· 

De reuzepanda versus de reuzebuddha

Mix Hostel

Yangshuo was top, maar we willen uiteraard nog meer uit onze Chinareis halen. Dus boeken we een trein naar Chengdu, 1600 kilometer verderop. De bullet train tickets zijn graag gezien en er zijn enkel nog staanplaatsen over. De trein doet er echter zeven uur over en dus zijn we benieuwd of onze benen het zolang rekken. Uiteindelijk is de vrees ongegrond. We profiteren van elke lege stoel die we vinden om onze benen te laten rusten, maar telkens we dreigen in te dommelen, stapt in een volgend station iemand op die exact onze veroverde troon heeft gereserveerd. De stoelendans houdt ons de hele rit aan de waggel, maar onze benen zijn er ons regelmatig dankbaar voor. 

 

Aangekomen in de stad gaan we op zoek naar de Mix Hostel. Met het adres in de hand staan we vragend tussen enkele honderden Chinezen, maar zijn we toch weer op onszelf aangewezen. Zelfs het Tourism Office heeft nog nooit van de locatie of van de Engelse taal gehoord (waarom vernoem je je loket dan in het Engels?). Een uitgebreide dissectie van het metroplan helpt ons gelukkig op weg. We kiezen niet zomaar voor dit verblijf. Op het internet circuleren recensies dat zij een pionier zijn in het regelen van Tibet tours. En laat net dat de hoofdreden van onze komst naar Chengdu zijn. 

Chengdu is immers de ideale uitvalsbasis om een trip naar Tibet te regelen. Van hieruit vertrekt de hoogste treinrit ter wereld naar de Tibetaanse hoofdstad Lhasa. Maar bij het regelen van een tour naar Tibet komt wat meer kijken dan bij het huren van een strandstoel in Blankenberge. En met de Golden Week (Chinese vakantie in de eerste week van oktober) waarin overheidsinstanties gesloten blijven en een naderende vervaldatum van ons Chinese visum zitten wij met enkele extra obstakels. We moeten immers een Tibet Permit versieren én ons visum verlengd krijgen. Beiden vragen een hele bureaucratische rompslomp, maar dat laatste zouden we vrij gemakkelijk kunnen omzeilen vanuit de naburige stad Leshan waar de ambtenaren de regels wat soepeler zouden hanteren. Waar een verlenging via de normale weg zeven werkdagen vraagt, kan het in Leshan op twee dagen. Het Permit is een andere kwestie. Daarvoor moeten we het PSB inschakelen en daar blijven de loketten tot 7 oktober gesloten. Maar oke, onze hostel zou dat deel voor ons regelen en stelt ons een eerst mogelijke vertrekdatum binnen twee weken voor. Tegen die datum moeten we dan zelf tot in Lhasa geraken waar een chauffeur en gids ons verder langs de bezienswaardigheden zal leiden (in Tibet mag je niet zelfstandig rondreizen).

 

Tot zover verloopt alles volgens verwacht. De laatste dagen hadden we een uitgekiend plan uitgewerkt om alles vlot in elkaar te laten passen. Maar dan kwam een vieze adder vanonder het gras: de prijs. Een privéreis voor één week door Tibet komt neer op een slordige 20.000 yuan (2500 euro) per persoon. Kies je voor een groepsreis, dan kom je uit op 7200 yuan (900 euro) per persoon. Dat is even slikken! Vooral omdat de treinreis naar Lhasa, de verlenging van het Chinese visum en de kosten van de twee weken wachten voor afreis nog niet mee in die rekening zijn opgenomen. We wisten op voorhand dat Tibet een budgetrokende bestemming was, maar hadden deze prijzen nooit eerder ergens zien opduiken. 

Een njet voor Tibet

Teruggetrokken in onze kamer wikken we pro’s en contra’s. Een bezoek aan het Potala Paleis, het basecamp van de Mount Everest, … Tibet staat garant voor een unieke reiservaring en weinig touroperators pronken met zulke adelbrieven. Maar de kleine letters in het contract leveren de contra’s meer streepjes op. Want, zo wordt vermeld, mag je niet meereizen als je ziek bent en is er geen terugbetaling mogelijk. Hou daarbij rekening dat Tibet op grote hoogte ligt en iedereen vatbaar is voor hoogteziekte. Maar ook als iemand anders in jouw groep door ziekte of een kwetsuur de reis moet verlaten, moeten de medereizigers delen in die kosten. Bovendien betaal je bovenop de hoge som nog een waarborg van 1000 yuan per persoon. We kunnen zelf al tig scenario’s bedenken waarom ze dat geld voor onvoorziene last minute kosten moeten aanspreken. Onze kansberekeningen op deze formule slaan rood uit. Onze paranoia en wantrouwen zijn momenteel misschien wat groot, maar met spijt in het hart begraven we Operatie Tibet. Met dat geld kunnen we ongetwijfeld enkele andere unieke ervaringen in ons reisplan integreren. Het is alleen zonde dat we, met dit plan in het achterhoofd, voor vijf dagen naar Chengdu zijn afgereisd. Want deze stad, zou later blijken, heeft verder niet heel veel te bieden.

 

Zo zien we de komende week geen zon. De temperaturen blijven aangenaam warm, maar de vierde grootste stad van China verstopt zich onder een grijze lucht vol smog. We brengen een bezoek aan het Wenshu Monastery waar we een inleiding krijgen in het buddhistische geloof. We onthouden de mooie, kleurrijke beelden en het feit dat vele mensen, ook jongeren, knielend en offerend komen bidden.

Hip hip hoera

Een dag later begint de Golden Week. In China vieren ze hun 70 jarig bestaan van de onafhankelijke republiek. Deze week vormde een heikel thema voor de feitelijke datum van onze afreis. Op het internet lees je ontmoedigende commentaren en vind je foto’s van een helse drukte in het hele land. De Chinezen die tijdens deze nationale vakantieweek massaal zelf op reis gaan, zouden alle bezienswaardigheden en wegen overrompelen. Maar Chengdu lijkt te ontkomen aan deze volksverhuizing en dus ondervinden we nauwelijks hinder. 

 

Maar het geheel zet me wel tot nadenken. Zo’n foutloze opvoering en perfecte precisie kregen we ook voorgeschoteld tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen in 2008. Ook toen presteerden de Chinezen iets wat wellicht geen enkel volk hen nadoet. Maar doordat enkel dergelijke beelden onze journaals halen, ontstaan bij ons misvattingen en vooroordelen. Zo dacht ik vroeger dat alle Chinezen op elkaar zouden lijken. Als je de troepen hier ziet marcheren, valt het op dat ze allemaal even groot zijn, hetzelfde postuur hebben, dezelfde haarlijn, … Maar in realiteit merk je de verschillen tussen Chinezen zelfs met wazige ogen. Bovendien zijn nieuwsberichten naar het buitenland stevig gecensureerd. In tegenstelling tot Amerika, Rusland of het Midden-Oosten neemt de Chinese berichtgeving kleine proporties aan bij ons. Wanneer ze, zoals met hun 70ste verjaardag, toch een wereldtournee maken, doen ze dat met beelden die perfectie uitstralen. Maar hoe perfect en cool dit ook mag ogen, de rest van hun bevolking is zonder meer een zootje ongeregeld. Dat bevestigen wij alvast uit eerste bron. Maar laat ons vooral geen afbreuk doen op hun prachtige optreden en laten we China alvast een gelukkige verjaardag toewensen. 

We verkennen Chengdu verder langs Chunxi Road, een shoppingcenter dat een hele wijk inpalmt. De wegen zijn autoluw, maar dat bekent niet dat je er rustig wandelen kan. Het is hier een gekkenhuis! Dankzij de Golden Week heersen er solden en dat hebben je oren geweten. Verkopers staan op krukken te zwaaien met kortingspercentages, ze wapperen met handklappers en schreeuwen door megafoons. Mensen krioelen door elkaar en zorgen voor een natuurlijke geluidsversterker. Deze wijk ontploft van het volk. Dus verhuizen we snel naar Jinli Street. Daar vind je een gezelligere drukte tussen kleine eetkraampjes. Het voelt wat aan als een kerstmarkt. 

Vertedering in zwart-wit

De volgende dag moet Chengdu eindelijk eer aandoen. We gaan de panda’s hallo zeggen! Het park met de schattige beren is de trots van China en ligt slechts enkele kilometers buiten de stad. Met een gratis shuttle geraken we bij de ingang en even later staan we oog in oog met deze fabelachtige dieren. Ze zijn hilarisch. Hoe ze stuntelig een ladder beklimmen, hoe ze zichzelf met hun achterpoten krabben of hun konten tegen een tak schuren, hoe ze languit chillen en bij de minste beweging moeten uithijgen, … We krijgen er geen genoeg van. Het park biedt een thuis aan een grote panda populatie en dus word je elke honderd meter verrast door een nieuwe beer.

 

Dit keer kunnen we hem in geen betere positie wensen. Een grote panda zit onderuit gezakt tegen een boom. Hij kijkt ons in de ogen terwijl hij ongestoord bamboe naar binnen blijft schrokken. Het maakt hem duidelijk niet uit dat honderd mensen zijn ontbijt op de voet volgen. Kinderen roepen en gillen terwijl volwassenen selfies en foto’s maken. In een onverbeterlijke Onslow houding verslindt hij de ene bamboestok na de andere. De appetijt is groot want zijn mond is nog niet leeg of hij graait met beide handen al vijf nieuwe takken klaar. Met een ongeziene handigheid bijt hij de schors van de bamboe om de sappigste delen binnen te steken. In een mum van tijd hangt zijn hele buik vol bamboeresten. Het is een hilarisch beeld. We zijn zo dichtbij dat we hem kunnen horen kauwen. Na 300 foto’s en filmpjes besluit hij zijn meet and greet te beëindigen met een hoopje bamboepoep waarna hij dieper het bos in waggelt. 

 

We zien wat panda’s in bomen spelen, op takken slapen, brengen een bezoek aan de rode panda’s en willen ook de kleine baby’s ontmoeten. Daarvoor moeten we aanschuiven in een lange rij door de helft van het park. We steken zoveel mogelijk mensen voorbij en ietwat onverwacht staan we een kwartier later op de place to be. De Chinezen vertrappelen elkaar bijna om een glimp van het kleine, pluizige bolletje op te vangen dus doen wij hetzelfde. We redden het vrij snel tot op de eerste rij en zijn vertederd als we het kleintje daar op een matras zien liggen. We stellen ons de vraag of de commotie op amper tien meter afstand wel gezond kan zijn voor het dier. We maken net op tijd wat foto’s want één van de verzorgers komt de baby net binnenhalen. De massa laat zijn ongenoegen horen en wij prijzen ons gelukkig om onze timing. We worden vervolgens een gebouw binnengeleid langswaar we de verschillende cubs achter glas kunnen zien slapen. Om iedereen de kans te geven mag je niet stilstaan voor het raam. We zien een vijftal kleine panda’s schattig in een soort babypark dutten.

In het Scientologic Panda Museum leert een film ons meer over deze interessante dieren. Geboeid zitten we gekluisterd aan het scherm. Zo leren we dat panda’s solitair leven en een uiterst korte paartijd hebben. De kans dat ze elkaar in het wild én op het juiste moment ontmoeten is daardoor erg klein wat meteen ook hun kleine populatie verklaart. Zo zijn de vrouwtjes slechts 3 dagen per jaar vruchtbaar en is er in die korte periode slechts een frame van 24 uur waarin ze effectief zwanger kunnen geraken. Het vergt dus een heel wetenschappelijk proces om in dit centrum te bepalen wanneer ze de dieren kunnen voortplanten. Het vreemde aan de dracht is dat onderzoekers niet kunnen vaststellen of de bevruchting uiteindelijk gelukt is. Bovendien is de draagtijd onvoorspelbaar en kan hij van elf weken tot elf maanden duren.

 

Panda’s zijn ondanks hun gestalte erg schattig. Als volwassene eten ze 16 van de 24 uur bamboe. Kieskeurig als ze zijn heeft het heel wat voeten in de aarde om aan hun dieet te voldoen. De bamboe voor dit park winnen ze op een plek 150 kilometer verderop. Daar trekken plaatselijke boeren dagelijks de bossen en de bergen in om bamboe te hakken. Met zestig kg bamboe op hun rug komen ze naar beneden om het vervolgens per vrachtwagen naar het park te voeren. Wat een ambacht. We zijn zo geboeid door deze interessante dieren dat we er wellicht over kunnen blijven praten. Maar als je ze ooit in hun meest vertrouwde habitat wil ontmoeten, dan moet je ongetwijfeld naar deze plek afzakken. Want allebei hadden we hun verwanten al ergens anders in de wereld ontmoet, maar die bezoeken vallen in het niets vergeleken met dit park waar de populatie zoveel groter is en de ontmoeting van zoveel dichterbij.

Check out failed

De weersomstandigheden zijn de daaropvolgende dagen wat minder, dus nemen we de tijd om wat zaken te plannen en een vlucht te zoeken naar Nepal. Daarnaast boeken we een treinticket voor morgen naar Chongqing en Leshan waar we onze laatste Chinese ervaringen willen opdoen. We zijn helemaal chill en willen onze was terug naar de kamer brengen als… de kaart het slot weigert te ontgrendelen. We begrijpen niet wat er aan de hand is. Tot we erop uitkomen dat we eigenlijk al hadden moeten uitchecken. We waren in de veronderstelling dat we onze kamer tot morgen gereserveerd hadden en vielen uit de lucht. Wat een misrekening! Schoorvoetend vragen we de receptie of we ons verblijf met een nacht kunnen verlengen. Hun prijs ligt plots aanzienlijk hoger zodat we in allerijl naar een andere stek in de stad verkassen. Het is een wijze les. Gelukkig vinden we nog een betaalbaar alternatief. Al moeten we daarvoor wel gescheiden in dorms slapen. Mannen en vrouwen mogen in China blijkbaar geen slaapzalen delen. Een overnachting in China kost doorgaans niet veel vergeleken met onze Europese ervaringen, maar weet dat de goedkoopste opties voor westerlingen vaak niet eens mogelijk zijn. Want Chinezen blokkeren bepaalde hostels en hotels voor buitenlanders. Enkel Chinezen van het vasteland zijn er welkom. Het is toch wat discriminerend naar ons gevoel. 

Chinese lunaparken

Het is voorlopig onze laatste avond in Chengdu. Die brengen we door in een lunapark in het shoppingcenter onder Tianfu Square. Het is een beleving op zich want hier komen Chinezen samen om hun dance moves te etaleren of zelfs hun agressie kwijt te raken. Met wat een geweld rammen zij op deze kasten?! Twee tieners zwaaien de armen van hun lijf om met handschoenen hun reflexen te testen tegen een spelcomputer aan de muur. Wat verder zien we een kleine jongen de knoppen met zijn vuisten een lesje leren terwijl ik verbaasd toekijk hoe de joystick standhoudt onder zijn brute oorlogsmentaliteit.  Zijn moeder kijkt aanmoedigend toe, maar ik zou in haar plaats schrik krijgen met zo’n vandaal in huis. Ik mag hopen dat het lunapark zijn infrastructuur flink verzekert en dat de leveranciers van de vele spelkasten kiezen voor stevige, duurzame materialen. 

 

Gelukkig zijn er in deze warme tent, waarvan je de flikkerende verlichting zonder probleem vanop de maan kan zien, ook vreedzamere vormen van ontspanning te vinden. Zo kan je in een soort telefooncel een eigen karaokélied opnemen of een gok wagen bij de gekende grijptangen die vooral jouw geld vangen maar verder alleen frustraties opleveren. Of geloof je echt dat die iPhone ooit de jouwe wordt? Gelukkig besparen ze hier op teleurstellingen door naast de dure prijzen ook in goedkopere alternatieven te voorzien. Zoals een blik cola of een ijsje. Al kan je je afvragen waarom je jetons riskeert aan een plat gegrepen ijsje terwijl ze er in het winkelcentrum haast mee naar je hoofd smijten. 

Snelle voeten

Maar de meeste bedrijvigheid vind je rond de dance machines waarbij het de bedoeling is om de danser op het scherm na te bootsen. Camera’s volgen jouw bewegingen en checken of je jouw voeten op de juiste, oplichtende posities zet om een score te bepalen. De jeugd lijkt verslaafd aan dit spel. Er zijn enkele honderden verschillende liedjes maar zij kennen blijkbaar alle bewegingen uit het hoofd. Bij sommigen lachen we ons een breuk als ze hun houterige lichaam tevergeefs proberen te matchen met de snelle en ritmische bewegingen van de dansinstructeur en je duimt mee dat niemand zo gemeen is om deze beelden op social media te verspreiden. Maar sommigen verdienen met hun originele moves zo een plaats in de finale van So You Think You Can Dance. Tenslotte heb je de puntenjagers. Zij kiezen voor de meest uitdagende songs met ultrasnelle danspassen. Ze verplaatsen hun voeten zo snel dat het menselijke oog ze niet kan bijbenen. Hun roerloze bovenlichaam valt enkel op door een steeds groter wordende zweetvlek op de rug. Dit is haast topsport. 

 

Het publiek verzamelt met plezier in rijen rond de dansers. Maar het zou China niet zijn mochten er ook hier geen choquerende figuren rondlopen. En deze weet onze grenzen wel ver te overschrijden. Of hoe zou jij reageren bij volgende situatie? Je staat rustig naar de dansers te kijken tot je plots aan de kant wordt geduwd. De man is drijfnat van het zweet en druppels parelen vanuit zijn natte haren op zijn doorweekte t-shirt. Zijn bewegingen lijken ongecontroleerd terwijl hij zenuwachtig heen en weer loopt. Plots maakt hij de vreemdste geluiden naast je oor. Hij staat voorover gebogen slijmen op te hoesten en spuwt ze in de vuilbak naast je. We proberen onze drankflessen, die naast de vuilbak staan, in veiligheid te brengen en haasten ons uit zijn buurt.

 

Wat later is het opnieuw zijn beurt op de dansvloer. Het wordt meteen duidelijk waarom hij hier zo bezweet rondloopt. Zijn moves beperken zich tot zijn onderste ledematen, maar die slaan dan wel letterlijk op hol. Als je één keer met je ogen knippert, heb je gegarandeerd zevenendertig danspassen gemist. Zijn score aan het einde van het lied is duizelingwekkend. Op anderhalve minuut tijd zet hij meer dan 1200 passen en maakt hij amper 4 foute bewegingen. Hallucinant. Na drie liedjes is zijn bobijn wel af en staat hij opnieuw hoestend en proestend uit te hijgen. Hij verslindt zakdoeken om zijn zweet van zijn voorhoofd te dweilen en kokhalst voorovergebogen alsof hij een braakbal naar buiten wil krijgen. Met een tussenpauze van slechts enkele seconden slijmt hij de vuilbak vol. Wanneer je dan even later het kuisend personeel de plastic flessen zonder handschoenen uit diezelfde vuilbak ziet vissen, draait je maag even om. Voor de rest lijkt niemand zich op te winden in zijn goor gedrag wat nogmaals bevestigt hoe tolerant Chinezen zijn.

Chongqing, de snelst groeiende stad in China

De dag nadien sporen we naar Chongqing. Dit moet een van de grootste stations zijn die ik ooit zag. En meteen ook het drukste. Overal moet je aanschuiven en wachten in de massa. Waar we in andere steden met wat geluk nog een Engelstalige aanwijzing vonden, verwachten ze hier dat onze Chinese kennis na drie en halve week op een hoger niveau zit. Uiteindelijk zijn we drie en half uur onderweg naar ons hotel dat nauwelijks enkele kilometers verderop ligt. ’s Nachts schrikken we allebei wakker door een vreemd geluid. Alsof iemand aan onze deur staat te krabben. We duiken wat dieper onder de dons en weten niet wat er gebeurt. Pas in de ochtend wordt het ons duidelijk wanneer we een visitekaartje van een prostituee tussen de deurstijl vinden. Prostitutie is hier illegaal, maar ik had eerder al ergens gelezen dat de dames van plezier spontaan de hotels afschuimen om reclame te maken voor hun diensten. We passen. 

 

We hebben één dag om deze grote stad te leren kennen. Ze staat bekend als Mountain City, maar de bergen verstoppen zich momenteel in de grijze lucht die de stad een tweede bijnaam verleent: Foggy City. Het is de snelst groeiende stad in China, maar desondanks geeft ze geen moderne indruk.

Ciqikou Ancient City

We beginnen in Ciqikou Ancient City. Het is er druk. Erg druk! We wringen ons door de massa heen in gezellige, smalle straten waar onze reukzin weer danig op de proef wordt gesteld. 

 

We proeven bij verschillende winkels van de lokale specialiteit terwijl we bij andere, stinkende kramen het kokhalzen onderdrukken door onze pas te versnellen. In de wijk vind je veel oorwaxers. Gelegen in een comfortabele zetel, verlichten ze met een hoofdlamp de diepe gehoorgang. Er zijn allerlei verschillende stokken nodig om de smurrie naar buiten te helpen. Vervolgens steken ze een soort touw in het oor dat ze met een trillende stok aanraken. De gezichten ontspannen er spontaan door. Tenslotte borstelen ze de boel met kleine verfkwasten schoon. Het is paradoxaal. Chinezen komen onverzorgd en slonzig over, maar investeren tegelijk toch in deze vormen van hygiëne.

De massa in Chiqikou valt niet te overzien en je personal space moet je hoe dan ook opgeven. Je voelt je als het ware in het ballenbad van de Ikea, op de eerste rij van Rock Werchter en in het gekwak van een massasprint tegelijk. En toch ervaar je dit als ontspannend. We begrijpen echter niet dat Chinezen steevast hun pasgeboren kinderen meesleuren in deze gekte. Het kan niet anders dan dat ze regelmatig een stoot moeten incasseren. Het is een hard volk. Want we hebben al verschillende baby’s een pijnlijke smak tegen de grond zien maken, maar huilen doen ze daarbij niet. 

 

De buurt weet ons drie uur te charmeren met de winkels, kleine cafés met rooftop bars en straat kunstenaars. Zo maken ze wassen beelden op basis van een foto, toveren ze in één handbeweging een vlinder of draak uit een slijmerige siroop en kneden ze plasticine met een arendsoog voor detail in de meest kleurrijke schilderijen met reliëf. Het is een genot om hen bezig te zien. 

Chongqing by night

In de avond bezoeken we Xiaotanmen, een groot plein vanwaar de cruiseschepen vertrekken. In deze bocht vloeien de Yangtze en de Jialing River in elkaar en kijk je uit op een skyline die de vergelijking met New York doorstaat. We genieten van het lichtspektakel en maken een ommetje langs de Hongyadongs, een wijk die in twaalf verdiepingen tegen een rotswand is opgebouwd. 

 

De geelachtige verlichting van de houten huizen zijn zeker een bezoek waard. In de stad bevindt zich zelfs een grot waar een waterval naar beneden dondert. Het is een perfecte afsluiter van Chongqing. Eén dag is wellicht te weinig om alle leuke plekken te bezoeken, maar we hebben het gevoel dat we er het maximale hebben uitgehaald. 

Gaan met die banaan

De ochtend daarop nemen we de bus richting Leshan. Gepakt en gezakt kijken we naar de gietende regen buiten. Damn. Net nu we een half uur met onze bagage naar het station moeten wandelen. Er rest ons nog amper drie kwartier en dus zit er niets anders op dan onze regenhoezen voor het eerst boven te halen. Met onze opvallende regenjas erbij zien we er kleurrijk uit. Dat geldt zeker voor Eline die zo zou kunnen meedraaien in een spotje voor Chiquita. Maar kom, gaan met die banaan!

 

Als vanzelfsprekend is het bijna gestopt met regenen als we het station bereiken. We zijn druipnat, zowel van de regen als van ons zweet. Voor de duizendste keer smijten we onze bagage door de scanner. De security wijst met zijn stok onze drinkbussen aan. Een Chinese brulbeer richt zich vervolgens op. Hij wil de inhoud van onze flessen ruiken en controleren. We negeren zijn bevel en gaan gewoon door. Hij roept ons streng na en zet drie passen vooruit, maar meer moeite steekt hij er niet in. Wat een bullshit zijn die controles hier toch! Wij hebben meer autoriteit dan de security zelf. 

 

In de bus is het subtropisch. Iedereen heeft de regen onderweg naar het station doorstaan en de verdamping zet zich op de ramen. Met het gordijn maken we een plek vrij om buiten te kijken. De bus zit goed vol, maar gelukkig vallen de meeste Chinezen meteen in slaap. Vier en half uur later staan we in Leshan. Ons hotel ligt veertien kilometer verderop en met een bustarief van nauwelijks 1 yuan (0,12 euro) mag je spreken van goedkoop transport. De buschauffeur is onoplettend en uiteindelijk betalen we zelfs helemaal niets. In het hotel ontmoeten we een bijna uitgestorven ras: een vriendelijke gastheer. Op zijn tafelkleed heeft hij de plattegrond van Leshan genaaid. Met grappige handgebaren maakt hij duidelijk wat we kunnen bezoeken en waar we best naartoe gaan. Vervolgens helpt hij ons met het dragen van de bagage. De kamer heeft niet veel om het lijf, maar we zijn opgetogen over de gastvrijheid en de locatie.

Culinaire flop deel 3495

Het is rustig in de stad en dat is een verademing na de heksenketel van Chongqing. Overal vind je kleine fitnesstoestellen op de trottoirs. Ouderen houden er hun gewrichten soepel en maken de grappigste bewegingen. Maar we hebben toch vooral respect dat ze zich zo in conditie proberen te houden. Op de meest onverwachte plaatsen hoor je ook luide muziek. Dat is altijd het teken dat er een groep oudjes hun dansklas hebben. Het ligt wellicht mee aan de basis dat deze bejaarden nog zo fit voor de dag komen en inspanningen kunnen leveren waarvan zelfs wij staan te puffen. 

 

In Main East Street wagen we ons aan een laatste culinair Chinees experiment. Eline heeft haar oog laten vallen op een restaurant waar ze met allerlei stokken in een pot een soort van fondue hebben gecreëerd. Wie begint te watertanden, loopt te hard van stapel. Want in realiteit werkt het systeem als volgt: je vult een hondenbak met stokken uit de koeling. Op die stokken zijn kleine hapjes geprikt, gaande van broccoli, bloemkool, aardappelen tot kip. Per stok betaal je 0,70 yuan. Dat is, net als de portie op een stok, niet veel en je ziet de meesten dan ook met twee hondenbakken en driehonderd stokken in de weer. Eline denkt haar dat haar maag voldoende heeft met een combinatie van een dertigtal snacks. We geven ze af aan de kok en wachten aan onze tafel op een lekkere, warme fondue. Maar het zou de Chinese keuken niet zijn, mochten we niet teleurgesteld worden. 

 

We hebben ons nog niet eens deftig neergepoot of de hondenbak staat al tussen ons in. De stokken zijn ondergedompeld in een roodbruine soep, overgoten met een paar duizend pikante pitten. De ober komt ons nog even informeren dat we voor de plaatselijke specialiteit hebben gekozen. Alleen heeft hij daar niet bij vermeld dat alles koud is. Eline nipt van een aardappel, maar waagt zich er niet aan om een tweede stok uit de mikado te vissen. Ik heb al genoeg aan de geur en het uitzicht alleen. Ons hoofd schudt er bijna af wanneer ze ons vragen of we de overschot graag wensen mee te nemen. We hebben het helemaal gehad met die Chinese troep. Als je de geur weet te weerstaan, dan moet je nog geluk hebben dat het er smakelijk uitziet. En wanneer die puzzel wonderwel lijkt te kloppen, moeten ook je smaakpapillen nog grenzen kunnen verleggen. De avond eindigt opnieuw met koekjes, water, weggesmeten geld en een culinaire teleurstelling.

That's one BIG Buddha

Op onze laatste dag in China bezoeken we de Giant Buddha, een 75 meter hoog standbeeld dat uit een rotswand is gemaakt. Na een lange trap ben je stomverbaasd als je op de top plots naast het gigantische hoofd staat. Dit beeld is immens. Je staart vol verwondering naar zijn dichtgeknepen ogen, platte neus en reusachtige oorlellen. Het beeld zit een beetje verscholen tussen twee bergwanden in, maar het heeft een eindeloos zicht op de omgeving. Ik begrijp niet hoe ze er duizend jaar geleden in geslaagd zijn om dit uit de rotsen te hakken. Want ook al heeft Michel Van den Brande wat weg van een dikke buddha, van stellingbouw Kontrimo was toen nog lang geen sprake.

 

Via een trap kunnen we in de kloof afdalen. De treden zijn hoog en veel ruimte is je tegen de rotswand niet gegund. Terwijl je naar beneden gaat, kom je achtereenvolgens ter hoogte van zijn hoofd, borst en handen uit. Alles is onwezenlijk groot. Zeker als je beneden naast zijn voet staat, voel je je miezerig klein. Wat wil je. Zelfs de nagel van zijn kleine teen is ongeveer twee keer zo groot als jezelf. De mensen bidden en branden er kaarsen. We kunnen alleen maar beamen dat je je nederig voelt bij deze reus. 

Verder in het park vind je met de Wuyou Tempel een tweede wonder. Je moet een lange trap naar de top van een aangrenzend eiland overwinnen, maar boven sta je praktisch alleen in een tempel die in mijn ogen als mooiste tempel van ons Chinees avontuur mag geklasseerd worden. 

 

We staan versteld van wat we zien. Centraal in de tempel staat een gouden Buddhabeeld dat haar vele armen in allerlei richtingen zwaait. Waar je ook kijkt, overal staan rijen van beelden opgesteld. Het zijn honderden unieke beelden van gelovigen. De ware toedracht ervan is ons voorlopig onbekend, maar de talrijke karikaturen zijn alleszins grappig. Het is moeilijk om niet alles afzonderlijk te willen bestuderen, maar daar hebben we helaas de tijd niet meer toe. 

 

In een aangrenzend complex zien we monniken in de buurt van kaarsen en wierookstokken de tijd doden. Je mag er vrij rondlopen en dat is, in tegenstelling tot alle eerder bezochte tempels, anders. Zo kunnen we hier een gebedsruimte binnengaan waar erg mooie beelden zijn samengebracht. Opnieuw vallen de stapels appels als offerande op. We maken er enkele leuke foto’s en zijn blij dat we eindelijk een tempel van zo dichtbij kunnen bestuderen. 

Voor 1 yuan rijden we samen opnieuw drie kwartier door de stad. We stappen af bij het treinstation vanwaar we met de bullet train in ongeveer een uur naar Chengdu terugkeren. Met twee metrolijnen proberen we zo dicht mogelijk bij ons hotel uit te komen. Dat betekent in dit geval nog 3,3 kilometer. Het is intussen donker en de buurt nodigt niet uit tot een gezellige avondwandeling, maar we blijven budgetgericht reizen en stappen drie kwartier door ranzige stank, vuile straten en tussen chauffeurs met gedoofde lichten.

 

Het Yuhang Business Hotel is wederom geen pareltje. Het feit dat ze kamers per uur aanbieden in een nogal gure wijk doet ons denken dat de vermelde business wel eens andere invullingen kan hebben dan het aanbieden van slaapplaatsen aan toeristen alleen. De receptioniste helpt ons met tegenzin verder en regelt een shuttle service naar de luchthaven. Ze verwacht ons al om kwart voor zes in de lobby terug. Dat onze uren op de kamer daardoor verminderen, vinden we niet erg. Het behang valt synchroon met de bepleistering van de muur, overal zitten sporen van verzwijg-me-wat, de handdoek lijkt een visnet vol gaten, de matras kan je nog met geen geweld een millimeter indrukken en in deze Eau de China lijkt het alsof we rechtstreeks in een kattenbak te slapen worden gelegd. We hadden het al kunnen voelen aankomen toen de receptioniste aan ons vroeg voor hoeveel geld we hier wilden overnachten. Hmm. Is die prijsbepaling niet jouw job? 

Our last Chinese sunlise

Als de wekker gaat, hebben we nauwelijks geslapen. We delen de shuttle service met wat Chinese jongeren en staan enkele minuten later op Chengdu Airport. Daar controleren ze onze paspoorten tot vervelens toe. Een investering in één grondige controle zou ongetwijfeld rendabeler zijn dan deze herhaaldelijke en nutteloze checks. We nemen plaats helemaal achterin het vliegtuig en zijn klaar om door te reizen naar het tweede land van onze trip, Nepal.

 

China was zonder twijfel verrijkend. Het is een wereld die erg ver van onze vertrouwde omgeving staat. Het eten, de mensen, de gewoonten, … Er zijn enorm veel aspecten aan het Chinese leven die zeker de moeite waard zijn om ze te ontdekken. Op voorhand hadden we meermaals gehoord dat dit volk met geen enkel ander ter wereld te vergelijken valt, en die mening kunnen wij bijtreden. En toch moet ik zeggen dat ik hier graag was.

Chinezen zijn harde werkers, toch? 

Maar als afsluiter willen we toch nog één thema aankaarten. We hebben uiteraard maar een fractie van het grote China gezien en dus blijft het gevaarlijk om alle Chinezen over één kam te scheren, maar toch voelt het aan alsof we een enorm cliché hebben doorprikt. Want dit volk staat in onze contreien bekend als hard werkend, 24u op 24 en acht dagen op zeven. Nou… Over hun werkuren zullen we niet oordelen, maar het zweet op hun voorhoofd komt toch eerder van de hitte dan van hun intensieve arbeid. Of word jij misschien betaald om wat onderuit te hangen met jouw gsm, een sigaretje te roken uit je busraam of een dutje te doen op de stelling van een bouw? Oh ja, nog even vermelden dat hun lachspieren hier tijdens de werkuren op spaarstand mogen blijven. Met een cursus verveeld kijken, ostentatief geeuwen en luid zuchten val je hier minder snel uit de toon.

 

Daarom nog een kleine verzameling van beroepen die ons opvielen:

Zo heb je de straatvegers. Je vindt ze overal en hebben een geschatte minimumleeftijd van 103. Met aan elkaar gebonden stro aan een steel specialiseren ze zich in het verplaatsen van afgevallen bladeren naar de dichtstbijzijnde berm. Een job die wellicht in de nakende herfst voor stress en overwerk zal zorgen. En wat dan gezegd van de … vuilbakwassers. Met water en zeep schrobben ze de afvalbakken schoon. 

Daarnaast heb je de plastic verzamelaars. Mensen duiken haast letterlijk de vuilbakken in om er plastic flessen uit te vissen. De toekomst van hun vangst is ons een raadsel, maar afgaand op het feit dat zowel jong als oud op dit afval aast, doet ons vermoeden dat hier een bloeiende business achter schuilgaat. 

 

In het land van AliExpress is de nood aan pakjesbezorgers groot. Maar heb jij je ook al eens afgevraagd waarom jouw pak soms enkele weken onderweg is naar België? Weet dan dat jouw bestelling al een hele tocht heeft afgelegd op het dak van een minuscule driewieler vooraleer ze het in de buik van een vliegtuig smijten. En zij rijden uit vrees om te kapseizen heus niet sneller dan 20 kilometer per uur. Gelukkig maar. Je zou maar eens een Chinese vaas besteld hebben…

 

Uiteraard heb je de gidsen die bij alle bezienswaardigheden Chinese groepen begeleiden. Ondanks hun vlaggen en vreselijk geschreeuw in een micro lijkt het bijeenhouden van hun kudde toeristen de grootste uitdaging in deze job, want voor een proef op enthousiasmeren moeten ze alvast niet slagen.

 

Lukt het vendelzwaaien als gids niet, waag dan je kans bij de Chinese busmaatschappij. Daar heb je jobs voor alle talenten. Uiteraard is een chauffeur cruciaal, maar ook zonder rijbewijs kan je bij de club horen. Zo heb je ook iemand nodig die de bushaltes afroept of iemand die met een vlag aangeeft waar de chauffeur moet stoppen bij de haltes. Is dit nog steeds te ingewikkeld, ga dan voor de functie in Baoang uniform waarbij je niets meer moet doen dan ijsberen in het gangpad en rechtstaand meerijden met de bus. 

 

Aan de kant van de weg zie je overal taxibrommers. Hun vreemde talenkennis beperkt zich tot het roepen van ‘hello’ waarmee ze aangeven dat je je bestemming sneller en makkelijker bereikt als je achterop hun brommer springt. Hoewel hun soort in elke stad goed vertegenwoordigd is, is het qua cliënteel vaak vissen in een kleine vijver. We zien hen dan ook meestal verveeld aan de rand van de weg wachten. De meesten hangen wat op hun brommer of liggen zelfs langgerekt op hun zadel voor een dutje. Ik betwijfel het ten zeerste maar misschien hebben zij dan toch de code gekraakt om slapend rijk te worden. 

Opvallen doe je zonder meer als vliegenvanger in Wulingyuan waar in Xibu Street de lekkernijen als schorpioenen, vogelspinnen en sprinkhanen wellicht maandenlang liggen te zonnen tot iemand na een verloren weddenschap met een pruillip zijn bestelling maakt. Ongedierte trekt ongedierte aan en intussen dienen deze vreselijke satés als ideale landingsbaan voor vliegen. Op dat moment heb je maar liever een vliegenmepper in de buurt die jouw koopwaar zo aantrekkelijk mogelijk houdt voor passanten.

 

Zoals overal ter wereld is er een politie eenheid. Maar in China mogen ze van geluk spreken dat de mensen zich, ondanks de vreemdste gedragingen, amper opwinden en erg tolerant zijn ten opzichte van elkaar. Want de politie doet hier absoluut geen moeite om hun figurantenrol met glans te vervullen. De agenten stralen met hun kleine gestalte en frêle schouders nauwelijks gezag  uit. Ze wegen maximaal 55 kg en lijken vaak te verdwijnen in hun veel te groot aangepaste uniform. Het feit dat ze de hele tijd verveeld in belachelijke golfkarretjes hangen, helpt hun aanzien evenmin vooruit. Gelukkig kunnen ze rekenen op hun matrak om mogelijke criminelen een lesje te leren. Maar die wapenstok is vaak groter dan henzelf en dus kunnen we enkel hopen dat ze in case of emergency hun evenwicht kunnen houden met deze lange polsstok in de hand. Om tot dit korps toe te treden, stel je je best op als teamplayer. Zo zagen we in Chongqing het verkeer geregeld worden op één kruispunt door… (effectief geteld) 23 agenten tegelijk! Een huzarenstukje als je je bedenkt dat zelfs één van de vier wegen autoluw was gemaakt. 

 

Nog eentje om af te sluiten. Wil je een uniform aan en vervolgens chillen op je werk? Dan is de job van security agent op jouw maat. Bij grote gebouwen, op luchthavens en in alle bus-, metro- en treinstations. Je vindt ze overal. Meestal bemannen ze met drie of vier dezelfde controlepost. Voor de eerste positie is een losse pols vereist. Want dan kan je extra nonchalant met de detector zwieren om in het beste geval een labello in een broekzak te scannen. De tweede man staat aan de metaaldetector waar iedereen verplicht moet doorlopen. Voor zijn plek kom je pas in aanmerking bij een burn-out of wanneer de helft van jouw zintuigen het hebben begeven. Want de boog piept bij elke passant terwijl de lampen rood knipperen. De oorzaak van dat alarm onderzoeken, kost teveel moeite. De derde man heeft meer geluk. Die mag de hele dag zitten terwijl de inhoud van rugzakken en valiezen met x-ray stralingen op zijn scherm passeren. Hij houdt vooral de focus op zijn eigen gsm scherm om de kans op indommelen te verkleinen. De vierde en laatste man is vaak de actiefste, maar in se ook de meest overbodige. Om zijn dagen te vullen stelt hij de meest belachelijke vragen. Zo moet je van je drinkfles nippen om uit te sluiten dat je geen molotov cocktail bij elkaar hebt geschud en komt hij in hoogsteigen persoon aan de inhoud van jouw fles snuffelen. In het onwaarschijnlijke geval dat ze jou toch verdere vragen stellen, loop je best gewoon door. Ze zullen je welgeteld drie passen achterna komen en één keer naroepen, maar meer dan een schijnbeweging mag je van hen niet verwachten. Kortom. Om bij deze safety first crew te solliciteren, heb je alvast geen dedication nodig. 

Reactie schrijven

Commentaren: 1
  • #1

    Githa (zondag, 20 oktober 2019 11:52)

    Ik heb deze week eindelijk in 2 stukken de achterstand in het lezen van de blog weggewerkt. Leuke verhalen en fijn om jullie persoonlijke ervaringen te lezen. Geniet nog van jullie mooie avontuur. En hou je vast aan 1 zekerheid: het eten zal overal beter zijn dan in China!