· 

Een week in Peking

We zijn intussen al ruim een week ondergedompeld in een Chinees bestaan. De taal en gewoontes zijn we nog niet machtig, maar uiteraard willen we graag onze eerste ervaringen met jullie delen:

 

Om vijf uur in de ochtend dropt de piloot ons op de Aziatische tarmac. Na enkele vingerafdrukken en een controle van ons paspoort en visum wandelen we China binnen. We made it! Maar onze ontdekkingstocht is nog maar amper van start of we botsen al op een eerste obstakel: de taal. Chinezen spreken of begrijpen geen Engels en wij begrijpen of spreken geen Chinees. Buiten een tsj of een ng klank herkennen we in hun luid en schel geschreeuw niets meer dan een dronken aaneenschakeling van klinkers. Haast niemand die ons begrijpbaar kan maken hoe we de stad in komen. De aangeboden taxi leek ons duur dus verkozen we de bus. Voor 60 yuan (7,5 euro) staan we een half uur later aan de achterkant van het centrale station van Peking. Rochelende mannen staren ons aan. Ondanks mijn gekneusde ribben hijsen we onze bagage op onze schouders en zoeken we een weg naar ons verblijf. Dat lijkt uiteindelijk moeilijker dan gedacht. De Chinezen sturen ons wandelen wanneer we om informatie vragen en een taxi probeert ons ook hier een erg dure rit te verkopen. Dan maar te voet…

There are 9 millions bicycles in Beijing

Met een kleine google maps afbeelding op onze smartphone proberen we ons te oriënteren. Na een dik uur zweten, bereiken we onze hostel. De eerste indrukken op de stad hebben we onderweg gratis meegekregen. Zo rijdt het hier vol fietsers en brommers. Overal staan stadsfietsen die je via een betaalapplicatie kan huren en nadien mag achterlaten waar het je zint. Brommers tuffen aan lage snelheid voorbij. Oudere mensen zitten je op voetpaden aan te gapen en lichten blijven net lang genoeg groen om als voetganger de brede straten over te steken.

 

Bestay Hotel ligt in een rustige buurt. Aan de overkant van de straat bevindt zich een hutong en op amper twee minuten wandelen vind je een kleine supermarkt. Ideaal. Kamer 306 wordt de komende vijf nachten onze thuis. Net als ruimte ontbreekt in de kamer ook een raam. Toch vinden we er met een bed, toilet, douche en klein tafeltje alles wat we wensen. De rest van de dag nemen we de tijd om te acclimatiseren, de volgende dagen te plannen en mijn ribben te laten herstellen. 

Temple of Heaven

Het is middag als we een dag later voor het eerst terug zonlicht zien. Het is aangenaam warm in de stad en we zijn onderweg naar de Temple of Heaven. Mijn ribben en longen voelen nog steeds pijnlijk aan en ademen is moeilijk zodat we aan een traag tempo door de straten slenteren. Gelukkig logeren we vlakbij de tempel. Het is een indrukwekkend en mooi bouwwerk. Het vele schilderwerk, de kleine beeldjes op de hoeken van elk dak, de ingewikkelde constructies, … Het is impressionant hoe ze de bouw van deze grote tempels zoveel eeuwen geleden en zonder technologische hulpmiddelen hebben weten te realiseren. We nemen alles goed in ons op en lopen door het prachtig aangelegde park. 

 

Bij de Echo Wall kan je tegen een muur praten zodat iemand anders het aan de andere kant van de muur zou kunnen horen. Het lukt ons niet dus richten we onze aandacht maar snel op de prachtige tempel. En op de Chinezen zelf. Wat een stelletje ongeregeld. Fashion is duidelijk geen Chinees begrip. Hun kleren en schoenen zijn zes maten te groot, alle kleuren van de regenboog door elkaar, met opvallend kinderlijke accenten, mouwstukken onder t-shirts, schoenen in de vorm van een vis, een jas bij meer dan dertig graden, mondmaskers of zelfs halve ruimtepakken. Het boeit hen duidelijk niet. 

 

Buiten het feit dat ze asociaal zijn, komen ze nog vaker arrogant over. Wanneer een klein jongetje op een centrale steen gaat staan voor een foto, kijkt een oudere vrouw hem zo streng aan dat het mannetje huilend opstapt. Persoonlijke voorrang is de enige voorrang voor een Chinees. Maar wat is het zalig om op zo’n momenten gewoon luidop te kunnen zeggen wat we denken zonder dat iemand ons begrijpt.  

 

We slenteren een tweetal uur door de tuinen rond de tempel. Net genoeg om te ontdekken dat overal Chinese muziek in de achtergrond weerklinkt, dat vele Chinezen hier komen om tegen een muur te hangen of te slapen, dat ouderen in de corridors een kaartje leggen en dat werkmannen willekeurig en gehurkt manueel her en der wat gras uit de gigantische perken plukken. Kwestie van de boel efficiënt te onderhouden. Uhu. De rust die in het park heerst, maakt ons heerlijk ontspannen. We zijn helemaal klaar om ons tempo de komende dagen wat op te drijven en dieper de stad in te duiken.

Summer Palace

We staan vroeg op en richten onze pijlen vandaag op twee toeristische trekpleisters aan de overkant van de stad. Om daar te geraken brengen we meer dan een uur door in het ondergrondse metrostelsel. Aan betaalautomaten heb je de optie om cash te betalen of een herlaadkaart aan te kopen. Toch als je over het meest recente geld beschikt. De 10 yuan biljetten die we bij de bank kregen, worden immers niet overal aanvaard. Of hoe ouderwets China in al zijn opzichten mag genoemd worden. Het metrostelsel is verder goed geregeld en goedkoop, maar ondanks de grote verspreiding van routes en de snelle opeenvolging van metro’s zitten ze op haast elke lijn stampvol. Chinezen wachten niet totdat de reizigers zijn uitgestapt maar smijten zich gewoon naar binnen zodra de deuren zich openen. Verwacht alleszins geen vrolijke goeiedag of een gezellige babbel. Meestal sta je recht tussen een massa mensen die zich maar op één ding richten: hun smartphone. Ze bellen schreeuwerig, kijken luide video’s of chatten de hele tijd zonder ook maar één woord te delen met de anderen om zich heen. 

 

Vanaf de halte van het Summer Palace is het nog een tiental minuten lopen tot de inkom. De richting staat niet aangegeven dus is het een beetje gokken en andere groepen volgen. Binnen in het park word je meteen stil van de pracht. Het grote Kunming Lake met zijn vele bootjes, het Summer Palace op een heuvel, enkele andere tempels en de mooie bergen in de achtergrond maken de plek aantrekkelijk. Ook hier heerst ondanks een milde drukte vooral een sfeer van rust en vrede. We turen dromend in de verte. Het weer is mooi en de omgeving is fantastisch. 

 

We betalen elk nog 10 yuan (1,25 euro) extra om het Summer Palace te betreden. Daarvoor moeten we wel heel wat steile trappen beklimmen. Maar die zijn de moeite meer dan waard. Boven kom je aan de tempel waar je binnen naar een reusachtig beeld kan kijken. Mensen bidden voor de deur. Onze kennis van de Chinese cultuur is te klein om te beseffen wat deze plek echt betekent, maar in mijn ogen is het beeld gewoon lelijk. Geef mij dan maar het zicht op de tempel of op de fantastische Peking skyline.

Phelps, Bolt en Hellebaut

We besteden een kleine vier uur in het park en sporen dan een tiental kilometer verder naar halte Olympic Green. Op deze site werden in 2008 de Olympische Spelen georganiseerd. Een immens grote en brede boulevard reikt zover het oog zien kan. Aan de linker- en rechterkant doemen twee grote gebouwen op: Birds Nest en Watercube waar respectievelijk de atletiek- en zwemcompetities werden georganiseerd. Deze prachtige stadia werden puur voor de Olympische Spelen gebouwd en staan als een plek van schande in de geschiedenisboeken genoteerd. De bouw kostte ettelijke miljoenen en de gebouwen staan sinds de Spelen te verkommeren. En dat in een stad waar armoede achter elke hoek huist.

 

Met 80 en 30 yuan per persoon (14 euro) zijn de tickets voor een bezoek best prijzig. Zeker als je nadien beseft dat beide stadia momenteel voor andere zaken worden voorbereid. Zo is de watercube stilaan in metamorfose naar de icecube waar onder andere curling events worden voorzien op de Winterspelen van 2022. Het Olympisch bad waar Michael Phelps meermaals naar goud zwom, staat daardoor leeg en ligt grotendeels onder een stelling. Toch is de hal indrukwekkend om zien. Verrassend genoeg is de tribune klein en biedt het complex maar plaats aan een beperkte groep toeschouwers. De muur achter de springplanken toont nog het kleurrijke embleem van Beijing 2008. Verder is in het grote gebouw de focus al helemaal naar 2022 verlegd. Niets dat nostalgisch verwijst naar de successen van elf jaar geleden. 

 

Aan de overkant van de boulevard ligt het grote Birds Nest, het stadion met 80.000 zitjes waar iedereen zich wel beelden herinnert van de indrukwekkende openingsceremonie. Op deze plek sprong Tia Hellebaut zich tot Olympisch kampioene en verpulverde Usain Bolt voor de zoveelste keer een wereldrecord. Maar de piste lag vandaag onder een houten constructie. Muziekpodia worden klaargezet voor het Aziatische muziekfestival dat binnenkort plaatsvindt. Ik vind het spijtig want had maar wat graag de piste gezien waarop alle wereldtoppers in de atletiek het beste van zichzelf gaven. We lopen wat door de tribunes en kruipen tot helemaal in de nok. Van hieruit worden de mensen op de piste erg klein, maar met wat verbeelding probeer ik toch de ongetwijfeld unieke sfeer in me op te roepen. Wat moeten dit geweldige sportavonden zijn geweest. 

 

Wanneer de duisternis stilaan valt, vergapen we ons opnieuw aan de Watercube. De buitengevel wordt verlicht in allerlei kleuren wat voor een leuk schouwspel zorgt. Met bijna 27.000 stappen in onze benen besluiten we de dag stilaan af te sluiten en gaan we op zoek naar eten in de food court van het nabijgelegen shoppingcenter. Rijst, kip en noodles zijn opnieuw onze verovering van de avond. Of hebben zij ons uiteindelijk veroverd? Want allebei moeten we een noodstop bij het toilet maken. De sauzen en kruiden van China hebben hun effect op onze maag en darmen. :)

Mao Zedong

Een nieuwe dag, een nieuwe metro. Dit keer stoppen we in Tiananmen East. Als we bovengronds komen, kijken we toch enigszins verrast op. Wat een mensenmassa! Sinds de aanslag in 2013 wordt het plein sterk beveiligd. Iedereen moet door een security check en het lijkt ook of iedereen hier vandaag is. De wachtrij richting het controlepunt is enorm. Verwacht hier geen gecontroleerde chaos maar eerder een softpartij rugby. Iedereen probeert tussen twee hekken zo snel mogelijk aan de inkom te geraken. Snel is trouwens relatief want het kostte ons 1u40 geduld. En het wachten is eigenlijk nog niks. Het zijn de omstandigheden die de hel hier tastbaar maken. De zon brandt op ons hoofd met nauwelijks tot geen beweegruimte. Stel je ook dit voor: een duwende elleboog in je ribben, een stinkende adem in je gezicht, een huilende baby langs je oor, het zwetende hoofd van een kleine Chinese vrouw tegen je buik en een buggy en trolley tegen je schenen. En dan maar duwen en trekken als de massa iedere vijf minuten dertig centimeter vooruit schuift. Je moet je personal space volledig opgeven en de grenzen van je smetvrees mijlenver verleggen om het Plein van de Hemelse Vrede te mogen bewandelen.

 

En achteraf bedenk je dan: ik heb mezelf net bijna twee uur opgevouwen om toe te komen op een plein waar plaats genoeg is voor 1 miljoen mensen… Jawel, dit plein is gigantisch. Onwezenlijk groot en mooi. De Chinese vlag wappert aan de brede en drukke weg die het plein van de Verboden Stad scheidt. Het grote portret van voormalig leider Mao Zedong is een bekend beeld vanop tv. Wat ik nog niet wist is dat het een met de hand gemaakt schilderij is dat jaarlijks vernieuwd wordt omdat de stad teveel smog op het hoofd van Mao poedert.

Forbidden City

Als je de poort onder Mao binnenwandelt, sta je versteld van de omvang van de gebouwen. Alles is groot, groter, grootst en in volledige symmetrie opgebouwd opdat Mao zijn yin en yang niet in de knoop zouden raken. Voor 60 yuan (7,5 euro) wordt de Verboden Stad wat minder verboden. Je volgt er een opeenvolging van grote tempels die je in één beeld niet kan vatten. Er lijkt geen eind te komen aan de indrukken die je hier opdoet. Let wel op. Bij de laatste tempel sta je zonder duidelijke aankondiging plots terug buiten en is terugkeren… verboden. Hou hier dus rekening mee als je een bepaalde zone wat diepgaander of nogmaals wil bezoeken. Hoe dan ook is dit gebied met zijn ontelbare gebouwen groot genoeg om er een volledige week in rond te dwalen. Voor een uitzicht op het geheel betaal je 2 yuan (0,25 euro) en wat zweetdruppels op de trap naar de hoger gelegen Wuyang tempel. Deze ligt exact op de noord-zuidas van Peking. Het geheel van de Verboden Stad gaat in de verte op in een horizon vol smog. Zo wordt het Tiananmenplein waar je begon stilaan onzichtbaar. De andere kant van het uitkijkpunt toont de noordkant van de stad met heel wat hoogbouw. Doorheen de smog herken je nog net het silhouet van de torens op de Olympische site heel wat kilometers verderop. 

Fangwujing

Langs de ommuurde stad wandelen we richting Fangwujing Street. Deze weg kan je beschouwen als de Meir van Peking. Het is er druk en chique winkelketens als Victoria’s Secret en Rolex wisselen af met verschillende snoepwinkels waar proeven is toegestaan. Het is opvallend lekker en de kleurrijke interieurs zijn ook nog eens leuk om zien, maar uiteindelijk stappen we opnieuw de metro op om terug te keren naar onze vertrouwde wijk. 

 

Hunan dishes

We kiezen voor het gemak en gaan opnieuw dineren in de Food Court in de buurt van ons hotel. We besluiten eens wat anders te testen en stuiten op Hunan dishes, een verzameling van tapa-achtige gerechten. Voor vijf kleine gerechten van kip en groenten betalen we 110 yuan (14 euro). Dat leek me op het eerste gevoel nogal veel en na wat rekenwerk werd duidelijk dat ze ons dertig yuan teveel hadden aangerekend. We zijn dus in het zak gezet. Zeker wanneer we na een eerste hap beseffen dat het eten helemaal is afgekoeld. Wat een troep! We hebben er al snel onze buik van vol. De teleurstelling is zo groot dat we proberen het afgetroggelde geld terug te eisen. Maar de vrouw lult zich er uit en haalt prijzen boven die helemaal niet geafficheerd zijn. Het resulteert uiteindelijk in een ‘this is wrong, this is bad, keep it’ reactie om duidelijk te stellen dat haar prijzen niet juist vermeld zijn, haar eten koud en vies is en dat ze haar rommel zelf mag doorslikken. We kunnen gelukkig lachen om ons stoer gedrag en stillen onze laatste honger met wat koeken op de kamer. Alweer een topdag!

Bucketlist tijd: op naar de Chinese Muur!

We hebben het wat uitgesteld om mijn ribben te sparen, maar vandaag is er geen ontkomen meer aan. We gaan de Great Wall of China beklimmen! En avonturiers als we zijn gaan we natuurlijk niet voor de makkelijke Badaling optie, maar trekken we op eigen initiatief naar Mutianyu. Dat is een minder goed bereikbaar deel van de 20.000 kilometer lange muur en daardoor ook minder toeristisch. Oh boy… dit is bucket list gerief! Ik ben er toch een klein beetje zenuwachtig voor. 

 

Met de metro rijden we tot Dongzhimen waar we overstappen op bus 916. We proppen 24 yuan in een brievenbus bij de chauffeur en zetten ons op de eerste rij. Daar ontdekken we dat de betaling helemaal niet gecontroleerd wordt. Je kan dus eigenlijk in de brievenbus steken wat je zelf maar wilt. De busrit duurt anderhalf uur en op de autosnelweg halen we amper meer dan 70 kilometer per uur. In Huairou stappen we af bij de eindhalte. Plaatselijke taxichauffeurs bieden ons maar wat graag een rit naar Mutianyu aan. Hun gevraagde prijs van 50 yuan lijkt ons teveel dus zoeken we een bus. Het traject is nergens aangegeven en Engelstalige hulp is ondenkbaar. Dus vergt het wat inspanningen om te ontdekken dat we bus H62 moeten nemen. Drie haltes verderop stappen we over op bus H23. Na een half uur komen we aan in Mutianyu. We zijn intussen al vier uur op pad.

Trappen, trappen en trappen

We staan aan de voet van de Chinese muur! Een shuttle brengt ons een eind hoger op de berg. Vanaf hier heb je de keuze tussen een kabelbaan of een 800-tal trappen naar de top. Omdat we budgetreizen, nemen we de trap. Gelukkig wandelen we door een bos aangezien het ook vandaag erg warm en zonnig is en deze inspanning onze beenspieren opnieuw op de proef stelt. Het maakt je allemaal niks meer uit als je uiteindelijk boven bent. Wat een prachtige plek. Je staat midden op de Chinese muur en ziet de torens en trappen zo ver je zien kan over de bergruggen kronkelen. De heuvels op zich zijn hier al een streling voor het oog, maar die muur is ronduit schitterend. Dit is een hoogtepunt in alle reizen die ik ooit al maakte. Te bedenken hoe de mensen in die tijd en zonder hulpmiddelen zoiets fraai konden bouwen is haast niet te geloven. 

 

We wandelen enthousiast trappen op en af en vergapen ons aan de uitzichten. We maken foto na foto en blijven maar herhalen hoe mooi deze plek is. De beklimming op de muur naar de kabelbaan betekent dat we opnieuw honderden steile trappen moeten overwinnen. Ik heb intussen mijn interesse laten vallen voor een latere afdaling via een rodelbaan. Amper 40 yuannekes voor zo’n leuke ervaring, zeg. Een koopje! Dus beslissen we het hele eind over de muur terug af te leggen in omgekeerde richting. Het gaat voornamelijk in dalende lijn dus het tempo ligt dit keer wel wat hoger. Toch doen we er ruim een half uur over om uitgeput bij de rodelbaan te geraken. Nog steeds kunnen we niet geloven dat we op deze iconische plek staan. Reeds in de lagere school hebben we voor het eerst van dit bouwwerk gehoord en nu staan we hier. Zotjes!

 

Moe ‘getrapt’ kijken we nieuwsgierig naar de rodelbaan. Geen haar op ons hoofd dat er aan denkt om terug te voet naar beneden te gaan. Maar hier kost de rodelbaan 100 yuan per persoon, 40 yuan meer dan de prijs in het dal. Say what? Afzetters! Dan maar zwichten en toch te voet naar beneden gaan, onszelf sussend dat de rodelbaan maar aan lage snelheid te nemen is. De 800 trappen naar beneden besparen ons uiteindelijk wel bijna 25 euro. Flink van ons. Het grootste deel van dat geld zouden we meteen opnieuw uitgeven want in het bezoekersdorp worden we verliefd op een klein souvenir. Het is een zwart marmeren tegeltje waarop een kunstenaar een afbeelding van de muur beitelt. We dingen wat van de prijs af en kopen een exemplaar voor 130 yuan. Met een scherpe pen tikt hij mooi onze namen in de tegel. Wat een vakmanschap. We zijn erg blij met onze aanwinst en onze ervaring van de dag. Wij hebben gewoon de Chinese muur beklommen!

We nemen bus na bus na bus terug en betalen telkens slechts een fractie van de prijs. De chauffeur van de laatste bus zat de hele rit lang grommend en zuchtend te claxonneren naar alles wat hij zag bewegen. Op een dag vind je de job van je leven… Het was al donker toen we terug in Beijing aankwamen. In het Railway Station zetten we onze treinreservering om in echte treintickets. Gelukkig dat we deze omweg nu maakten want we ontdekten plots dat we morgen naar een ander station moeten voor onze trein. We hadden hier schoon gestaan. Het plein voor het station lag trouwens vol met honderden mensen. Slapend, kaartend, turend naar hun gsm, … Zonder meer een vreemd tafereel. 

 

Terug in onze wijk snelden we naar onze Food Court. Een laatste keer maar wel met een duidelijk doel voor ogen: Peking Eend of Beijing Duck eten. Het zou een streekproduct van Peking en een absolute delicatesse zijn die in recensies als smakelijke must eat wordt beoordeeld. Ofwel betaalden we met 39 yuan een te lage prijs ofwel hadden we pech, maar de eend was niet te vreten. Het vlees zat vol vet en botresten en was bovendien koud. Misschien was dit niet de juiste plek om eend te vangen. Deze Food Court blijft tenslotte een Chinese variant van onze Lunch Garden. Of misschien waren we om half negen te laat toegekomen aangezien de keuken sloot om negen uur. Feit is dat we opnieuw wat teleurgesteld waren in de plaatselijke keuken. Maar bon, het was goedkoop en de grootste honger was gestild. 

Hutongs

Na onze laatste nacht in Peking hebben we onze rugzakken opnieuw in elkaar gepuzzeld om onze kamer te verlaten. Uiteraard niet zonder nog even te ontbijten in onze supermarkt (waar ons rozijnenbrood intussen uitgeput is tssss) en hebben we een tochtje gemaakt door een van de vele Peking hutongs. Dat zijn wijken waar het leven nog het meest lijkt op datgene van de oorspronkelijke bewoners van de stad. De huisjes zijn enorm klein en het lijkt wat op een sloppenwijk. De elektriciteitskabels hangen als een wirwar boven de huizen en worden vaak gebruikt om de was aan te drogen. De bezittingen van de mensen zouden bij ons al lang op een containerpark terechtgekomen zijn. Soms staat er vreemd genoeg toch een dure Mercedes voor de deur, maar vaker tref je een aan elkaar geplakte brommer of een hoopje roestig schroot dat zij als fiets recycleren. Her en der zijn kleine winkels in de smalle straten. De mensen zijn hier ongetwijfeld enorm arm, maar het valt ons op dat ze hier vriendelijk goeiedag knikken. Iets wat ze in andere gebieden van de stad niet doen. Weer een bevestiging dat armoede meer menselijkheid in zich heeft dan rijkdom. We beschouwen de hutongs als een erg innemende plek en staan versteld van hoe de mensen zich hierin thuis kunnen voelen. Je moet je inbeelden dat bij simpele kartonnen deuren of ontbrekende ramen in de winter ook temperaturen tot -20 graden horen. Grappig is wel dat ze zelfs deze eigendommen beschermen tegen diefstal. Al is het maar met een simpel yale slot aan een deur. De hele tijd rijdt een wagentje door de straten om deze met water schoon te spoelen. Dat is nodig ook om alle rochels van de mensen van het asfalt te krijgen. 

 

Gepakt en gezakt wandelen we tegen de middag naar de metro. Met een grote rugzak op de rug, een kleinere op de buik en nog wat zakjes in onze handen hebben we veel bekijks bij de plaatselijke bevolking. We zijn maar wat blij dat we een metro treffen waar we kunnen zitten. In het westelijke treinstation gaan we voor de zoveelste keer door een security controle. We komen zo in het enorm grote stationsgebouw. We hebben nog een klein uur voor het vertrek van onze trein en wachten net als honderden anderen in een grote hal. We zijn benieuwd wat ons te wachten staat. Want de komende 23 uur zullen we op deze trein gaan doorbrengen. Spannend…

Reactie schrijven

Commentaren: 6
  • #1

    Kris (zondag, 22 september 2019 19:26)

    Het eerste stuk van jullie reis is toch al iets om in je hart te sluiten ... Mooi! En dat compenseert dan met alle slechte smaken in jullie maag � in dat opzicht zijn we hier toch wel enorm verwend maar beseffen we dat niet altijd. Geniet er nog van!

  • #2

    Viviane en Stanne (zondag, 22 september 2019 19:30)

    Bij het lezen waande ik me ook in China, zo levendig geschreven.
    Ik verheug me al op de volgende teksten en foto's �

  • #3

    Jan Mortelmans (zondag, 22 september 2019 19:42)

    Geweldig om te lezen dat je pijnlijke ribben je schrijverstalent niet in de weg zitten. Een kleurrijk verhaal dst eg tot de verbeelding spreekt. Alsof we er zelf bij waren ...

  • #4

    Monique Ceulemans en Jean Hendrickx (zondag, 22 september 2019 20:37)

    Wow wat een avonturen al! En nog maar een weekje van huis weg!�En super leuk geschreven ook. We waren er precies bij!
    We kijken al uit naar jullie vlgde avonturen. Zorg goed voor mekaar!�

  • #5

    Katrien (zondag, 22 september 2019 21:40)

    Ja wadde schattekes, wat een avonturen hebben jullie daar al beleefd! Goed dat jullie op het budget letten en ongetwijfeld leren jullie tegen het einde van deze Chinatrip onderhandelen als de beste � Ik ben alvast heel benieuwd naar die souvenir! Heel erg leuk trouwens om zo'n levendige uitleg te krijgen. Hopelijk houden jullie dat soort reisverslagen vol, want geloof mij, daar gaan jullie niet alleen ons, maar ook jullie zelf nog vaak mee plezieren! Al is het nu vooral de ervaring van het moment zelf die primeert uiteraard. Dikke knuffels en ik wens jullie alsnog een lekkere maaltijd toe �

  • #6

    Stanne en Viviane (maandag, 23 september 2019)

    Een ietwat andere kijk dan "Viviane"en nu door Stanne. Amai, met Viviane telkens weer in die massa? Ze zaagt hier al als ze in een massa staat of moet aanschuiven. Maar genieten en voor de rest verstand op zero, zero, zero.
    Ter info: hier is alles met jullie appartement nog ok. De fuif die we er hebben georganiseerd heeft alleen voor wat meer ruimte gezorgd. Alle vormen van drugs waren verboden, maar alle dranken waren wel toegelaten met alle gekende gevolgen van zatte mensen. Gelukkig hebben we tijd zat om op te ruimen. Dus toffe buren, denk niet teveel aan ons en geniet van jullie droomreis.
    Tot weldra.