· 

Prachtige natuur in Zhangjiajie

De treinrit van Peking naar Zhangjiajie

Net na de middag beginnen we ons etmaal in de trein tussen Peking en Zhangjiajie. Nooit eerder maakten we zo’n lange treinreis. In onze wagon zijn we per zes in een open compartiment samengebracht. De bedden zijn smal en netjes opgedekt. Hoe hoger je slaapt, hoe minder ruimte je hebt. Zo kan je in het bovenste bed helemaal niet meer rechtop zitten. Twee klapstoelen en een kleine tafel vormen ‘het salon’ aan de overkant bij het raam. In het gangpad lopen de andere passagiers constant heen en weer. Ze zeulen zakken vol eten mee alsof ze moeten hamsteren voor weken. Het geluid op hun smartphones zetten ze zo luid mogelijk en ook bij hun Chinees gejengel mogen blijkbaar best wat decibels horen. 

 

2000 kilometer verder zitten we nog steeds op dezelfde trein, maar vreemd genoeg voelt het niet zo lang aan. Het is absoluut een hele ervaring om dit mee te maken. Zeker als het gevreesde moment onvermijdelijk blijkt. Shit. Letterlijk dan. Ik moet naar het toilet. De horrorverhalen die ik vooraf had gehoord maken mijn hartje bang als ik door de wagon wandel. De toiletruimte is klein. Er is geen toiletpapier en in de grond is er enkel een kleine uitsparing voorzien om… De geur is er pittig dus kies ik voor een snelle aanpak. Die formule lijkt succesvol en ik dank mijn ledematen om hun lenigheid. Met een karatestamp op de knop spoel ik door. Met mijn elleboog foefel ik de deur open en maak me uit de voeten. Hier wil ik het interieur immers niet betasten.

 

Om kwart voor tien gaan alle gordijnen dicht, de lichten uit en kruipt iedereen in bed. De trein schokt soms hard wat het inslapen moeilijk maakt. Het luide gesnurk van de Chinezen rond ons helpt wellicht ook niet. Bovendien is roken toegestaan op de trein en dringt de stank van hun sigaretten langzaam in onze haren, kleren en lakens. Bah. Tegen zeven uur in de ochtend springen de lichten opnieuw aan. Tijd voor ontbijt zie je de Chinezen denken. Ik werp een blik naar beneden en laat mijn oog vallen op groene eieren, noedels en soep. Mijn hongergevoel slaapt gelukkig nog even door, maar mijn oren ontkomen helaas niet aan alle geluiden die ik maar wat graag had kunnen negeren. Slurpen, luid smakken, boeren, scheten, … Chinezen laten zonder schroom de natuur zijn gang gaan. Ik had nooit verwacht dat mijn MP3 speler naast ontspanning ook een redmiddel zou worden. 

 

In de laatste uren leggen we contact met onze buren. Het gesprek verloopt moeizaam en uiteindelijk zal een vertaalapplicatie op basis van ingesproken berichten de enige manier van communiceren worden. We geven de smartphone de hele tijd aan elkaar door, maar ontdekken dat spraaktechnologie en vertalingen niet feilloos verlopen. ‘We are Tom and Eline’. De vertaling daarvan kan je als basisniveau Chinees beschouwen, maar we lachen ons een breuk wanneer we onze ingesproken zin op het scherm zien komen als ‘We are dumb’. Je maakt maar één keer een eerste indruk en Dong Chueng fronst meteen zijn wenkbrauwen. Toch schrijft hij zijn contactgegevens in ons vriendenboek en zegt hij dat we hem altijd mogen contacteren. We knikken vriendelijk maar beseffen dan al dat we zijn Chinese handschrift nooit zullen kunnen ontcijferen. 

Hello Wulingyuan

De trein doet er uiteindelijk iets langer over dan voorzien en na exact 24u krijgen onze longen voor het eerst opnieuw zuivere zuurstof binnen. Nu ja, heel zuiver ziet de lucht in Zhangjiajie er niet uit. Het is zwaarbewolkt en van de eerste blik op de stad krijg je geen zonnig gevoel. We kopen voor 26 yuan tickets voor een minibus naar Wulingyuan. Helemaal achterin nemen we met onze bagage de volledige achterbank in beslag. Zhangjiajie laat een mistroostige indruk na. De stad lijkt deels vervallen, deels een bouwwerf en verder nogal industrieel. De tijd lijkt hier stil te hebben gestaan. Het verkeer daarentegen neemt wel vaart. Claxonneren en wild manoeuvreren lijken onderdeel van de rijstijl. In onze minibus is amper plaats voor een vijftiental passagiers, maar het lawaai van de smartphone van de jongen voor ons doet niet onder voor een gevuld stadion. De rit leidt door berglandschappen en eindigt na drie kwartier aan het station van Wulingyuan. 

 

Hier ademt alles een andere sfeer. De stad is veel kleiner, maar langs de rivier lijkt de buurt authentieker. Toch verraden de vele hotels en winkels een bloeiend toerisme. Met onze grote rugzakken trekken we overal de aandacht. Chinezen gniffelen als we passeren en vragen zelfs om een selfie. Na tien minuten wandelen staan we in de lobby van onze hostel waar we een ruime kamer met twee bedden en een mooie badkamer krijgen. Het is een verademing na onze cel in Beijing. 

Ik zeg nee tegen die saté

We maken een verkennende wandeling door Wulingyuan en zien de heuvels in de verte onze horizon bepalen. Dat belooft voor de komende dagen! In Xibu Street ontdekken we heel wat winkels en show cooking eetkramen. De rode en gele lampionnen aan de houten gevels bezorgen de wijk een gezellige aanblik. Ze verkopen de meest bizarre toestanden: vogelspinnen, schorpioenen, sprinkhanen, … Alle ongedierte prikken ze op een stokje en proberen ze als saté aan de man te brengen. Ik kan de drang om toe te happen probleemloos onderdrukken. Hoe krijg je zoiets in hemelsnaam tot achter je kiezen? 

 

We genieten van onze wandeling in deze charmante buurt. Zelfs de Ghost Street waar alle winkels leeg zijn achtergebleven straalt iets apart uit. Eten doen we in een gezellig en klein restaurant met een volledig houten interieur. We kiezen voor kip en rund, maar kijken toch even verrast op als ze me een bord met pannenkoeken van bamboe brengen. Het zachte mengsel binnenin doet me denken aan gesmolten cactus, maar het smaakt lekker en ik stel me dus liever geen vragen bij de eigenlijke ingrediënten. Al zou het me stiekem verbazen mocht hier kip mee gemoeid zijn. De tafeletiquette in dit restaurant is trouwens best grappig. Bij je bestelling krijg je namelijk een Mickey Mouse badje op tafel gepresenteerd. Blijkbaar moet je hier eerst met kokend water de afwas van jouw potjes en tassen doen…

 

Wulingyuan weet ons na enkele uren alvast te bekoren. De mensen zijn hier vriendelijker en socialer dan we in Peking gewend waren. Zo mag het best blijven.

Avatar Mountains

We springen vroeg uit de veren want de Avatar Mountains staan op onze planning. Het weer lijkt dik in orde. Gelukkig maar, want naar verluidt is dat heus niet altijd het geval in deze regio. We betalen 456 yuan (ruim 50 euro) voor de tickets wat naar onze Chinese ervaring duur is. Het ticket is 4 dagen geldig, maar wat heb je daaraan als je maar een weekend in de stad blijft. Een slimme zet van de Chinezen dus. De vingerafdruk van mijn duim wordt aan mijn ticket gekoppeld. Damn. Het ticket overmorgen doorverkopen heeft dus geen zin meer. 

 

Aan de inkom heerst een enorme drukte. Chinezen brullen door elkaar, gidsen schreeuwen in hun microfoon en iedereen lijkt ruzie te maken. Ik sta er telkens van versteld hoe mensen hier met elkaar omgaan en kan me echt niet inbeelden hoe zij ooit gezelligheid met bijvoorbeeld kerstavond kunnen combineren. Om bij de bezienswaardigheden van het park te komen, moet je eerst een bus nemen. Het is te zeggen… Je moet eerst aan die bus geraken. Want die honderd meter tot de parking zijn op z’n zachtst uitgedrukt uitdagend. Chinezen bewijzen wederom hun gebrek aan geduld. Ze trekken en duwen er op los, pletten elkaar en roepen tussendoor elkaars trommelvliezen aan flarden. Het is een wonder dat de ouderen dit ongeschonden kunnen navertellen. Hoewel… Eigenlijk zijn het net die 80-plussers die in deze moshpit het meeste lef tonen. Opletten doen ze trouwens niet. Anders hadden ze wel begrepen dat de verschillende wachtrijen beurtelings van links naar rechts naar de volgende bus zouden worden toegelaten. We hacken het systeem al snel, kiezen strategisch de rechterkant en zitten uiteindelijk toch nog voor de hooligans op een bus. Bam!

 

We stappen uit bij de Bailong Elevator. Tegen de bergwand gaat een indrukwekkende lift loodrecht naar de top. Wauw! Tot we ontdekken dat het ritje een duit geld kost en een ticket enkel én terug vereist (144 yuan of 18 euro). Want ook dat zijn de Avatar Mountains. Ondanks de hoge inkomprijs moet je in het park voor elk bewegend object (behalve de transferbussen) nog een bedrag extra ophoesten. Deze winkel willen we niet sponsoren. Uit protest nemen we de bus terug naar Water Winding Four Gates. Hier hiken we het bos in waar we overal kleine apen zien. Ze zijn helemaal niet mensenschuw of agressief zodat je ze heel dicht kan benaderen. De mensen bieden koekjes uit hun hand aan, niet beseffend dat zowel zij als het dier daar niet mee geholpen zijn.

Lap! Nog nen trap!

We hiken langs een rivier en kijken verwonderd naar de hoge rotsformaties die het park zijn bekendheid geven. Bij een afslag naar rechts begint een trap naar het stadje Yuangjiajie. De trap is steil en kronkelend. En lang. En hoog. En vooral stil. Want wie verkiest deze zweterige inspanning van een dik uur boven een gemakzuchtige kabelbaan? Wij en onze portemonnee! De tocht is lastig en onderweg stoppen we om water te kopen. Onvoorstelbaar dat op deze lange en eenzame trap toch nog twee kleine drankstanden bestaan. In totaal moeten we 1350 trappen overwinnen om de uitkijkpunten te bereiken. We zijn hier nog steeds helemaal alleen en daar zouden we later extra blij om zijn. 

 

Het landschap is fenomenaal. Overal zie je rotsformaties als echte pilaren afsteken tegen de groene bergwanden. De inspanning lijkt al lang vergeten wanneer we ons neerzetten om weg te dromen bij het uitzicht. Het pad brengt ons nadien in Yuangjiajie Village waar stinkende eetkramen samensmelten met een horde stinkende Chinezen. Rust en stilte zijn hier ondenkbaar, maar de omgeving is zo adembenemend dat we het gedoe trotseren. 

 

Een bord leidt ons naar de First Bridge of the World. Een ander bord dat Gigantic Natural Bridge vermeldt, wijst dezelfde richting aan. Chinezen geven blijkbaar verschillende namen aan eenzelfde plek. Alsof hun park nog niet ingewikkeld genoeg is aangelegd. Ik betwijfel sterk of dit wel degelijk de eerste brug was. En metalen kabels en platen hebben volgens mij weinig natuurlijks in zich. Wat een gelul en gebrek aan inspiratie om deze plek te benoemen. Maar… vanop die eerste natuurlijke brug kijk je wel recht op de Heaven Pillar. Alias de Hallelujah Mountain (twee namen voor dezelfde plek, you know). Zegt het je nog niets? Denk dan aan de kaskraker Avatar die zijn decorinspiratie bij deze rots kwam zoeken. Hij is hoog, priemt loodrecht de lucht in en stiekem hoop je dat de blauwe mannetjes vanuit het bos op de top komen aanvliegen. Dit is zeker een bezoek waard!

Busje komt zo

Uiteindelijk komen we aan bij de busparking van Yuangjiajie Village waar we besluiten terug richting hostel te reizen. De Chinezen tonen zich weer van hun beste kant. Zodra de bus tot stilstand komt, stormen ze er als gekken op af. Het lijkt wel de stierenloop uit Pamplona. Ik ben ervan overtuigd dat ze jou letterlijk vertrappelen mocht je in deze gekte ten val komen. Maar bon, een halve minuut na hun Olympische 100 meter zetten wij ons rustig op een stoel. Terwijl zij uithijgen, genieten wij van de uitzichten. Tot we beseffen dat we op de verkeerde bus zitten. In plaats van naar het dal te rijden, winnen we steeds meer hoogte en worden we zelfs op het hoogste punt van het park afgezet: Tianzi Mountain. Onze getergde beenspieren vervloeken het ingewikkelde parksysteem. 

 

We weten niet hoe we naar de uitgang van het park geraken en alles op deze bergtop wijst in de richting van een dure kabelbaan. Bijbetalen is geen optie, maar het busnetwerk hier doorgronden vereist ook enkele universiteitsjaren en bovendien zijn we nog wat draaierig van de bochtige klim in de vorige bus. We vragen hulp aan een jonge politieagente. ‘Little’ antwoordt ze wanneer we naar haar Engelse skills polsen. De diepe zucht en irritatie hebben we alvast begrepen als we haar kenbaar maken dat we geen kaart van het gebied op zak hebben. Hoe zou het ook. Dat dom papier is nergens te vinden of te koop. Dus trekt ze een kaart uit de handen van een voorbijganger en wijst ons in haar beste Engels de weg: ‘Hangzhuo chang xi dong hao busstop nihao mi huawei’. Bon. We zoeken het zelf wel uit. 

 

We nemen een drastische beslissing. We gaan met de trap naar beneden. Alleen zitten we nu op het hoogste punt en wacht ons ongetwijfeld een lange afdaling. Die blijkt inderdaad eindeloos en achter iedere flauwe bocht blijven ellenlange trappen volgen. Onderweg worden we geplaagd door muggen. Zwierend met onze armen wandelen we in niemandsland door de bossen. Na een uur beginnen onze lichamen stilaan te strompelen. We moeten ons zelfs concentreren om het besef te behouden hoe je in feite een trap moet afgaan. We zijn opgelucht als we in de verte de motor van een bus horen. Na meer dan vijf kilometer non-stop trappen afdalen, wandelen we mankend en op automatische piloot en hunkeren we naar een bank op de bus. Die zit stampvol. We mogen het resterende traject dus ook nog eens blijven rechtstaan. Iets na vijf uur verlaten we vermoeid en met zere voeten en knieën het park, maar we hebben er wel een mooie dag opzitten.

Geen hotpot, maar een rotpot

We hebben bijna 27.000 stappen in de benen en blijven in de buurt van de hostel om te gaan eten. We zijn niet kieskeurig en laten ons domweg verleiden door een ober die met een Engelstalige kaart staat te zwaaien. Het interieur is niet veel soeps en de aansloffende ober lijkt plots minder enthousiast eens we aan zijn tafel zitten. We bestellen wat frisdrank en een hotpot van kip met champignons. Want over zo’n Chinese hotpot had Eline enkel lovende commentaren gelezen…

 

De eerste twijfel over deze tent schiet me al te binnen als ze onze frisdrank aan tafel brengen. Eline drinkt een blik Sprite, ik krijg een fles van anderhalve liter Cola voor mijn neus. Nog geen twee minuten later zetten ze onze hotpot op een klein vuur in het midden van de tafel. Buiten wat bleke snippers kip ontwar ik enkel een massa bruine en zwarte champignons. Door de hitte van de vlam eronder begint de soep al snel te pruttelen. De kip smaakt flauw en bij de champignons veren mijn tanden spontaan terug. Wat een taaie boel is me dat! Gelukkig volgt er even later een pot witte rijst. Want die hotpot trekt op niks. We vissen er in totaal welgeteld zeven stukjes kip uit en kijken triestig naar de pruttelende en vieze troep die achterblijft. Bah. Wat een rotpot.

 

De ober begrijpt niet dat we willen betalen als hij zijn onaangeroerd eten ziet. Proef er zelf eens van en je begrijpt ons voorspoedig vertrek, vriend. Aan de kassa spijzen ze onze rekening wat extra. Want… in het Chinees hadden ze op de kaart vermeld dat we 2 yuan per persoon moesten betalen voor de rijst en voor het gebruik van hun table wear. Tja. We zijn niet akkoord en krijgen uiteindelijk 1 yuan korting. Die spenderen we onmiddellijk in de supermarkt aan de overkant. Chips moeten we hebben, verdekke! Want we willen na zo’n sportieve dag niet met lege magen naar bed. 

Apenstreken

Om de files aan de inkom van het park te vermijden, vertrekken we wat later op de dag. Een strategie die onze kuiten en voeten ten zeerste appreciëren want de trappen van gisteren hebben voor wat strammere spieren gezorgd. Beginnen doen we op dezelfde plek en dus ontmoeten we weer de schattige apenkolonie. We hebben het wel degelijk over de dieren want die andere apen werken er danig op ons systeem. Appels voederen valt nog enigszins te begrijpen, maar koeken in plasticfolie, chips of zelfs sigaretten lijken me geen evenwichtig dierlijk dieet. Tot ons verdriet zien we de apen aan de plastic zakken knabbelen. Het is een triest beeld. Dat vinden de apen uiteindelijk zelf ook. Want plots vallen ze een dame aan en wordt wat verderop zelfs een hele kolonie luidruchtig en boos. De mensen die eerst stoer wat uit hun handen wilden laten eten, springen angstig achteruit. Tja. De vele borden hadden jullie dan ook gewaarschuwd om de dieren niet te verleiden met eten. 

 

De Golden Whip Stream wandeling meandert kilometerslang tussen de prachtige en hoog boven ons hoofd uitstekende rotspieken. De bomen bieden gelukkig beschutting voor de zon en haar hoge temperaturen. We doen alles op een rustig tempo en onze hartslagen pieken enkel even bij het zien van een waterslang. Bah. Na zes kilometer komen we bij de oostelijke hoofdingang van het park. De bloemenperken en tuinen zijn tot in de puntjes verzorgd. Deze entree is zonder twijfel mooier dan in Wulingyuan en het is er op dit tijdstip van de dag heel wat rustiger. 

 

Voor 20 yuan (2,5 euro) brengt een minibus ons in twintig minuten terug naar Wulingyuan. Boven het hoofd van de chauffeur hangt het symbool dat aangeeft dat roken verboden is op de bus. Toch zit de chauffeur zelf lekker te dampen. Ongelooflijk trouwens hoe sterk de tabaksindustrie zich in dit land manifesteert. Vrijwel iedereen lurkt de hele dag door aan een sigaret. Nochtans vermeldt onze reisgids een rookverbod in alle horecazaken. Dat moet dan ook de enige plek zijn waar ze de gezondheid proberen te promoten. Want in winkels, bij tempels, op treinen, … Overal rook je passief mee en ben je ongewild de sigaar. 

De puzzel van Zhangjiajie

Na drie nachten Wulingyuan is het tijd om de bus terug te nemen naar Zhangjiajie dat ons opnieuw slechts matig aantrekt. Gelukkig slapen we hier maar één nacht. De ontvangst in onze kleine hostel is hartig, maar de matras van onze kamer is hard en wordt ongetwijfeld een marteling voor mijn ribben. We controleren zelfs even of er überhaupt een matras onder de dekens ligt en sussen ons dat we deze steen maar één nacht moeten trotseren. 

 

We verkennen de stad en de resterende opties om te bezoeken. Daar neem je maar beter je tijd voor want de Chinezen hebben hun uiterste best gedaan om deze regio zo verwarrend mogelijk te organiseren. Geen idee hoe ze het voor elkaar krijgen, maar zelfs na lang opzoekwerk trek je elke mogelijke benaming nog steeds in twijfel. Dat heb je dan als je voor elke stad of bezienswaardigheid twee verschillende namen bedenkt en ze bovendien op elkaar laat lijken. En aangezien hier evenveel sprekende dieren wonen als Engelstalige Chinezen, ben je in alles op je eigen instinct aangewezen. We proberen de regio even zo simpel mogelijk in kaart te brengen:

 

Er zijn eigenlijk drie grote, toeristische trekpleisters die garant staan voor natuurschoon: de Tianmen Mountain, de Avatar Mountains en de (Chinese) Grand Canyon. Deze drie-in-één-formule vind je in de stad Zhangjiajie, de thuishaven van het Wulingyuan Scenic Reserve. Sta je klaar op het treinperron van Zhangjiajie om de Avatar Mountain te bezichtigen, dan zit je in de verkeerde stad. Een busrit van 28 kilometer brengt je daarvoor naar Wulingyuan, dat voor de helft van de bevolking bekend staat als Zhangjiajie Village. Neigt jouw interesse naar de Tianmen Mountain, dan blijf je beter in de buurt van het station van Zhangjiajie City. Ben je eenmaal vanuit Wulingyuan terug naar Zhangjiajie City gereden om daar de Grand Canyon met zijn Glass Bridge te bezoeken, dan kom je bedrogen uit. Hoewel de kantoren hier met excursies naar je hoofd smijten en overal prachtige foto’s van de Grand Canyon afficheren, moet je toch de 28 km naar Zhangjiajie (Wulingyuan) terug afleggen om van daaruit een bezoek aan de Canyon te fixen. En dat terwijl we in die drie dagen rondlopen in Wulingyuan geen enkele verwijzing naar die Grand Canyon hebben gezien. Maar geen nood. De Glass Bridge nabij Wulingyuan lijkt indrukwekkend en uniek, maar uiteindelijk zijn er ook glazen wanden boven op de Tianmen Mountain in Zhangjiajie City. Ben je mee? 

Langste kabelbaan ter wereld

Enfin. We zijn nu in Zhangjiajie City en kiezen voor een bezoek aan de Tianmen Mountain. De kabelbaan is ongetwijfeld het uithangbord van de stad. De hele dag door zie je bakjes vol toeristen over de gebouwen heen de bergen in getrokken worden. Deze langste kabelbaan ter wereld lift je in een twintigtal minuten naar een hoogte van 1520 meter. 

 

We staan vroeg op om wachtrijen te voorkomen en staan om 7u aan de ticketbalie. We kiezen voor de B lijn en rijden met een bus naar boven om nadien met de kabellift naar beneden te komen. De populairdere A lijn brengt je naar dezelfde plekken maar dan in de omgekeerde volgorde. Met een inkomprijs van 470 yuan (59 euro) voor ons twee zoek je tevergeefs naar een komma in het bedrag. De kassa rinkelt hier belachelijk hard terwijl je hier ’s avonds uitgebreid kan dineren voor 30 yuan (3,75 euro) of overnachten voor 64 yuan (8 euro). Toch is de kabelbaan voor je het goed en wel beseft uitverkocht voor de dag. 

 

Om elf uur worden we met een minibus naar een transferstation gebracht voor een paspoortcontrole en een overstap op een bergbus. Tijdens de 11 af te leggen kilometers tel je 99 scherpe bochten zodat de kronkelende weg een drakenstaart op de bergflank tekent. Als we uitstappen zien we Zhangjiajie in het dal en staan we tussen hoge, groene rotsen van het karstgebergte. Het pad brengt ons bij een ellenlange trap. Iedereen hijgt zich zwalpend naar de top en neemt de nodige rustpauzes onderweg. Ik prijs me gelukkig dat wij het B traject volgen en niet de A lijn waarbij je deze trap naar beneden moet gaan. Uitglijden op een van deze honderden, steile treden staat garant voor een ziekenhuisverblijf van enkele maanden. 

 

Boven sta je bij een enorm groot gat in de rotswand. In het verleden heeft Spiderman deze wanden beklommen en zijn stuntmannen in Batman pakken door deze enorme rots gevlogen. Zeven lange, opeenvolgende roltrappen brengen ons verder naar de top van deze heilige berg. We hebben er prachtige vergezichten op de andere bergtoppen in de buurt en volgen een wandelpad rond de berg in oostelijke richting. Dat blijkt achteraf een slimme keuze want zo ontwijken we het grootste fileleed.

Bij de Glass Bridge begint een pad tegen de bergwand dat enkel uit glas bestaat. Voor mensen met hoogtevrees is dit zicht op de ravijn wellicht geen aanrader, maar voor stoere hikers als wij vormt het geen obstakel. Al is dat stoere kantje hier minder uitgesproken nu we met bordeaux pantoffels over onze schoenen moeten rondlopen om beschadiging van de glazen bodem te verminderen. Naar verluidt zou de brug in de Grand Canyon haast niet meer weerspiegelen door de vele krassen, dus prijzen we ons gelukkig met deze maatregel. Zelfs al troggelen ze ons daar weer 10 yuan voor af. 

 

Na een kleine drie uur genieten, komen we aan de kabellift naar het dal. We moeten nog meer dan een uur wachten voor we met onze omgeruilde tickets toegang krijgen tot de wachtrij. Maar vervelen doe je je nooit met de Chinezen in de buurt. We focussen ons op de bizarre boodschappen die ze op hun t-shirts printen. Zo loopt een meisje voor ons met volgende tekst op haar rug: ‘Let your smle change the wopld’. Het bevestigt ons beeld van de wepeldvreemde mensen hier. 

 

Rond half vier duiken we steil naar beneden. Hangend tegen de bergflank passeren we  volgeladen bakjes met toeristen naar de top. Het lijkt ons vrij zinloos om zo laat op de dag naar boven te vertrekken. Binnen twee uur is het donker en heb je wellicht van weinig uitzichten kunnen genieten. De eerste tien minuten zakken we snel en blijven de uitzichten fenomenaal. De laatste tien zweeft de lift over velden en een deel van de stad. Het is een beetje een domper en je vraagt je af waarom ze de basis van de lift niet aan de voet van de berg zelf hebben gelegd. Maar dan had het wellicht niet de langste kabelbaan ter wereld geweest en hadden ze ons wat minder geld kunnen afpingelen. 

 

In de stad halen we onze spullen op en wandelen naar het station waar we de trein nemen naar Yangshuo. Met een overstap in Liuzhou zouden we daar tegen morgenmiddag aankomen. 

Reactie schrijven

Commentaren: 2
  • #1

    Jan M (dinsdag, 01 oktober 2019 19:59)

    Geweldig te lezen dat verveling gelukkig noet om de hoek komt kijken. De uitdrukking "met alle Chinezen maar niet met den dezen" lijkt me continu toepasbaar. Of vergis ik me?

  • #2

    Tom Van Opstal (maandag, 07 oktober 2019 20:15)

    Heimwee... Zucht... Geniet ze nog in het Verre Oosten. En wat leuk om te zeggen na één maand al, de reis is nog maar net begonnen.