichen. En dan slaat de klok acht uur en gaan de lichten in de circustent uit. 

 

Energieke jongemannen springen plots saltogewijs de piste in. Hun aanstekelijke enthousiasme zet de opzwepende livemuziek nog wat kracht bij. De voorstelling Eclipse vertelt het levensverhaal van een gepest en uitgesloten jongetje. Verdrietig roept hij de hulp van de goden in. Die spreken prompt een vloek uit waardoor hij in een mooi meisje transformeert. De pesters zijn meteen gecharmeerd door haar verschijning maar merken gaandeweg op dat de nieuwkomer een raar kantje heeft. Verliefdheid, agressie, jaloezie, moord, wedergeboorte en verzoening. De emotionele rollercoaster mindert op geen enkel moment zijn vaart. De show duurt een uur en een kwartier, maar gevoelsmatig lijkt het niet meer dan vijf minuten. De hele tijd swingt de energie door de tent. Iedereen, met de acrobaten op kop, is uitgelaten en vrolijk. Dit zijn stuk voor stuk rasechte entertainers. Ze dansen onvermoeibaar, grappen en grollen met elkaar en het publiek, spelen met vuur alsof gevaar niet bestaat en balanceren op grote hoogte terwijl ze haast hun nek brekend blijven lachen. Dit spektakel bezorgt iedereen een goed gevoel. Ook wij blijven onderweg naar huis onophoudelijk lachen en nagenieten. 

5 + 4 = 9 = 2 + 1 + 6

Nog voor de zon het kwik opnieuw naar 36 graden jaagt, trappen we onszelf terug een weg naar het Angkor park. Want iets dieper in de jungle verschuilen zich nog heel wat andere schatten. Angkor Thom is er daar eentje van. Deze tempel is de grootste van allemaal en gold lange tijd als hoofdstad van het Khmer rijk. Niet minder dan 54 torens bestaan telkens uit vier grote gezichten. Of je nu 54 torens zoekt of 216 gezichten telt, de som van de numerieke cijfers blijft steeds 9 wat het hoogste numerieke getal is en in Azië als heilig wordt aanzien. Ook hier zijn alle gevels en nissen met bas reliëfs versierd. De details zijn dieper uitgewerkt dan bij Angkor Wat en zijn naar ons gevoel mooier. 

 

In de indrukwekkende architectuur vind je zowel boeddhistische als hindoeïstische invloeden terug. De boeddhistische koning Javayarman VII gaf aan het einde van de twaalfde eeuw de opdracht voor de bouw, maar wilde het voornamelijk hindoeïstische volk niet tegen de borst stoten. Dus zal de tempel doorheen de geschiedenis een aantal keer van religie switchen. Daarbij stelden de hindu zich helaas meermaals destructief op. Heel wat boeddhabeelden zijn beschadigd en onthoofd. Van de oorspronkelijke 54 torens blijven er vandaag slechts 37 intact, maar dat maakt deze plek niet minder interessant. Het is zalig om een paar uur te verdwalen in een doolhof van smalle gangen en trappen. Wie van fotografie houdt, vindt hier een gedroomde setting. 

Better jungle wins 

We fietsen voorbij het Terrace of the Elephants en beklimmen de hoge Baphuon tempel, maar zijn vooral benieuwd naar Ta Phrom enkele kilometers verderop. Wie zegt dat koning Jayavarman VII deze tempel liet bouwen voor Prajnaparamita en het geheel de naam Rajavihara gaf, twistert zijn tong in een knoop en hoort het vooral ver voorbij Keulen donderen. Maar wie aan Lara Croft en Tomb Raider denkt, herkent dit decor van de gelijknamige succesfilm meteen. De tempel is op vele plekken ingestort en tijdens een bezoek klim je voortdurend over brokstukken heen, maar je voelt je er vooral klein en geïmponeerd door de kracht van de jungle. De boomwortels hebben zich de afgelopen eeuwen stevig om de muren geklemd en hebben de tempel grotendeels opgeslokt. Het is prachtig om te zien dat de natuur terugneemt wat haar ooit werd afgenomen. Alles voelt hier erg speciaal. Dat geldt met zekerheid voor de vele bewaarde inscripties in de gevels waarbij je ergens in dit doolhof zelfs een Stegosaurus kan terugvinden. Wij verklappen alvast niet waar. 

 

Angkor betekent letterlijk ‘Stad der Tempels’ en twee dagen volstaan niet om ze allemaal te ontdekken. Het domein en de jungle zijn zo groot dat je een gedwongen keuze moet maken. Wij raden iedereen aan om die beperkt te houden en ruim de tijd te nemen om de tempels van dichtbij te bestuderen. Pas dan zal je de ware schoonheid zien en voelen. We zetten ons een laatste keer bij de slotgracht van Angkor Wat waar we bij een ondergaande zon afscheid nemen van deze inspirerende plek. Een paar meter verderop klimt een man met blote voeten naar de top van een palmboom. Vijftien meter boven de grond verzamelt hij het palmsap uit kleine kokers. Een zoeter en verfrissender aperitief bestaat niet om te klinken op deze geslaagde tweedaagse. 

Smoking Buddha

We trappen ons een weg naar Wat Athvear in het zuiden van de stad. Qua omvang en bekendheid moet deze ruïne het afleggen tegen de Angkor Wat verzameling, maar qua beleving verdient het toch zijn punten. Hier vind je geen andere toeristen. Hier waan je je alleen met de geschiedenis. De audiëntie bij de centrale buddha verloopt in alle stilte en sereniteit. Van het beeld blijft enkel de romp over, gewikkeld in een oranje gewaad. Aan zijn voeten ligt een berg voedsel. Rijst, koekjes, vis, vlees, ... genoeg om een half Cambodjaans dorp drie dagen te voeden, maar voorlopig is het enkel een onmetelijk leger aan mieren dat deze schat probeert te veroveren. Tussen de offers vallen smeulende sigaretten op. Alsof buddha hier ongezien en ongestoord van zijn zonden komt genieten. 

Lotus magie in een kopje

We volgen de Siem Reap River en laten de stad achter ons. In een zee van prachtig groene akkers stoten we op de Samatoa Lotus Fabric, een ecologisch verantwoorde organisatie waar alles om lotusbloemen draait. Het gunstige klimaat maakt dat de heilige plant hier het hele jaar door groeit. De lotus staat voor puurheid en die filosofie vinden we ook terug in de werkwijze van de fabriek. Het volledige productieproces verloopt manueel zonder gebruik van chemicaliën, water of elektriciteit. Alles gebeurt in een gemoedelijke en gastvrije sfeer en bovendien verbindt deze nobele onderneming zijn luxeproducten met de armoede. Want in de laatste vijf jaar zijn door deze fabriek vijfhonderd banen gecreëerd. De vriendelijke gastvrouw leidt ons rond en onthult de vele geheimen van deze magische bloem. 

 

In het atelier knakken vrouwen de stengels in twee en trekken er lange, flinterdunne draden uit. Die rollen ze bij elkaar tot een stevig touw dat na een lange werkdag 250 meter lang is geworden. De draden zijn extreem zacht, licht en ademend en zodra je twaalf kilometer aan touw hebt verzameld, heb je voldoende materiaal om er een uniek kledingstuk van te maken. De resultaten zijn verbluffend. Truien, kleedjes, sjaals, dassen, lippenbalsem, ... Het spectrum is erg breed. Bovendien wordt de rest van de plant benut tot er geen afval overblijft. Van de placenta maken ze lotusthee, de zaden gaan opnieuw de grond in en de bloemen worden verwerkt in parfums of dienen als decoratieve elementen. 

 

Op de bovenverdieping is de relaxte sfeer nog meer voelbaar. In een gezellig salon komen we volledig tot rust bij een versgezet kopje lotusthee. De bittere smaak is intens maar het is lekker en bovendien goed voor de gezondheid. Intussen genieten we van de uitzichten op de lotusplantages. De hele omgeving schakeert alle tinten groen bij elkaar. Werkelijk elk detail van deze plek is fotogeniek. 

Tonle Sap

De hitte weerhoudt ons er niet van om nog een eind door te fietsen tot bij het Tonle Sap meer. Of dat was alleszins onze intentie. Tot een officier ons bij een grote parking de weg verspert. Hij dwingt ons naar een boot vanwaar we een tocht naar de floating villages kunnen maken. Research leerde ons dat buitenlandse toeristen hier flink de pineut zijn. Op het water word je de hele tijd verplicht van boot te veranderen, maar niet zonder telkens een nieuw ticket te moeten kopen. Niet betalen staat gelijk aan achterblijven. De mensen in de floating villages behoren tot de armsten van het land, maar krijgen uiteindelijk geen cent van deze opbrengsten. Het is een ongelooflijke geldmachine die wij niet sponsoren. Bovendien brengen de boten je enkel naar uitgebuite dorpen waar de authenticiteit door het geldgewin is verdwenen. Dus pakken we het anders aan. We zoeken ons een weg langs de achterkant van een groot gebouw, trappen onze tandem op kruissnelheid en sprinten de wachtpost voorbij voordat ze ons te pakken krijgen. Voila, zo kan het dus ook. 

 

De eerste kilometers rijden we door een grote bouwwerf. Het heeft er alle schijn van dat het toerisme hier in de nabije toekomst nog meer verandering zal brengen. Een eindeloos lange zandweg brengt ons nadien dwars door een jungle naar een onmetelijk groot, groen laagland. Overal lopen grote vogels door het gras. Een paar meter verder ligt Tonle Sap, het grootste zoetwatermeer van Zuid-Oost Azië. Het meer beslaat acht procent van de totale oppervlakte van Cambodja en 1,6 miljoen mensen of tien procent van de bevolking leeft hier in drijvende dorpen. We parkeren onze tandem bij het enige gebouw in deze buurt en kopen een fles water van een groep mannen in de hoop dat ze ons verder gerust laten. Via een betonnen trap klimmen we naar de bovenste verdieping van de vervallen ruwbouw. Tot onze verbazing treffen we daar prachtige plafondschilderingen aan. Maar vooral het zicht op het uitgestrekte meer doet ons wegdromen. In de verte zien we de verschillende dorpen drijven. 

Thank you very moush, Safa

We voelen ons niet helemaal op ons gemak in deze verlaten buurt en keren terug naar de bewoonde wereld. Tot we plots bij een drijvend dorp aankomen. Het waterpeil staat aan het einde van het droge seizoen laag. Overal ligt afval. De huizen lijken in elkaar geknutseld met afgedankt schroot. Maar wat is het dorp charmant. Het kleurenpalet maakt je ondanks de armoede meteen vrolijk, kinderen rennen achter ons aan en klimmen zonder vragen achterop onze fiets terwijl twee jongetjes zonder schroom onze flessen water stelen. Ze lopen nog een tijd schaterlachend achter ons aan en keren dan zwaaiend toch maar terug naar huis. 

 

We houden halt bij een waterpomp. Twee vrouwen doen de was in een grote ijzeren kom. Een vrouw op een woonboot zwaait ons goeiedag en nodigt ons spontaan uit. De zelfgemaakte brug naar haar drijvend huis is niets meer dan een smalle boomstam. Hun houten hut is klein en dobbert op en neer bij iedere beweging. Safa woont met haar twee kinderen en schoonfamilie op het water. We knielen neer op de grond in haar kleine en bescheiden living en bedanken haar uitvoerig voor een beker water. Haar man opent een plank in de vloer en diept een watermeloen op die hij ons gesneden aanbiedt. Intussen toont Safa ons haar schrift waarin ze korte Engelse zinnen noteert.  

 

‘Spell it, sister’, herhaalt ze telkens wanneer Eline haar fouten filtert. En zo verandert ze ‘thank you very moush’ voortaan in ‘thank you very much’. Intussen valt haar schoonvader achter me biddend op zijn knieën en propt haar zoontje een volledige mandarijn met schil en al in zijn kleine mond. Safa snelt hem ter hulp en biedt haar ontblote borst aan als alternatief. Taboes en privacy kennen hier andere normen. We bedanken hen voor hun gastvrijheid en zijn oprecht onder de indruk van hun leefwereld. Onderweg blijven kinderen ons met een ongeziene vrolijkheid toelachen en naroepen. Ze spelen met zelf in elkaar geknutselde vliegers en lopen ons onvermoeibaar op hun blote voetjes na. Dit dorp is een enorme eyeopener. Waar geld, ambitie en macht in onze individualistische westerse wereld voor veel miserie zorgt, leer je hier dat armoede, samenwerking en samenhorigheid het straatbeeld vult met een oprechte lach. Dus wie is er nu eigenlijk arm? 

De kleurrijke pannenkoek

In Chang Kneas staan de huizen op hoge palen. Nu het water door het droge seizoen ver is teruggetrokken zorgt dat voor een vreemd zicht. Maar tijdens de natte maanden zijn deze bouwtechnieken van groot belang om zich tegen het Tonle Sap meer te wapenen. Nochtans schept hun constructie niet veel vertrouwen. Houten stammen staan kriskras tegen elkaar en ik ben er allesbehalve gerust in dat zij stand zullen houden tegen het beukende water.

 

Vanaf dit dorp rijst Phnom Krom op. De top ligt op 140 meter hoogte en de weg ernaartoe verloopt via een 1,6 kilometer lange, steil pad. Het is té steil om het kapseizen te voorkomen en dus duwen we Rieleke aan de hand naar boven. De tempel op de top staat er ter ere van Vishnu, Shiva en Brahma, maar is voor de meesten niet de voornaamste reden voor een bezoek. Dus dalen we een beetje af tussen het groen en zoeken een leuke spot op de rotsen. Het uitzicht is fabelachtig. Vanop deze eenzame bult kijken we neer op het Tonle Sap meer en kilometersverre groene akkers. Vanuit de hoogte lijkt Cambodja een uitgestrekte, gekleurde pannenkoek. Lang hoeven we niet te wachten voor een oranjerode bol het blauw van de lucht meer pigment geeft. Iedere vijf minuten verandert de horizon van kleur. Je vergeet de inspanning naar de top zodra je deze zonsondergang ziet. 

In de BMW van de Premier

De avondmarkt van Siem Reap onderscheidt zich niet van andere Aziatische markten, dus verkiezen we een avondwandeling door de stad. Een fancy gebouw met roospaars verlichte gevel trekt onze aandacht. Benieuwd naar wat het is, vragen we een paar jongeren uit. Premier blijkt een club te zijn en de jongeren nodigen ons prompt uit om een kijkje te nemen binnenin. In ons bezwete nomadenplunje vallen we al snel uit de toon bij de strakke kostuums en diep uitgesneden cocktailjurken rondom ons. Tegen de muur van de lobby zitten heel wat schaars geklede vrouwen. Bij het raden naar hun job heb je wellicht voldoende aan één poging. De jongeren trekken ons mee door een lange gang waar de namen van verschillende automerken op de deuren staan vermeld. Porsche, Mercedes, Bentley, ... Een bepaald budget lijkt ons vereist. Wanneer ze de deur van de BMW openen, stappen we mee in. 

 

De kleine kamer is met opvallende neon verlicht. Zwarte lederen zetels staan tegen de buitenkant van de ruimte. Op een cinemabreed scherm spelen muziekclips af terwijl je jezelf met de ogen dicht op de mainstage van Tomorrowland waant. Nooit eerder zagen we een exclusievere club dan deze. Twee serveuses staan de hele avond in voor de drank en de muziek. Het groepje jongeren dwingt ons meteen de dansvloer op. Om de haverklap brengen ze een toost uit en klinken we onze glazen op... Ja, op wie eigenlijk? De taalbarrière laat niet toe dat te ontwarren. Veel verder dan de naam van een zekere Sokkur geraken we niet. Vreemd is ook dat ze constant ijsblokjes in het bier smijten. Niet dat het ijswater dit gezelschap lang nuchter houdt. Wie iedere drie minuten zijn glas moet legen, kan de invloeden van alcohol niet blijven ontlopen. 

De kaars die al uitgeblazen was

En dan komt het eten. Rijstschotels met groenten en vis krijgen overal in de ruimte een plaats. Een volgende gang focust zich op vlees. Daarna is het aan de schelpdieren. Hoewel we al gegeten hadden, is weigeren geen optie. Dat geldt evenzeer voor het uitbundig dansen alsook het karaoke zingen. En dan weerklinkt gelukkige verjaardag. Eindelijk wordt veel duidelijk. We zijn gewoonweg uitgenodigd op een verjaardagsfeest. We volgen de taart met één kaars op zoek naar de jarige. Maar net op het moment dat we hem willen feliciteren, slaat de sfeer volledig om. 

 

Sokkur toont ons een foto op zijn telefoon. Daarop zien we een erg bleke jongen in een ziekenhuisbed. Hij is overleden. Vandaag exact één jaar geleden. Blijkbaar zijn we hier op een soort van herdenking voor het overlijden van een vriend en echtgenoot. Wie vijf minuten geleden nog dronken op de banken stond te roepen en dansen, staat plots beteuterd in tranen rond ons. Sokkur blijft herhalen hoe droevig hij is en smeekt om langgerekte knuffels. Dit voelt vreemd en misschien zelfs als een cultuurshock. Maar gelukkig strompelen even later enkele andere genodigden binnen die het vuur in de groep opnieuw weten aan te wakkeren. We happen nog een stukje uit een voor ons toch eerder lugubere verjaardagstaart, dansen nog een laatste dans en nemen afscheid van de groep. Voor Sokkur valt het afscheid zwaar en het is werken om uit zijn knuffels te ontsnappen. We bedanken hem voor zijn onvoorstelbare gastvrijheid en strompelen in de nachtelijke duisternis terug naar onze hostel. Wat een mooie dag. Wat een onvergetelijke beleving. Wat een prachtig volk. 

Een praktische dag

Onze laatste dag in Siem Reap brengen we rustig door. We regelen wat praktische zaken, trainen ons waterballet in het zwembad en wandelen nog een laatste lus langs Pub Street. Voor de zesde avond op rij eten we in hetzelfde restaurant. Niet bij gebrek aan keuze, eerder omwille van onze persoonlijke vijfsterren score voor hun keuken. Al schrok Eline toch een keer verrast op toen ze na een paar hongerige happen de inhoud van haar bord wat beter bestudeerde. Chicken Amok is een Cambodjaanse specialiteit en daar horen volledige kippenpoten bij. Beetje knokig, beetje slijmerig, beetje taai. Vooral die nageltjes. Brrr... Doorspoelen doen we in het Hard Rock Café. Flyers in de stad beloven een gratis Angkor bier en die kans laten we uiteraard niet liggen. Dat er tegelijkertijd een live band van jetje geeft, is een aangenaam surplus en een perfect einde van ons bezoek aan deze sublieme stad. 

Reactie schrijven

Commentaren: 0